Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats], eiser
de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
Samenvatting
Procesverloop
€ 525,77 en omvat de watersysteemheffing gebouwd, watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woonruimten.
[persoon] .
Beoordeling door de rechtbank
13 september 2024 en 26 september 2025. [5] Eiser stelt zich op het standpunt dat nergens uit blijkt dat de volgens de Hoge Raad vereiste evenredigheidsafweging is gemaakt tussen de belangen van het waterschap enerzijds en de belangen van de belastingplichtigen anderzijds. Daarom dienen volgens de belastingverordeningen volgens eiser op dit punt onverbindend te worden verklaard.
€ 309,9 miljoen, een toename van € 67,2 miljoen. Enkel 6% van deze stijging heeft betrekking op de kosten van bedrijfsvoering, wat neerkomt op ongeveer vier miljoen euro. De overige kosten zien voornamelijk op beheer en onderhoud, het aanzuiveren van reserves en normale ontwikkelingen. Het standpunt van eiser dat hij pas recent in Amsterdam woont en nu moet opdraaien voor kosten die in eerdere jaren zijn gemaakt treft, nog daargelaten of dit standpunt gevolgd kan worden, geen doel omdat de problemen die het waterschap beoogt op te lossen met de tariefsverhoging acuut zijn en niet meer opgelost kunnen worden met het aanwenden van reserves. Bovendien zou het te verstrekkend zijn als het waterschap per inwoner het tarief zou moeten differentiëren op basis van hoeveel jaar deze inwoner in het heffingsgebied woont.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.C.J. van ‘t Hoff, griffier.