Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
donderdag 15 januari 2026 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam op 18 december 2025, staat de ambtshalve toetsing van het consumentenrecht centraal, ondanks de erkenning van de vordering door de gedaagde partij. De eisende partij, FC ENAME B.V., heeft een vordering ingesteld tot betaling van € 3.000,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, voor diensten verleend in het kader van een uitvaart. De gedaagde partij heeft de vordering erkend, maar de kantonrechter is van mening dat er ambtshalve moet worden getoetst aan de informatieplichten die voortvloeien uit het consumentenrecht, ook al is de vordering erkend. De eisende partij moet toelichten waar de overeenkomst is gesloten en waarom de voorlopige kostenopgave digitaal is ondertekend. Dit is van belang omdat de kantonrechter bekend is met de praktijk dat dergelijke overeenkomsten vaak thuis worden gesloten.
De kantonrechter wijst op de noodzaak om te onderzoeken of de eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten zoals vastgelegd in artikel 6:230m BW en de relevante Europese richtlijnen. De overeenkomst bevat ook algemene voorwaarden met bedingen over rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de bedingen over rente en buitengerechtelijke kosten niet oneerlijk zijn, maar het beding over gerechtelijke kosten wordt als oneerlijk aangemerkt. Dit omdat het beding de eisende partij in staat stelt om alle gemaakte kosten in rekening te brengen bij de consument, wat in strijd is met de bescherming die het consumentenrecht biedt. De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar de rol voor akte uitlating door de eisende partij en houdt verdere beslissingen aan.