ECLI:NL:RBAMS:2025:10665

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
13/050050-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling in de Sky-ECC zaak voor het medeplegen van in- en uitvoer van cocaïne en voorbereiding van cocaïnehandel

In de Sky-ECC zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 24 december 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het medeplegen van in- en uitvoer van 196 kilogram cocaïne en de voorbereiding van cocaïnehandel. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. De zaak kwam voort uit het strafrechtelijk onderzoek Argus, waarin criminele samenwerkingsverbanden van gebruikers van cryptocommunicatie via de aanbieder SkyECC werden onderzocht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij de invoer van 70 kilogram cocaïne in Nederland en de uitvoer van in totaal 126 kilogram cocaïne naar België. De verdachte had een aansturende en coördinerende rol in de criminele activiteiten, waarbij hij gebruik maakte van versleutelde communicatie om de drugshandel te organiseren. De rechtbank heeft de bewijswaarde van de SkyECC-chats zorgvuldig gewogen en vastgesteld dat de verdachte de enige gebruiker was van de betrokken Sky-accounts. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de bewezen feiten strafbaar zijn en dat de verdachte een aanzienlijke gevangenisstraf moet ondergaan, gezien de ernst van de feiten en de impact van de drugshandel op de samenleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/050050-24
Datum uitspraak: 24 december 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[de verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
Van 11 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.Ph.Chr. Wester, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is samengevat tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan
1. primair: medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van 70 kilogram cocaïne in Nederland in de periode van 29 april 2020 tot en met 7 mei 2020,
subsidiair tenlastegelegd als de poging hiertoe;
2. medeplegen van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van
- 21 kilogram in de periode van 19 augustus 2020 tot en met 17 september 2020;
- 36 kilogram in de periode van 29 september 2020 tot en met 5 oktober 2020;
- 23 kilogram in de periode van 8 oktober 2020 tot en met 9 oktober 2020;
- 16 kilogram in de periode van 2 november 2020 tot en met 4 november 2020;
- 30 kilogram in de periode van 12 december 2020 tot en met 13 december 2020,
cocaïne, in de periode van 19 augustus 2020 tot en met 13 december 2020 in Nederland;
3. medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne in de periode van 24 november 2019 tot en met 22 februari 2021 in Nederland.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt
als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd.
Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Inleiding
In het strafrechtelijk onderzoek Argus is onderzoek gedaan naar criminele samenwerkingsverbanden van gebruikers van cryptocommunicatie via aanbieder SkyECC waarbij veel versleutelde berichten zijn ontdekt. De rechter-commissaris heeft toestemming verleend om voor een gelimiteerd aantal categorieën misdrijven onderzoek te doen naar de ontsleutelde informatie. Binnen Argus is gezocht op zoekwoorden in de categorie verdovende middelen/cocaïne. Daardoor zijn onder andere de berichten van Sky-ID’s [sky-ID] en [Sky-ID] in beeld gekomen. De politie heeft vervolgens onderliggend onderzoek gestart, dat de naam Homilton heeft gekregen.
3.2.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten, waaronder het primaire feit onder 1, kunnen worden bewezen. Vastgesteld kan worden dat verdachte de gebruiker is geweest van de Sky-ID’s [sky-ID] en [Sky-ID] . Uit de berichten blijkt ook dat sprake is van medeplegen. Verdachte had daarbij een aansturende en coördinerende rol.
3.3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit. Kort samengevat zijn in dit kader de volgende verweren gevoerd.
Identificatie accounts
Er kan niet buiten redelijke twijfel worden aangenomen dat verdachte gedurende de gehele tenlastegelegde periode de enige gebruiker van het Sky-account [sky-ID] is geweest. Het Sky-account is gekoppeld geweest aan meerdere IMEI-nummers. Daarnaast maakte het IMEI-nummer eindigend op [nummer] in de periode van 31 juli 2020 tot en met 11 september 2020 gebruik van Cell-ID’s op de [geboorteland] . Dat is de plek waar verdachte geboren is en op basis van vluchtgegevens is vast komen te staan dat verdachte daar gedurende die periode verbleef. Uit het chatverkeer van het Sky-account [sky-ID] volgt dat de gebruiker tijdens deze periode berichten stuurt dat hij verdovende middelen in Nederland voorhanden heeft. Ook stuurt de gebruiker van het Sky-account [sky-ID] een bericht dat hij rijdt in een zwarte Hyundai, terwijl uit het dossier niet volgt dat verdachte in zo’n auto heeft gereden. Tot slot wordt de gebruiker van het Sky-account [sky-ID] meerdere malen ‘ [bijnaam] ’ genoemd. Deze bijnaam is op geen enkele wijze aan verdachte toe te schrijven.
