Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 maart 2025, met producties,
- het tegen [gedaagde 1] verleende verstek,
- de conclusie van antwoord van de bestuurders van 25 juni 2025, met producties,
- het tussenvonnis van 23 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, en de zittingsaantekeningen van de griffier,
- de akte eiswijziging van 5 november 2025 en de reactie daarop van de zijde van de bestuurders van dezelfde datum.
2.De feiten
start-upvastgoedonderneming. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn (indirect) bestuurders van [gedaagde 1] .
3.Het geschil
Ten aanzien van [gedaagde 1] :
€ 442.500,-;
Ten aanzien van de bestuurders:
4.De beoordeling
“Om over te gaan tot het ondertekenen van de overeenkomst, wachten wij op een definitieve check van onze partner in Amerika”en
“Het is op dit moment als aangegeven nog wachten op HSBC (die zaken vertraagt) om de toegezegde middelen vanuit USA vrij te geven en zodoende kunnen worden bijgeschreven op onze bankrekening en wij vanaf dat moment (…) over kunnen gaan tot ondertekening van de koopovereenkomst”. Ook blijkt dit uit een Whatsapp-bericht waarnaar Nummer 14 heeft verwezen, waarin [gedaagde 1] daags voordat de koopovereenkomst werd getekend heeft laten weten dat zij een leningsovereenkomst heeft getekend.
Beklamel-norm [1] .
‘red flags’van [naam 3] :
KYC-onderzoek;
“ [naam 3] of nader te noemen meester”inclusief een adres, een geboorteplaats en geboortedatum. Deze overeenkomst is op elke pagina naast de woorden ‘paraaf leningverstrekker’ geparafeerd en op de slotpagina boven ‘leningverstrekker’ ondertekend.
red flags. Die aanwijzingen zijn alleen niet zodanig dat de bestuurders, die een adviseur hadden ingeschakeld, destijds al hadden moeten begrijpen dat [naam 3] niet zou bestaan. Nummer 14 heeft zelf verder geen concrete aanwijzingen gegeven waaruit blijkt dat de bestuurders voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst wisten of behoorden te begrijpen dat [gedaagde 1] de verplichtingen uit die overeenkomst niet zouden kunnen nakomen.
- kosten dagvaarding: € 145,45
- griffierecht: € 6.861,00
- salaris advocaat: € 3.502,00 (1,0 punt x tarief VII: € 3.502,00).
- griffierecht: € 2.723,00
- salaris advocaat: € 7.004,00 (2,0 punt x tarief VII: € 3.502,00).