In deze bodemprocedure heeft de verhuurder de huurder gedagvaard wegens huurachterstand en vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst aan het consumentenrecht en de Richtlijn oneerlijke bedingen. De verhuurder had een voorstel gedaan om oneerlijke bedingen over incassokosten, rente en boetes uit de huurovereenkomst en algemene voorwaarden te schrappen, waarop de huurder schriftelijk instemde. Hierdoor zijn de artikelen 11 lid 1, 11 lid 2 en 11 lid 3 van de algemene voorwaarden niet langer van toepassing.
De vordering heeft betrekking op een huurachterstand vanaf juli 2024, waarbij de aanmaning en dagvaarding na de schrapping van de oneerlijke bedingen zijn uitgebracht. De kantonrechter oordeelt dat de geschrapte bedingen niet aan de vordering ten grondslag kunnen liggen. De overige bedingen over huurprijs en servicekosten zijn transparant en niet oneerlijk bevonden.
De kantonrechter verklaart voor recht dat de genoemde oneerlijke bedingen niet meer gelden, ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen twee weken en tot betaling van achterstallige huur, incassokosten en maandelijkse servicekosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de verhuurder toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.