Feit 1
De container met de cocaïne is al voor of op 29 april 2020 in Nederland voor release gegeven, terwijl tenlastegelegd is dat de cocaïne in de periode van 29 april 2020 tot en met 7 mei 2020 is ingevoerd. Het chatverkeer met de gebruiker van het Sky-account dat aan verdachte wordt gelinkt, ziet ook alleen op het uithalen van de cocaïne, en niet op het invoeren daarvan. Ook is geen sprake van een poging van invoer van de cocaïne, omdat er voor 29 april 2020 geen begin van uitvoering is geweest. Indien de rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van een poging, is deze absoluut ondeugdelijk geweest, omdat de cocaïne al in beslag was genomen op het moment dat hiernaar in de haven werd gezocht.
Feit 2
Op basis van het chatverkeer kan niet worden vastgesteld dat over cocaïne of een ander middel van de Opiumlijst gesproken wordt. Subsidiair kan niet worden bewezen dat verdachte als medepleger de genoemde hoeveelheden in de tenlastelegging heeft uitgevoerd.
Feit 3
Op basis van de chats komt onvoldoende vast te staan dat verdachte een drugslijn heeft opgezet en dat verdachte middelen voorhanden heeft gehad die bestemd zijn voor een misdrijf waarop 8 jaar gevangenisstraf is gesteld.
3.4.
Het oordeel van de rechtbank
3.4.1.
Bewijswaarde SkyECC-chats
Het bewijs bestaat voornamelijk uit de inhoud van chatgesprekken van SkyECC-gebruikers. De inhoud van deze gesprekken is in sommige gevallen niet volledig ontsleuteld, waardoor de rechtbank niet de beschikking heeft over alle SkyECC-chats die in verband staan met de tenlastegelegde feiten en de gesprekken soms eenzijdig te lezen zijn. De rechtbank zal gelet hierop behoedzaam omgaan met de inhoud van de SkyECC-chats.
3.4.2.
Identificatie van de gebruiker van de Sky-accounts [sky-ID] en [Sky-ID]
Allereerst dient de rechtbank de vraagt te beantwoorden of verdachte kan worden geïdentificeerd als gebruiker van de Sky-ID’s [sky-ID] en [Sky-ID] .De raadsman heeft aangevoerd dat er specifieke aanwijzingen zijn dat verdachte op bepaalde momenten niet de gebruiker van het Sky-account [sky-ID] kan zijn geweest.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte de enige gebruiker is geweest van de Sky-accounts [sky-ID] en [Sky-ID] gedurende de gehele tenlastegelegde periode. Verdachte heeft niet ontkend dat hij de gebruiker is geweest van de Sky-accounts en heeft zich telkens op zijn zwijgrecht beroepen. Anders dan de raadsman, acht de rechtbank de door hem aangevoerde specifieke chatberichten niet in strijd met de bewijsmiddelen dat verdachte de enige gebruiker is geweest van de Sky-ID’s. Uit de inhoud van de chats van het account [sky-ID] volgt dat de gebruiker van het account niet telkens fysiek aanwezig was bij het verrichten van de besproken handelingen, zoals het vervoeren of ophalen van bepaalde goederen. Gelet hierop kan niet worden uitgesloten dat de gebruiker van het account [sky-ID] op afstand, zoals vanaf de [geboorteland] , berichten heeft verstuurd. Dat er berichten over een zwarte Hyundai zijn geweest en de gebruiker mogelijk ook de bijnaam ‘ [bijnaam] ’ heeft gehad, is op zich niet strijdig met de bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte de gebruiker van het account [sky-ID] is geweest, en maken het bewijs dan ook niet minder overtuigend.
De rechtbank zal daarom de gebruiker van de Sky-ID’s [sky-ID] en [Sky-ID] hierna aanduiden als verdachte.
3.4.3.
Bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde (medeplegen van invoer van 70 kilogram cocaïne)
Op 7 mei 2020 heeft de Douane bij de haven van [plaats] een container doorzocht en twee sporttassen aangetroffen met daarin 70 blokken die positief getest zijn op cocaïne met een totaalgewicht van 70,8 kilogram.
In de periode tussen 29 april 2020 en 8 mei 2020 heeft verdachte meerdere chatgesprekken gevoerd met andere gebruikers van Sky-ID’s over het uithalen van 70 stuks uit een container bij de haven van [plaats] . De inhoud van het chatverkeer van verdachte komt overeen met de inbeslaggenomen 70 kilogram cocaïne in [plaats] . De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met anderen de (inbeslaggenomen) 70 kilogram cocaïne heeft ingevoerd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Verlengde invoer van de cocaïne
Uit de tekst van de definitiebepaling in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet blijkt wat onder het invoeren van verdovende middelen wordt begrepen. Dat is niet alleen het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de verdovende middelen, maar ook het verrichten van handelingen die zijn gericht op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht van verdovende middelen die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, de zogenaamde ‘verlengde invoer’.
De Hoge Raad heeft in een al wat ouder arrest uitgemaakt dat de in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet voorkomende term ‘op verdere vervoer gerichte handeling’ niet slechts betrekking heeft op handelingen verricht
nadatde middelen feitelijk Nederland zijn binnengebracht. [1] Verder is bepaald dat handelingen die zijn verricht na inbeslagneming van cocaïne, niet kunnen strekken tot de invoer of het verdere vervoer en de overdracht van die cocaïne. [2]
In deze zaak is de cocaïne ingevoerd door middel van een containerschip dat vanuit de Dominicaanse Republiek via de haven van Rotterdam uiteindelijk in de haven van [plaats] is gelost. Uit het chatverkeer blijkt niet dat verdachte betrokken is geweest bij de transport van de cocaïne naar Nederland, maar wel dat hij met anderen het verdere transport na de invoer van de cocaïne heeft georganiseerd. De rechtbank stelt vast dat verdachte voordat de cocaïne in beslag is genomen meerdere handelingen heeft verricht met het oog op de verdere invoer.
Voor de inbeslagname zijn uithalers, aangestuurd door verdachte en zijn Sky-contacten, naar de haven van [plaats] gegaan om de cocaïne uit de container te halen en verder te vervoeren. Hierbij stond verdachte in nauw contact met anderen over hoe en wanneer de uithalers naar de haven moesten en hoeveel de uithalers hiermee zouden verdienen. Zonder de wetenschap van de inhoud van de container kon verdachte deze aansturende rol niet vervullen. De chatgesprekken zijn duidelijk gericht op het veiligstellen van de cocaïne na aankomst in [plaats] . Verdachte en zijn Sky-gesprekspartners beschikten daarbij over essentiële informatie over de container met de cocaïne, zoals de vaarroute, de locatie van de aankomst van de container, de hoeveelheid van de cocaïne en de rederij van het containerschip. Ook blijkt uit het chatverkeer dat het de bedoeling was een deel van de cocaïne aan anderen te verstrekken en een ander deel te verkopen. De rechtbank stelt vast dat het opzet van verdachte en zijn Sky-contacten gericht was op de verlengde invoer van de 70 kilogram cocaïne, waarbij de invoer van de cocaïne in Nederland is voltooid. Dat de cocaïne in beslag is genomen voordat verdachte de verdovende middelen in handen heeft gekregen, maakt dit niet anders.
Medeplegen
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de (verlengde) invoer van de cocaïne nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt. Uit de chats blijkt dat het plan om de cocaïne in te voeren door verdachte in een groepschat en een één op één chat is besproken, waarbij meerdere Sky-gebruikers een bijdrage hebben geleverd aan het opzetten van het plan, zoals het aansturen van de uithalers en het verkrijgen van informatie over de container. Ook is sprake geweest van twee uithaalpogingen, waarbij verdachte een aansturende rol heeft gehad. Gelet hierop heeft verdachte een materiële bijdrage geleverd van voldoende gewicht.
3.4.4.
Feiten 2 en 3: Algemene overweging met betrekking tot vaststelling cocaïne
Anders dan bij het onder 1 tenlastegelegde is er geen cocaïne inbeslaggenomen ten aanzien van het tenlastegelegde onder 2 en 3. Het bewijs bestaat enkel uit de inhoud van de Sky chatgesprekken. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van de chats kan worden vastgesteld dat het bij die feiten ook om cocaïne gaat. Verdachte heeft berichten met woorden zoals ‘boli’ en ‘colo’ gestuurd. Dit zijn termen die in het drugsjargon zien op cocaïne uit Bolivia en Colombia. De termen ‘stuks’ ‘st’ en ‘spullen’ verwijzen in dit verband naar blokken van één kilogram cocaïne. Het berichtenverkeer bevat ook afbeeldingen van rechthoekige witte blokken met stempels en er worden prijzen genoemd die passen bij die van kilo’s cocaïne. Verdachte heeft zich tot en met de behandeling op zitting op zijn zwijgrecht beroepen en geen andere uitleg gegeven over de betekenis van deze berichten. Ook neemt de rechtbank mee dat ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde daadwerkelijk (geteste) cocaïne in beslag is genomen. Dit maakt het nog eens te meer aannemelijk dat verdachte zich ook op andere momenten met de handel cocaïne bezig hield en daarover berichten stuurde. Ten slotte wordt overwogen dat er wat betreft het tenlastegelegde onder 2 steeds sprake was van dezelfde afnemer, wat een scenario dat sprake kan zijn geweest van nepcocaïne, volstrekt onaannemelijk maakt. Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, kan de rechtbank aldus met voldoende zekerheid vaststellen dat ook de berichten die redengevend zijn voor het bewijs van het onder 2 en 3 tenlastegelegde over cocaïne gaan.
3.4.5.
Bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde (medeplegen van uitvoer van in totaal 126 kilogram cocaïne)
