Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat is uitgevaardigd door het Kantongerecht Norden in Duitsland. De zaak betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in het Verenigd Koninkrijk, die gedetineerd is in Nederland. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 26 november 2025 gehouden, waarbij de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes, aanwezig was. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, en een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn die de overlevering in de weg staan. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onderzoek naar de strafbare feiten in Duitsland is gestart en dat de bewijsmiddelen zich daar bevinden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het feit, dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd, onvoldoende aanleiding biedt om de weigeringsgrond van artikel 13 OLW toe te passen.
Uiteindelijk heeft de rechtbank besloten om de overlevering van de opgeëiste persoon toe te staan, op basis van de inhoud van het EAB en de relevante wetsartikelen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing, conform artikel 29, tweede lid, OLW.