Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Office of the Prosecutor General of the Republic attached to the Court of Appeal of Rome, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
judgment rendered on22 September 2023 by
the Court of Appeal of Rome – 4th Criminal Division reviewing the judgement dated7 January 2021
of the Court of Rome – 5th Criminal Division, irrevocable on 5 February 2024,met referentie
Judgment n. 375/2023 R.G. – 10495/2023 SENT.
the Court of Appeal of Rome – 4th Criminal Divisiontoetsen aan artikel 12 OLW Pro.
execution order” in persoon aan de opgeëiste persoon is betekend en dat hij er daarbij op is gewezen dat hij een nieuwe termijn voor hoger beroep kan vragen of om een “
retrial” kan verzoeken. In de eerste plaats is onduidelijk of de “
execution order” ook de beslissing omvatte waarbij de vrijheidsbenemende straf is opgelegd. Daarnaast staat in de aanvullende informatie weliswaar dat de opgeëiste persoon is gewezen op het recht, indien sprake was van een procedure
in absentia, om rechtsmiddelen in te stellen, maar niet dat hij daarbij is geïnformeerd dat het gaat om rechtsmiddelen “waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn en tijdens welke de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing”, zoals bedoeld in artikel 12, sub c, OLW.
4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J. [6] In dat arrest heeft het HvJ EU zich uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/ JBZ wenst toe te passen. Oftewel de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen.
C.J.– kort samengevat – dat voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen, daarvoor toestemming van de beslissingsstaat vereist is. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.
C.J.van het HvJ EU de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het vonnis van
the Court of Appeal of Rome – 4th Criminal Divisionvan 22 september 2023 op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Italië opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW.
C.J.van het HvJ EU als een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. De rechtbank verlengt daarom de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
6.Beslissing
zestig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW;