ECLI:NL:RBAMS:2025:10063

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
10715425 \ CV EXPL 23-12867
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht en informatieplichten bij onderwijsovereenkomst

In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, heeft de stichting Nederlandse Academie voor Beeldcreatie een vordering ingesteld tegen een gedaagde partij, die in persoon procedeerde. De eisende partij vorderde een betaling van € 6.490,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten, op basis van een onderwijsovereenkomst die volgens hen was gesloten. De procedure begon met een dagvaarding op 4 september 2023, waarna de gedaagde om uitstel voor antwoord verzocht, maar uiteindelijk geen antwoord heeft ingediend.

De kantonrechter heeft ambtshalve de overeenkomst getoetst aan het consumentenrecht, aangezien deze was gesloten tussen een handelaar en een consument. De rechter benadrukte dat de eisende partij niet voldoende bewijs had geleverd om aan te tonen dat zij voldeed aan haar informatieplichten. Er waren geen schermafdrukken van het aanvraagproces overgelegd, waardoor niet kon worden vastgesteld welke informatie aan de gedaagde was verstrekt. Dit gebrek aan inzichtelijkheid leidde tot de conclusie dat de eisende partij niet had voldaan aan haar stelplicht, wat resulteerde in de afwijzing van de vordering.

De kantonrechter heeft de eisende partij, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten, die op nihil zijn begroot. Het vonnis is uitgesproken op 11 december 2025 door mr. E. Pennink.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10715425 \ CV EXPL 23-12867
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING NEDERLANDSE ACADEMIE VOOR BEELDCREATIE,
gevestigd te Apeldoorn,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 september 2023, met producties.
1.2.
Gedaagde partij heeft om uitstel voor antwoord verzocht. Dat uitstel is verleend. Vervolgens heeft gedaagde partij niet van antwoord gediend.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.490,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten. Eisende partij stelt dat partijen een onderwijsovereenkomst hebben gesloten.
2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.3.
In het kader van de informatieplichten stelt eisende partij dat online, via de website van eisende partij een aanvraag is gedaan. Op dat moment is gedaagde partij ook akkoord gegaan met de algemene voorwaarden.
2.4.
Eisende partij heeft geen schermafdrukken van het aanvraagproces overgelegd. Hierdoor kan niet worden getoetst welke informatie op welke manier aan gedaagde partij is verstrekt. Evenmin is gemotiveerd uiteengezet of inzichtelijk gemaakt hoe het digitale ondertekeningsproces verloopt. De (bevestiging van de) overeenkomst lijkt geautomatiseerd te zijn opgesteld na de online inschrijving. Het is in ieder geval geen weergave van wat gedaagde partij gezien heeft bij de online aanmelding.
2.5.
Nu de totstandkoming van de overeenkomst niet inzichtelijk is gemaakt, kan niet worden getoetst of eisende partij heeft voldaan aan haar informatieplichten. Door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig te verstrekken, heeft eisende partij niet voldaan aan haar stelplicht (verwezen wordt naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest, ECLI:NL:HR:2021:1677 en de naar aanleiding van dat arrest tot stand gekomen richtlijn sanctiemodel essentiële informatieplichten). Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.6.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, die worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
991