De rechtbank is van oordeel dat uit de chatberichten blijkt dat verdachte samen met anderen in de periode van 19 augustus 2020 tot en met 13 december 2020 vijfmaal in totaal 126 kilogram cocaïne Nederland heeft uitgevoerd. Uit de chats blijkt dat verdachte telkens de hoeveelheden cocaïne en het tijdstip en de dag van de overdracht met de afnemer afspreekt. Voorafgaand aan de transporten gaat verdachte op zoek naar een koerier en ontvangt van de afnemer het adres van de overdrachtslocatie. Vervolgens houdt verdachte nauw contact met zowel de koerier als de afnemer op het moment dat de cocaïne onderweg is, en bericht over de geschatte aankomsttijd en of de koerier al de grens over is. Op 16 september 2020 rijdt verdachte zelf mee met het transport van 21 kilogram cocaïne naar België. Uit de chats blijkt dat de transporten zijn geslaagd door middel van berichten als ‘Done’, ‘He gave alllready’ en ‘Afgegeven’. Dat de cocaïne buiten het grondgebied van Nederland is gebracht wordt ondersteund door de APN-gegevens van de koerier waarbij de telefoon van de desbetreffende vervoerder telkens in België uitpeilt op het moment dat de berichten dat de transport was gelukt werden verstuurd.
Medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte bij de transporten steeds nauw en bewust met anderen samengewerkt om de cocaïne uit te voeren, zodat sprake is van medeplegen. Uit de chats komt naar voren dat verdachte een coördinerende rol heeft gehad bij het transport van de cocaïne door middel van het aansturen van een koerier en in contact te staan met de afnemer van de cocaïne. Verdachte hield overzicht over het transport van de cocaïne en is ook een keer met de transporteur meegereden. De rechtbank stelt gelet op het voorgaande ook vast dat zijn bijdrage van essentiële betekenis was.
3.4.6.
Bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde (medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op verkoop van cocaïne)
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich samen met anderen in de periode van 24 november 2019 tot en met 22 februari 2021 schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van het verkopen van cocaïne. Tijdens deze periode heeft verdachte als gebruiker van de twee Sky-ID’s [sky-ID] en [Sky-ID] berichten verstuurd die betrekking hadden op de handel in cocaïne. Hierbij maakte verdachte gebruik van encryptie-telefoons. Uit het chatverkeer blijkt dat verdachte foto’s van blokken cocaïne uitwisselt, vraagt of zijn Sky-contacten de blokken kunnen verkopen en inlichtingen verstrekt over de prijzen. Verdachte staat hierbij steeds in nauw contact met andere Sky-gebruikers en werkt met hen samen om de koop van cocaïne voor te bereiden en te bevorderen. Dat verdachte inlichtingen uitwisselt over het transporteren van cocaïne - al dan niet per luchtpost - kan niet worden vastgesteld. Gelet hierop acht de rechtbank het tenlastegelegde onder 3 bewezen zoals hierna in rubriek 4 opgenomen.
3.4.7.
Voorwaardelijk verzoek tot horen van getuigen
De verdediging heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan om – als de rechtbank van oordeel is dat een bewezenverklaring kan volgen – het onderzoek te heropenen om zeven getuigen te horen. De raadsman heeft hetzelfde verzoek op 15 januari 2025 bij de rechter-commissaris gedaan. De rechter-commissaris heeft het verzoek op 10 april 2025 afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank acht nader onderzoek naar de gebruikers van de Sky-accounts niet noodzakelijk met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Het voorwaardelijke verzoek tot aanhouding om getuigen te horen wordt dan ook afgewezen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
t.a.v. feit 1
in de periode van 29 april 2020 tot en met 7 mei 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 70 kilogram cocaïne;
t.a.v. feit 2
in de periode 19 augustus 2020 tot en met 13 december 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen meermalen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht
- ongeveer 21 kilogram de periode van 19 augustus 2020 tot en met 17 september 2020 en
- ongeveer 36 kilogram in de periode van 29 september 2020 tot en met 5 oktober 2020 en
- ongeveer 23 kilogram in de periode van 8 oktober 2020 tot en met 9 oktober 2020 en
- ongeveer 16 kilogram in de periode van 2 november 2020 tot en met 4 november 2020 en
- ongeveer 30 kilogram in de periode van 12 december 2020 tot en met 13 december 2020,
cocaïne;
t.a.v. feit 3
in de periode van 24 november 2019 tot en met 22 februari 2021 in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met andere om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het verkopen van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen, zich en anderen gelegenheid en inlichtingen tot het
plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, hebbende verdachte en verdachtes mededaders
- inlichtingen en foto’s van verdovende middelen uitgewisseld met betrekking tot de koop en verkoop van verdovende middelen en voorwerpen voorhanden gehad, waarvan hij dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende verdachte en zijn mededaders
- PGP-telefoon voorhanden gehad.

