Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10101

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
13/390273-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 december 2025 een verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De verdachte, geboren in 1982, is zonder vaste verblijfplaats in Nederland en werd gedetineerd in Nederland.

De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was vanwege een vermeende onjuiste verlenging van de verjaringstermijn van de tenuitvoerlegging van een vonnis. De rechtbank oordeelde echter dat de informatie van de Poolse autoriteiten, die een verlenging van tien jaar motiveerde wegens het schuilhouden van de verdachte, betrouwbaar was en dat de verjaringstermijn nog niet was verstreken.

De feiten betreffen illegale handel in verdovende middelen, een zogenoemd lijstfeit volgens de Overleveringswet, waarvoor in Polen een gevangenisstraf van meer dan drie jaar is opgelegd. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering toegestaan moet worden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor drugshandel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/390273-24
Datum uitspraak: 4 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 29 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB, uitgevaardigd op 16 maart 2023 door
the Regional Court in Płock, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en aangepast door de uitvaardigende justitiële autoriteit op 5 maart 2025, strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt:
een vonnis van
the District Court in Płońskvan 28 maart 2008 (met referentie: II K 124/08);
een vonnis van
the District Court in Mławavan 23 februari 2010 (met referentie: II K 78/10).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot de vonnissen hebben geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van
één jaar en tien maanden;
twee jaar en één maand, waarvan volgens het EAB nog 1 jaar, 9 maanden en 3 dagen resteren,
door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB voor wat betreft het vonnis met referentie II K 78/10. De Poolse autoriteiten hebben onvoldoende onderbouwd waarom de verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van de aan de opgeëiste persoon opgelegde straf met een periode van tien jaar is verlengd. Volgens de raadsman heeft de opgeëiste persoon zich niet schuilgehouden en is er geen grond voor verlenging van de verjaringstermijn.
De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat gelet op het vertrouwensbeginsel moet worden uitgegaan van de juistheid van de informatie die de Poolse autoriteiten hebben verstrekt. Uit de aanvullende informatie van 30 oktober 2025 volgt dat de tenuitvoerleggingstermijn van de opgelegde straf naar Pools recht nog niet is verstreken, omdat deze termijn met tien jaar is verlengd tot 3 maart 2035 omdat de opgeëiste zich schuilhield. Aangezien er nog steeds sprake is van een voor ten uitvoerlegging vatbaar vonnis, verwerpt de rechtbank het verweer.

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemd lijstfeit die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan van
the Regional Court in Płock, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.