Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het (voorwaardelijk) tegenverzoek
4.De beoordeling
“kennis en expertise op het gebied van (complexe) zakelijke krediet produkten’.
Rechtbank Amsterdam
Werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer primair wegens disfunctioneren en subsidiair op combinatiegrond. Werknemer is sinds 1999 in dienst en vervult sinds 2023 de functie van Partnermanager, waarin hij onvoldoende zakelijke kredietkennis bezit en zijn targets niet haalt.
Hoewel werkgever stelde dat werknemer onvoldoende functioneert en onvoldoende initiatief toont, heeft de kantonrechter geoordeeld dat werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat werknemer een serieus en reëel verbetertraject is aangeboden, inclusief adequate scholing en begeleiding. De leidinggevenden erkenden zelf dat zij zich hadden verkeken op de benodigde kennis voor de functie.
Daarnaast heeft werkgever onvoldoende inspanningen verricht om werknemer binnen het bedrijf te herplaatsen, ondanks diens lange dienstverband en leeftijd. De kantonrechter concludeert dat werkgever tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat ontbinding niet kan worden toegewezen.
De proceskosten worden aan werkgever opgelegd. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwd disfunctioneren en onvoldoende herplaatsingsinspanningen.