3.9.Op 11 december 2024 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep medisch advies uitgebracht naar aanleiding van het bezwaar. De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt tot de conclusie dat er geen dringende medische redenen zijn om van terugvordering af te zien.
4. Met het bestreden besluit heeft het Uwv de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en de primaire besluiten in stand gelaten.
5. Eiseres voert – samengevat – aan dat het onderzoek van het Uwv onzorgvuldig was. Er is geen sprake van schending van de inlichtingenplicht, eiseres is nooit geïnformeerd over haar rechten en plichten. Het Uwv heeft geen onderzoek verricht naar de omstandigheden. Eiseres is weliswaar op 19 februari 2014 van haar ex-partner gescheiden, maar zij leefden nog wel samen omdat de ex-partner geen huis kon vinden. Op enig moment werd de ex-partner ziek. Eiseres heeft de zorg voor hem gedragen totdat hij overleed op 19 januari 2021. Tot die datum is wel degelijk te spreken van een situatie op basis waarvan recht bestond op toeslag naar de norm van een gehuwde. Eiseres betwist dat zij teveel toeslag ontving en voor zover daarvan sprake was kon eiseres dit redelijkerwijs niet weten. Verder heeft het Uwv geen belangenafweging gemaakt en is niet gekeken of van terugvordering moet worden afgezien omdat het Uwv zelf ook steken heeft laten vallen. Met de medische en financiële situatie van eiseres is geen rekening gehouden, terwijl dit dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien..
Beoordeling door de rechtbank
6. Het Uwv heeft de gehuwdentoeslag met een besluit van 5 mei 2023 per 1 mei 2023 beëindigd. Eiseres heeft de gronden tegen dit besluit op de zitting laten vallen. Het beroep is daarom niet langer gericht tegen het besluit van 5 mei 2023. Verder is de uitkering over de periode van 11 juli 2013 tot 1 januari 2015 niet verlaagd en teruggevorderd, zodat de gronden die daartegen zijn gericht buiten beschouwing kunnen blijven. De periode waar deze zaak over gaat, van januari 2015 tot mei 2023, valt in twee perioden uiteen, die de rechtbank afzonderlijk zal bespreken.
7. Bij besluiten tot herziening, intrekking en terugvordering van sociale zekerheidsuitkeringen, zoals hier aan de orde, gaat het om belastende besluiten, waarbij het aan het bestuursorgaan is om de nodige kennis over de relevante feiten en omstandigheden te vergaren.
De periode van 1 januari 2015 tot 27 oktober 2021
8. Op 19 juli 2023 heeft het Uwv eiseres geïnformeerd dat zij volgens informatie van het Uwv te veel toeslag heeft ontvangen, dat zij het te veel ontvangen bedrag moet terugbetalen als de informatie juist is en dat zij een boete kan krijgen. Volgens het Uwv is de ex-partner van eiseres op 11 juli 2013 verhuisd en is eiseres vanaf die datum alleenstaand. Vanaf 27 oktober 2021 is zij weer samenwonend, maar heeft zij volgens het Uwv geen recht op toeslag. Hierdoor heeft zij van 1 januari 2015 tot en met 30 april 2023 teveel toeslag ontvangen.
9. Eiseres heeft op het voornemen gereageerd met een brief van 4 augustus 2023. Eiseres heeft in die brief aangeven dat de informatie onjuist is. Zij heeft geschreven dat zij op 19 februari 2014 op papier gescheiden is, maar dat haar ex-partner wel bij haar woonde.
10. Het Uwv heeft hier geen onderzoek naar verricht, maar heeft de toeslag vanaf 1 januari 2015 teruggevorderd en eiseres een boete opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank had de brief van eiseres echter aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek naar de feitelijke situatie en of er op basis daarvan geen recht op gehuwdentoeslag meer bestond. Dat onderzoek is nooit uitgevoerd. Het Uwv heeft enkel op basis van de melding en de constatering dat de ex-partner uitgeschreven was van het adres van eiseres besloten over een forse periode in een ver verleden de gehele uitkering terug te vorderen. Dit terwijl eiseres daar met haar brief een nuancering op aan heeft gebracht, die zeer relevant was voor de vraag of zij wel of niet recht had op de toeslag naar de norm van een gehuwde.
11. Ook in de bezwaarfase heeft het Uwv geen nader onderzoek verricht. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt met bewijsstukken dat zij na haar scheiding samenwoonde en zorg droeg voor haar ex-partner. Naar het oordeel van de rechtbank ligt de bewijslast echter bij het Uwv, omdat sprake is van een belastend besluit. Het Uwv hecht veel waarde aan de wisselende verklaringen in bezwaar van eiseres op dit punt. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting uitgelegd dat zij aanvankelijk eiseres verkeerd had begrepen, waardoor in bezwaar één keer de onjuiste stelling is ingenomen dat zij niet samenwoonde met haar ex-echtgenoot. De rechtbank stelt vast dat eiseres op die ene keer na consequent heeft verklaard dat zij nog samenwoonde met haar ex-echtgenoot en dat zij tijdens zijn ziekte voor hem heeft gezorgd tot zijn overlijden in 2021. Eiseres heeft ook verklaard dat haar ex-partner zich later weer op haar adres heeft ingeschreven. Daar is geen onderzoek naar gedaan en ook in de beroepsfase is hier niet door het Uwv op gereageerd. De rechtbank vindt gelet op het voorgaande de enkele afwijkende verklaring onvoldoende om daar zonder nader onderzoek naar de feiten op te baseren dat eiseres niet meer samenwoonde met haar ex-partner.
