ECLI:NL:RBAMS:2025:10440

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
AMS 25/1824, 25/1827, 25/1830 en 25/2710
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 5 onder d NOW 1artikel 5 onder d NOW 2artikel 10 onder d NOW 3artikel 8 NOW 1artikel 10 tweede lid NOW 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing definitieve tegemoetkoming NOW wegens niet tijdig indienen voorschotaanvraag

Eiseres, een seizoensbedrijf, heeft geen voorschotaanvragen ingediend voor de NOW-regelingen 1, 2, 3.1 en 3.2 binnen de daarvoor geldende termijnen. Zij verzocht om definitieve subsidievaststelling, maar het UWV wees deze aanvragen af omdat geen voorschotten waren aangevraagd.

Eiseres stelde dat het feitelijk onmogelijk was om de voorschotaanvragen in te dienen vanwege het digitale formulier dat niet aansloot op haar seizoensgebonden situatie. De rechtbank oordeelde dat eiseres dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het indienen van een aanvraag wel mogelijk was, ook al zou het formulier niet volledig juist ingevuld kunnen worden.

De NOW-regelingen bevatten dwingende bepalingen over de aanvraagtermijnen en wijzen aanvragen buiten deze termijnen af. Er is geen ruimte voor maatwerk of een hardheidsclausule. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de aanvragen heeft afgewezen en verklaarde de beroepen ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres geen voorschotaanvragen binnen de gestelde termijnen heeft ingediend en maatwerk niet mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 25/1824, 25/1827, 25/1830 en 25/2710

