ECLI:NL:RBAMS:2025:10143

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
13-260860-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel van een Zweedse justitiële autoriteit

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Aklagarmyndigheten (Swedish Prosecution Authority) op 25 september 2025. De behandeling van het EAB vond plaats op 3 december 2025, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was en werd bijgestaan door haar raadsman, mr. L. de Leon. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd met dertig dagen en de gevangenhouding bevolen. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat haar persoonsgegevens correct zijn en dat zij de Zweedse nationaliteit bezit. De raadsman heeft geen weigeringsgronden aangedragen en refereerde zich aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen belemmeringen zijn voor de overlevering. De feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht zijn moord, doodslag en zware mishandeling, waarvoor in Zweden een levenslange vrijheidsstraf kan worden opgelegd. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, conform de verzoeken van de uitvaardigende justitiële autoriteit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-260860-25
Datum uitspraak: 17 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 21 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 september 2025 door
Aklagarmyndigheten (Swedish Prosecution Authority)te Stockholm
,Zweden (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] (Zweden),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
uit anderen hoofde gedetineerd in [detentie adres]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. L. de Leon, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Engelse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Zweedse nationaliteit heeft.

3.Standpunt raadsman

De raadsman ziet geen weigeringsgronden die aan de overlevering in de weg staan en refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
decision issued by Södertörn District Court on 24 September 2025 in case B 13233-22.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Zweeds recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

5.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Zweden een levenslange vrijheidsstraf kan worden gegeven.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Aklagarmyndigheten (Swedish Prosecution Authority)te Stockholm, Zweden, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.