Uitspraak
[woonplaats].
Het hof is van oordeel dat tussen 11 mei 1989 en de behandeling in hoger beroep, te weten 25 maart 1991 meer tijd is verstreken dan wenselijk is te achten, doch acht die termijn niet onredelijk lang als bedoeld in genoemde verdragsbepaling. Het betoog van de raadsvrouw wordt daarom verworpen.’’
na aankomst in Nederlandeen op de ontvangst gerichte handeling is als bedoeld in het vierde lid van art. 1 Opiumwet Pro.) De bewezenverklaring is mitsdien onvoldoende met redenen omkleed.
2 juni 1992.