Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat door de Poolse autoriteiten was uitgevaardigd. Het EAB, dat op 16 maart 2023 werd uitgevaardigd en op 5 maart 2025 werd aangepast, betreft de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon, geboren in 1982 in Polen, die momenteel gedetineerd is in Nederland. De behandeling van het EAB vond plaats op 20 november 2025, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was en werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, en een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak op grond van de Overleveringswet (OLW) met dertig dagen verlengd en de gevangenhouding bevolen. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat zijn persoonsgegevens correct zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De rechtbank heeft geoordeeld dat de informatie van de Poolse autoriteiten betrouwbaar is en dat de verjaringstermijn voor de opgelegde straf is verlengd, waardoor de overlevering kan plaatsvinden.
De rechtbank heeft uiteindelijk besloten de overlevering toe te staan, waarbij de opgeëiste persoon wordt overgeleverd aan de Poolse autoriteiten voor de feiten zoals beschreven in het EAB. Deze uitspraak is gedaan door de rechters in het openbaar en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing, conform artikel 29, tweede lid, OLW.