Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
donderdag 15 januari 2026 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij,
Rechtbank Amsterdam
Eisende partij, een uitvaartonderneming, vordert betaling van €3.000,- plus rente, buitengerechtelijke en proceskosten van gedaagde, die de factuur niet heeft voldaan. Gedaagde erkent de vordering, maar de rechtbank toetst ambtshalve het consumentenrecht vanwege de consumentstatus van gedaagde.
De rechtbank vraagt nadere toelichting over de plaats van het sluiten van de overeenkomst, omdat digitale ondertekening van de voorlopige kostenopgave niet past bij een overeenkomst gesloten in de verkoopruimte. Dit is relevant voor de toepasselijkheid van informatieplichten uit het consumentenrecht.
De algemene voorwaarden bevatten bedingen over rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rente- en buitengerechtelijke kostenbedingen zijn niet oneerlijk, maar het proceskostenbeding wordt als oneerlijk aangemerkt omdat het alle gerechtelijke kosten op de consument afwentelt, wat volgens vaste jurisprudentie niet is toegestaan.
De rechtbank wijst de proceskosten af en verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen van eisende partij over de plaats van sluiten van de overeenkomst en de informatieplichten. Gedaagde mag hierop reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Proceskostenbeding wordt als oneerlijk aangemerkt en proceskosten worden afgewezen; verdere beslissing wordt aangehouden voor nadere toelichting.