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2025 in de zaak tussen

[eisers] , uit [plaats] , eiseres

en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de vier besluiten van het Uwv over de definitieve tegemoetkomingen op grond van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Het gaat om de besluiten van 6 februari 2025 over definitieve tegemoetkoming op grond van NOW 1 (met kenmerk [kenmerk 1] ), NOW 2 (met kenmerk [kenmerk 2] ), NOW 3, derde tranche (NOW 3.1) (met kenmerk [kenmerk 3] ) en NOW 3, vierde tranche (NOW 3.2) (met kenmerk [kenmerk 4] ) (de bestreden besluiten).
2. Het Uwv heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank heeft de beroepen op 20 november 2025, gecombineerd met de beroepen in de zaken met zaaknummers AMS 25/1835 en 25/2711, op zitting behandeld. Namens eiseres hebben aan de zitting deelgenomen [bestuurder 1] (bestuurder) en [bestuurder 2] (bestuurder). Het Uwv heeft zich, via een telefoonverbinding, laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Wat ging er aan deze procedure vooraf?
4. Eiseres heeft in het verleden geen aanvragen gedaan voor een voorschot voor tegemoetkoming op grond van de NOW 1, NOW 2 en NOW 3.1 en NOW 3.2.
5. Eiseres heeft nadien vier aanvragen gedaan voor de definitieve berekening van de tegemoetkomingen op grond van de NOW 1, NOW 2, NOW 3.1 en NOW 3.2.
6. Het Uwv heeft deze aanvragen met de besluiten van 22 november 2024 afgewezen. De reden hiervoor was dat eiseres geen voorschotten heeft aangevraagd.
7. Met de bestreden besluiten op de bezwaren van eiseres is het Uwv, om dezelfde reden, bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.
8. Eiseres komt in beroep op tegen de bestreden besluiten, om daarmee alsnog in aanmerking te komen voor een (definitieve) tegemoetkoming op grond van de NOW 1, NOW 2, NOW 3.1 en NOW 3.2.
Wettelijk kader
9. De NOW-regeling is een generieke en tijdelijke subsidieregeling, gebaseerd op de kaderwet SZW-subsidies. Het is een in korte tijd tot stand gebrachte noodmaatregel, zodanig ingericht dat bedrijven snel konden worden bediend met als doel het garanderen van loondoorbetaling, ter voorkoming van ontslag van werknemers.
10. In artikel 5, onder d van de NOW 1 (weigeringsgronden), staat dat de subsidieverlening wordt geweigerd, indien of voor zover de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen. Een soortgelijke bepaling is ook opgenomen in artikel 5, onder d van de NOW 2 en artikel 10, onder d van de NOW 3.
11. Artikel 8 van Pro de NOW 1 (aanvraag van de subsidieverlening) bepaalt, voor zover hier relevant, het volgende:
“1. De werkgever dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier.
2. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 14 april 2020, of een eerder tijdstip, dat bekend gemaakt wordt via www.uwv.nl, tot en met 31 mei 2020 (verlengd tot en met 5 juni 2020).
(…)
7. De subsidieaanvraag wordt elektronisch gedaan, tenzij op www.uwv.nl kenbaar wordt gemaakt dat een schriftelijke subsidieaanvraag ook mogelijk is.”
In artikel 10, tweede lid, van de NOW 2 en in artikel 7, tweede lid, onder a en b, van de NOW 3 is een soortgelijke bepaling opgenomen, waarbij telkens het voor de betreffende NOW-regeling geldende aanvraagtijdvak is vastgelegd.
12. Uit deze artikelen van de NOW 1, NOW 2 en NOW 3 volgt dat (na verlenging) de aanvraagtijdvakken van onderhavige NOW-regelingen liepen in de volgende periodes:
  • NOW 1:van 14 april 2020 tot en met 5 juni 2020;
  • NOW 2:van 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020;
  • NOW 3.1:van 16 november 2020 tot en met 13 december 2020 en van 15 december 2020 tot en met 27 december 2020; en
  • NOW 3.2:van 15 februari 2021 tot en met 3 mei 2021.
13. In voornoemde bepalingen van de NOW 1, NOW 2 en NOW 3 is dwingend voorgeschreven dat een na het geldende aanvraagtijdvak ingediende aanvraag om subsidie moet worden afgewezen. Dit vindt ook bevestiging in de nota van toelichting bij de NOW 1, NOW 2 en NOW 3. Zo staat in de nota van toelichting bij artikel 8, tweede en derde lid, van de NOW 1 het volgende: [1]
“Voor de subsidieaanvraag geldt een aanvraagtijdvak. De werkgever kan een aanvraag doen tot en met 31 mei 2020 (verlengd tot en met 5 juni 2020). De aanvraag kan in ieder geval vanaf 14 april 2020 ingediend worden. Indien een aanvraag buiten de gestelde periode valt, zal deze worden afgewezen.”
Eenzelfde tekst is opgenomen in de nota’s van toelichting bij de NOW 2 en de NOW 3. [2]
14. In de nota van toelichting bij de NOW 1 (onderdeel algemeen) is onder punt 9 (aanvraag, voorschotverlening en vaststelling subsidie) ook vermeld wanneer de aanvraagperiode voor de subsidie loopt en dat aanvragen alleen kunnen worden ingediend via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld. Een soortgelijke tekst is wederom opgenomen in de nota’s van toelichting bij de NOW 2 en NOW 3.
Overwegingen