5.De strafbaarheid van de feiten en verdachte

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

6.De strafmotivering

6.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de strafverzwarende omstandigheid dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd tijdens zijn schorsing van de voorlopige hechtenis vanwege een andere soortgelijke verdenking in Noord-Holland.
6.2.
Het strafmaatverweer van de verdediging
De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de toepassing van artikel 63 Sr en de beperkte, want bemiddelende, rol die verdachte in het geheel heeft gehad.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijftien maanden schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne. Hierbij heeft verdachte samen met anderen cocaïne binnen en buiten Nederland gebracht met een totale hoeveelheid van 196 kilogram. Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte bij het plegen van de feiten een leidinggevende en coördinerende rol had. Zijn bijdrage was dus essentieel. Verdachte ging professioneel te werk door gebruik te maken van Sky-telefoons en tussenpersonen. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het internationale drugscircuit. De handel in cocaïne heeft een zeer ontwrichtende werking op de samenleving, niet alleen vanwege de nadelige gevolgen voor de gebruikers, maar ook omdat de drugshandel hand in hand gaat met ernstige gewelds- en vermogensdelicten. Verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht en lijkt op geen enkele manier verantwoordelijkheid voor zijn handelen te hebben genomen of in te zien hoe verkeerd zijn handelen is geweest.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 5 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte op 28 april 2025 door de rechtbank Noord-Holland is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar voor soortgelijke feiten gepleegd in de periode van 2011 tot en met 2017. De uitspraak is nog niet onherroepelijk. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat artikel 63 Sr van toepassing is.
In strafverzwarende zin neemt de rechtbank mee dat verdachte tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis van de strafzaak bij de rechtbank Noord-Holland de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd. Er is niet gebleken dat die strafzaak enige afschrikkende werking heeft gehad.
Op basis van alle hierboven genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan met een met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Gelet op de straffen opgelegd in vergelijkbare zaken komt de rechtbank tot een andere straftoemeting dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf opleggen van vier jaar met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