12. De rechtbank is daarom van oordeel dat het Uwv onvoldoende onderzoek heeft verricht om vast te kunnen stellen dat eiseres over de periode van 1 januari 2015 tot 27 oktober 2021 geen recht had op een toeslag naar de norm voor een gehuwde. Dit deel van de terugvordering kan dan ook niet in stand blijven.
De periode van 27 oktober 2021 tot 1 mei 2023
13. Vast staat dat eiseres over deze periode geen recht had op toeslag, dat heeft de gemachtigde van eiseres op de zitting erkend. De vraag die ter discussie staat is of het Uwv de betaalde toeslag over de periode met terugwerkende kracht mocht intrekken en terugvorderen. Volgens vaste rechtspraak, zoals de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 19 juni 2025, is intrekking of herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of toeslag op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht in het algemeen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. In uitzonderingsgevallen is van strijd met dit beginsel geen sprake. Hierbij kan worden gedacht aan gevallen waarin de betrokkene wist, althans redelijkerwijs behoorde te weten dat hij ernstig rekening moest te houden met de mogelijkheid van intrekking of herziening. Daarvan is onder andere sprake als het de betrokkene redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat hij teveel of ten onrechte uitkering ontving.
14. Niet in geschil is dat eiseres de verandering in haar leefsituatie door het samenwonen en het huwelijk met haar huidige partner niet heeft doorgegeven aan het Uwv. Eiseres voert echter aan dat zij niet wist dat zij iets moest doorgeven aan het Uwv.
14. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat eiseres wist of behoorde te weten dat zij veranderingen in haar leefsituatie moest doorgeven. Dat stond in de toekenningsbeslissing van 10 augustus 2009 en op de betaalspecificaties van de toeslag. Daarnaast behoorde eiseres op grond van de wet zelf een wijziging in haar leefsituatie door te geven.
14. De rechtbank stelt vast dat de toekenningsbeslissing en de betaalspecificaties niet in het dossier zitten, ondanks dat de gemachtigde van eiseres daar al in de bezwaarfase om heeft gevraagd. Daarom kan de rechtbank niet nagegaan naar welk adres de toekenningsbeslissing is gestuurd en of eiseres daarin daadwerkelijk is gewezen op de inlichtingenplicht. Uitgangspunt is inderdaad dat iemand die toeslag ontvangt op de hoogte behoort te zijn van de inlichtingenplicht. Maar eiseres zegt dat de uitkering destijds door haar werkgever is aangevraagd en dat zij door haar ziekte en ziekenhuisopname zich er niet bewust was van wat voor uitkering zij ontving. Zij dacht dat zij gewoon een WAO-uitkering ontving, waarvoor de inlichtingenplicht voor wijzigingen in de leefomstandigheden niet geldt. Het Uwv heeft ook nooit contact met haar opgenomen. De rechtbank stelt vast dat uit het rapport ‘Motivering objectief verwijtbaar’ van 12 juli 2023 blijkt dat het Uwv er bij een telefonisch contact op 18 oktober 2022 ook ten onrechte vanuit ging dat eiseres geen toeslagen ontving. Dit bevestigt de stelling van eiseres dat zij door het Uwv nooit is gewezen op het feit dat zij een toeslag ontving en dat daarvoor een inlichtingenplicht geldt.
14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv daarom in dit geval niet aannemelijk gemaakt dat eiseres op de hoogte was van haar inlichtingenplicht en ook niet dat er sprake is van een situatie dat eiseres redelijkerwijs behoorde te weten dat zij teveel toeslag ontving en rekening had moeten houden met een eventuele terugvordering. De terugvordering met terugwerkende kracht over deze periode is daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Boete, invordering en brutering
14. Gelet op het voorgaande kunnen ook de boete, de invordering en de brutering niet in stand blijven.
Conclusie en gevolgen
19. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de zorgvuldigheid en met de motiveringsplicht. Dit betekent dat het bestreden besluit geen stand kan houden. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank acht het gelet op het tijdverloop niet denkbaar dat het Uwv de geconstateerde gebreken nog kan herstellen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de mogelijkheden voor nader onderzoek in de loop van de procedure meerdere malen zijn genoemd en het Uwv ervoor heeft gekozen om daar niets mee te doen. Verder is er niemand namens het Uwv verschenen tijdens de zitting, zodat de mogelijkheid van nader onderzoek niet met het Uwv kon worden besproken. Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat het Uwv geen mogelijkheden ziet voor nader onderzoek dat tot een andere uitkomst zou kunnen leiden. Daarom herroept de rechtbank de primaire besluiten 1 en 2 van 16 augustus 2023, de primaire besluiten 3 en 4 van 24 augustus 2023 en het primaire besluit 5 van 9 januari 2024. Dat betekent dat de intrekking en terugvordering van de toeslag op de WAO-uitkering niet in stand blijft en de invordering, de boete en de brutering van de baan zijn.