15. Vast staat dat eiseres geen voorschotaanvragen voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW 1, NOW 2, NOW 3.1 en NOW 3.2 heeft ingediend binnen de geldende aanvraagtijdvakken, en evenmin via het daarvoor ontworpen formulier. [3] Eiseres heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat het feitelijk onmogelijk was om de voorschotten aan te vragen via het formulier in het systeem van het Uwv. Dat systeem voorzag volgens eiseres niet in haar situatie van een seizoensgebonden bedrijf. Eiseres stelt dat de aanvraag om tegemoetkoming daarom alsnog in behandeling worden genomen.
16. Allereerst leidt de rechtbank uit (de totstandkoming van) de NOW 1, NOW 2, NOW 3.1 en NOW 3.2 af dat de wetgever er bewust voor heeft gekozen de aanvraagtermijn en wijze van indiening van een (voorschot)aanvraag duidelijk af te bakenen. De rechtbank is met het Uwv van oordeel dat de tekst van de regelingen geen ruimte biedt om hiervan af te wijken. De NOW-regelingen kennen geen hardheidsclausule. Dit geldt ook voor de Kaderwet SZW-subsidies, waarop deze NOW-regelingen zijn gebaseerd. Het Uwv was daarom in principe gehouden de gedane (voorschot)aanvragen van eiseres af te wijzen, gelet op de dwingend geformuleerde afwijzingsgronden.
17. De rechtbank volgt de beroepsgrond van eiseres, dat het feitelijk onmogelijk voor haar was om de voorschotaanvragen in te dienen, niet. Eiseres heeft dit namelijk niet aannemelijk gemaakt en ook niet met stukken onderbouwd. De stelling dat het Uwv haar telefonisch heeft laten weten dat eiseres niet in aanmerking komt voor voorschotten, is hiervoor onvoldoende. Datzelfde geldt voor haar betoog dat zij de digitale formulieren niet kon afronden en indienen, zonder onjuiste gegevens in te vullen. Die omstandigheid betekent namelijk niet dat het indienen van de aanvraag onmogelijk was, maar alleen dat het formulier – volgens eiseres – niet goed aansloot op haar specifieke situatie. Dat het invullen van het formulier mogelijk niet tot een inhoudelijk juiste voorschotaanvraag zou leiden, betekent echter niet dat eiseres de mogelijkheid is ontnomen om wél een aanvraag in te dienen. In deze fase (van de subsidieverlening via een voorschot) is doorslaggevend of de aanvraag om een voorschot tijdig is ingediend via het bedoelde formulier, en niet of de daarbij ingevulde gegevens juist en volledig waren. In dit geval had het op de weg van eiseres gelegen om de aanvraag toch in te dienen, al dan niet met een nadere toelichting per brief over de (onjuist) ingevulde gegevens, of het Uwv te informeren over de door haar ervaren problemen, daarvan bewijs vast te leggen en verdere stappen te ondernemen om de aanvraag eventueel op andere wijze alsnog binnen het tijdvak te doen. Dat is echter niet of in ieder geval onvoldoende gebeurd. Ter zitting heeft eiseres juist toegelicht destijds te hebben verondersteld dat het Uwv achteraf nog wel maatwerk zou kunnen bieden. Deze handelswijze en (onterechte) veronderstelling komt in dit geval voor haar risico.
18. Het Uwv stelt verder terecht dat de wetgever in de NOW-regelingen heeft gekozen voor subsidieverlening via een voorschot voorafgaand aan een definitieve subsidievaststelling. De bepaling van het subsidiebedrag bij de definitieve vaststelling bouwt dus voort op het subsidiebedrag bij de verlening van de subsidie (op basis van een voorschotaanvraag). Dat toch een definitieve aanvraag voor subsidievaststelling kan worden ingediend zonder dat eerst subsidie is verleend via een voorschot, alleen omdat er op basis van de geldende criteria recht zou zijn op tegemoetkoming, kan daarom niet worden gevolgd. Daar bieden de NOW-regelingen geen ruimte voor. Dit kan ook niet worden afgeleid uit de uitspraken in andere zaken waarnaar eiseres verwijst. Die zaken zijn niet vergelijkbaar, onder meer omdat in die gevallen de relevante (groeps)entiteiten wel op tijd voorschotaanvragen hebben ingediend.
19. Eiseres heeft er verder op gewezen dat zij door de gang van zaken een substantieel bedrag aan subsidies is misgelopen, terwijl zij wel binnen de doelgroep van de NOW-regeling valt. Zij verzoekt daarom om maatwerk om de volgens haar oneerlijke situatie te voorkomen en recht te doen aan het doel van de regeling. Het Uwv heeft echter pas bij een lagere
vaststellingvan de NOW-subsidie een discretionaire bevoegdheid, waarbij een belangenafweging kan plaatsvinden. Bij de daaraan voorafgaande stap van de subsidie
verlening, zoals hier aan de orde, bestaat die ruimte niet. Maatwerk is in dit geval daarom helaas niet mogelijk.
20. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Uwv de aanvragen van eiseres terecht heeft afgewezen. De beroepsgronden van eiseres slagen dus niet.

Conclusie en gevolgen

21. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom geen griffierecht terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.W. van de Kar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Staatscourant 2020, 19874.
2.Staatscourant 2020, 34308 (NOW 2) en Staatscourant 2020, 52209 (NOW 3).
3.Zie: artikel 8, eerste en tweede lid, van de NOW 1, artikel 10, eerste en tweede lid, van de NOW 2 en artikel 7, eerste en tweede lid, onder a en b, van de NOW 3.