ECLI:NL:RBAMS:2025:10545
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- M.C.M. Hamer
- E.M. de Bie
- C.M.S. Loven
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk bij verzoek tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens verblijf buiten Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 december 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep van Douai, Frankrijk. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De opgeëiste persoon was niet verschenen, maar zijn raadsman was wel aanwezig. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon juist was en dat hij de Surinaamse nationaliteit bezit. Uit het dossier bleek dat de opgeëiste persoon geen adres in Nederland heeft en sinds schorsing van zijn overleveringsdetentie door de rechter-commissaris verblijft in België, waar hij werkt en woont.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgeëiste persoon zich momenteel in Nederland bevindt, oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering. Tevens werd het geschorste bevel tot overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat de opgeëiste persoon niet in Nederland verblijft.