ECLI:NL:RBAMS:2025:10472

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
11840926 \ CV EXPL 25-11149
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling parkeerabonnement wegens onvoldoende informatieplicht

Q-Park Operations Netherlands B.V. vordert betaling van onbetaald abonnementsgeld van een parkeerabonnement van gedaagde partij. De vordering omvat hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en rente. Q-Park stelt dat de overeenkomst online is gesloten en overlegt een bevestigingsbrief en schermafdrukken van het bestelproces.

De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of aan de informatieplichten is voldaan en of de bedingen oneerlijk zijn conform Richtlijn 93/13/EG. De overgelegde schermafdrukken zijn ongedateerd en algemeen van aard, waardoor niet kan worden vastgesteld of gedaagde partij deze daadwerkelijk heeft gezien bij het sluiten van de overeenkomst op 16 januari 2024.

Hierdoor kan niet worden getoetst of aan de informatieplichten is voldaan. Q-Park heeft haar stelplicht niet voldoende vervuld, zodat de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan Q-Park opgelegd, begroot op nihil aan de zijde van gedaagde partij.

Uitkomst: De vordering tot betaling van abonnementsgeld wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van naleving van informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11840926 \ CV EXPL 25-11149
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Bij dagvaarding van 4 augustus 2025, met producties, heeft eisende partij een vordering ingesteld tegen gedaagde partij.
1.2.
Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin geantwoord, zodat tegen gedaagde partij verstek is verleend. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.

2.Gronden van de beslissing

2.1.
Q-Park vordert dat gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.243,84 aan hoofdsom, € 449,38 aan buitengerechtelijke kosten en € 258,68 aan tot dagvaarding vervallen rente, te vermeerderen met wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom vanaf de dag der dagvaarding en met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De vordering bestaat uit onbetaald gelaten abonnementsgelden, die ook na aanmaning niet zijn voldaan, aldus eisende partij. Eisende partij stelt dat gedaagde partij met haar online een overeenkomst (een parkeerabonnement) heeft gesloten. Ter toelichting heeft eisende partij de aan gedaagde partij gezonden bevestigingsbrief van de overeenkomst per 16 januari 2024 en printscreens van het bestelproces op de website van eisende partij overgelegd. Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn de algemene voorwaarden, versie 2.2024, van eisende partij van toepassing. Deze algemene voorwaarden zijn ook door eisende partij overgelegd.
2.3.
De overeenkomst waarop eisende partij zich beroept, is gesloten met een consument. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of eisende partij de informatieplichten ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft nageleefd en of de bedingen in de gesloten overeenkomst oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/ EG (Richtlijn oneerlijke bedingen).
2.4.
Als onvoldoende gemotiveerd wordt gesteld dat tegenover de gedaagde partij is voldaan aan de informatieplichten, kan de vordering niet worden toegewezen. In dit verband wordt verwezen naar het Arvato-arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677, rechtsoverweging 3.1.17). Geoordeeld wordt dat hiervan sprake is. Weliswaar stelt eisende partij in de dagvaarding dat zij heeft voldaan aan haar informatieplichten, maar dat kan aan de hand van de gegeven onderbouwing niet worden vastgesteld. Eisende partij heeft haar stellingen namelijk onderbouwd met ongedateerde schermafdrukken. De overeenkomst tussen partijen is gesloten op 16 januari 2024, zodat schermafdrukken van het bestelproces van dat jaar moeten worden overgelegd. Daar komt bij dat eisende partij in de dagvaarding zelf al aangeeft dat de productie een algemeen voorbeeld betreft en niet specifiek het door gedaagde partij doorlopen proces van aanmelding. Eisende partij heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde partij het bestelproces, zoals weergegeven in de schermafdrukken, destijds onder ogen heeft gekregen. Hierdoor kan niet worden getoetst of tegenover de gedaagde partij aan de informatieplichten is voldaan.
2.5.
De voor de beoordeling van belang zijnde feiten zijn door eisende partij dan ook niet volledig aangevoerd, waardoor (de totstandkoming van) de overeenkomst niet kan worden getoetst. Eisende partij heeft daardoor niet voldaan aan haar stelplicht en dat leidt tot afwijzing van de vordering. Aan de beoordeling van de bedingen in de overeenkomst wordt niet toegekomen.
2.6.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van gedaagde partij op nihil worden begroot.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
57327