7.Voorlopige hechtenis

Verdachte is geschorst tot de einduitspraak van de rechtbank in deze zaak. De raadsman heeft verzocht het bevel van de voorlopige hechtenis op te heffen, althans verdachte bij einduitspraak opnieuw te schorsen. De officier van justitie heeft zich hiertegen verzet.
Niet is gebleken dat verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in deze zaak opnieuw een fout heeft begaan. Hoewel het recidivegevaar nog steeds aanwezig is en het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis daarom wordt afgewezen, wegen op dit moment de persoonlijke belangen van verdachte naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het strafvorderlijk belang. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis van verdachte opnieuw schorsen onder algemene voorwaarden. Het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt apart opgemaakt.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen, zowel op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) (klassiek beslag) als op grond van artikel 94a Sv (conservatoir beslag):
1. een personenauto (G814573);
2. een geldbedrag van € 952,95 (G814510);
3. een beautycase (G814569);
4. een portemonnee (G814562);
5. een rugzak (G814526);
6. een koffer (G814519);
7. een laptophoes (G814516);
8. een tas (G814525);
9. een toilettas (G814544);
10. een portemonnee (G814539);
11. een tas (G814523);
12. een tas (G814550);
13. een tas (G814520);
14. een tas (G814522);
15. een portemonnee (G814552);
16. een tas (G814514);
17. een tas (G814517);
18. een tas (G814507);
19. een tas (G814534).
Omdat er nog steeds klassiek beslag (artikel 94 Sv) op deze voorwerpen ligt en deze voorwerpen niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, dient de rechtbank op grond van artikel 353 Sv te bepalen dat deze voorwerpen worden teruggegeven aan verdachte. In dit artikel is ook bepaald dat deze beslissing ieders rechten ten aanzien van de voorwerpen onverlet laat. Vanwege het conservatoir beslag en de tegelijk met deze strafzaak uitgesproken ontnemingszaak, zullen deze voorwerpen in de praktijk niet terug gaan naar verdachte.

9.De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen
47, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht,
2, 10 en 10a van de Opiumwet.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
t.a.v. feit 1:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;
t.a.v. feit 2:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
t.a.v. feit 3:
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich en een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[de verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
4 (vier) jaren.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Beslag
Gelast de teruggave aan verdachte van:
1. een personenauto (G814573);
2. een geldbedrag van € 952,95 (G814510);
3. een beautycase (G814569);
4. een portemonnee (G814562);
5. een rugzak (G814526);
6. een koffer (G814519);
7. een laptophoes (G814516);
8. een tas (G814525);
9. een toilettas (G814544);
10. een portemonnee (G814539);
11. een tas (G814523);
12. een tas (G814550);
13. een tas (G814520);
14. een tas (G814522);
15. een portemonnee (G814552);
16. een tas (G814514);
17. een tas (G814517);
18. een tas (G814507);
19. een tas (G814534).
Voorlopige hechtenis
Wijst afhet verzoek tot
opheffingvan het bevel tot voorlopige hechtenis.
Beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis, welke beslissing apart is opgemaakt.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M. Loots, voorzitter,
mrs. C. Wildeman en B.J. Blok, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december 2025.
[--]
[--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]
  • [--]

8.

[--]
[--]
[--]

Voetnoten

1.Hoge Raad 2 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:AB8028.
2.Hoge Raad 15 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0975.