ECLI:NL:RBAMS:2025:10701

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
13/222390-25 (zaak A) en 13/240501-25 (zaak B, ter terechtzitting gevoegd)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het tweemaal voorhanden hebben van verdovende middelen en voorbereidingshandelingen van drugs

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van verdovende middelen en voorbereidingshandelingen voor de drugshandel. De zaak betreft twee afzonderlijke parketnummers, 13/222390-25 (zaak A) en 13/240501-25 (zaak B), die ter terechtzitting op 11 november 2025 zijn gevoegd. De verdachte is beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, MDMA en amfetamine op twee verschillende data, en van het voorbereiden van de verhandeling van deze middelen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn en dat de rechtbank bevoegd is om de zaak te behandelen. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld, terwijl de verdediging zich op verschillende punten heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de verdachte uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 195 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en heeft bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbonden. Tevens is er een taakstraf van 120 uur opgelegd. De rechtbank heeft de verdachte schuldig bevonden aan het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en heeft de verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen en de onttrekking aan het verkeer van verdovende middelen bevolen. De rechtbank heeft ook de voorlopige hechtenis opgeheven, aangezien de verdachte deze tijd al in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/222390-25 (zaak A) en 13/240501-25 (zaak B, ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 25 november 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende op het adres [adres 1]

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2025.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J. de Krijger, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T. Novaković, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich telkens in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:
zaak A:
1. het opzettelijke aanwezig hebben gehad van een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of 3-MMC en/of amfetamine op 10 augustus 2025;
2. het voorbereiden van het verhandelen van verdovende middelen door voorwerpen tot het begaan van een dergelijk misdrijf voorhanden te hebben op 10 augustus 2025;
zaak B:
1. het opzettelijke aanwezig hebben gehad van 13,5 gram cocaïne en/of 13,4 gram MDMA en/of 5,9 amfetamine op 25 december 2023;
2. het voorbereiden van het verhandelen van verdovende middelen door verdovende middelen en andere voorwerpen tot het begaan van een dergelijk misdrijf voorhanden te hebben op 25 december 2023.
De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Hierbij geldt het volgende.
De rechtbank leest het in de eerste regel van het in zaak B onder 2 tenlastegelegde vermelde “25 december 2025” als “25 december 2023”, aangezien hier sprake is van een kennelijke misslag. Door de verbetering van deze misslag wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.

3.Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Zij heeft in zaak A aangevoerd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van 3-MMC, nu de stof niet door het NFI is getest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van 3-MMC. Voor het overige heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarnaast heeft zij voor feit 2 aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het eerste gedachtestreepje, te weten “het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen”. Uit het dossier blijkt niet dat de voorbereidingshandeling zien op het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen. Voor het overige refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het in zaak B onder 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft het onder 2 tenlastegelegde heeft zij verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het tweede gedachtestreepje, te weten “het opzettelijk vervaardigen”. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht die zien op het vervaardigen van verdovende middelen. Voor het overige refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank.
Tot slot heeft zij aangevoerd dat er in beide zaken sprake is van eendaadse samenloop.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ten aanzien van het in zaak A tenlastegelegde
4.3.1.1 De bewijsmiddelen
Aangezien verdachte dit feit heeft bekend en door de raadsvrouw geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering met een opsomming van de bewijsmiddelen.
De rechtbank baseert zich bij de bewezenverklaring op de redengevende feiten en
omstandigheden vervat in de inhoud van:
de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 11 november 2025;
een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025199091-49 van 12 augustus 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerd pag. 13-16;
een proces-verbaal van bevindingen ter zake vermoedelijke overtreding van artikel 2/B/C, en artikel 10A Opiumwet door verdachte [verdachte] , inclusief fotobijlagen met nummer PL1300-2025199091 van 21 augustus 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerd pag. 49-53;
een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met nummer 250825-822-261, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] , [opsporingsambtenaar 4] en [opsporingsambtenaar 5] , doorgenummerde pag. 120-125;
Een geschrift, te weten een NFI-rapport d.d. 5 september 2025, van [deskundige 1] , in de zaak tegen verdachte [verdachte] , doorgenummerd pag. 126;
Een geschrift, te weten een NFI-rapport d.d. 3 september 2025, van [deskundige 2] , in de zaak tegen verdachte [verdachte] , doorgenummerd pag. 127;
Een geschrift, te weten een NFI-rapport d.d. 3 september 2025, van [deskundige 2] , in de zaak tegen verdachte [verdachte] , doorgenummerd pag. 128;
Een geschrift, te weten een NFI-rapport d.d. 3 september 2025, van [deskundige 2] , in de zaak tegen verdachte [verdachte] , doorgenummerd pag. 129.
4.3.1.2 Overweging ten aanzien van feit 1
Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het opzettelijk aanwezig hebben van 3-MMC niet kan worden bewezen, omdat dit niet volgt uit het dossier.
4.3.1.3. Overweging ten aanzien van feit 2
De rechtbank is, net als de raadsvrouw, van oordeel dat het eerste gedachtestreepje (het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen) niet bewezen kan worden, nu dit niet blijkt uit het dossier.
4.3.2.
Ten aanzien van het in zaak B tenlastegelegde
De rechtbank acht, gelet op de bewijsmiddelen in het dossier, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft gepleegd. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en van de verdediging behoeft dit oordeel geen nadere motivering.
4.3.2.1. Overweging ten aanzien van feit 2
De rechtbank is, net als de raadsvrouw, van oordeel dat het tweede gedachtestreepje (het opzettelijk vervaardigen) niet bewezen kan worden, nu dit niet blijkt uit het dossier.
4.3.3.
Ten aanzien van het in zaak A en in zaak B tenlastegelegde
De rechtbank is van oordeel dat er in zaak B (waarbij de verdovende middelen ook onder 2 ten laste zijn gelegd) ten aanzien van de verdovende middelen sprake is van eendaadse samenloop. Voor het overige is er sprake van meerdaadse samenloop, omdat het enkel aanwezig hebben van verdovende middelen volgens de rechtbank niet voldoende is voor een bewezenverklaring van voorbereidingshandeling die zien op het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van verdovende middelen. Hiervoor is meer vereist, zoals het (in zaak A onder 2 en zaak B onder 2 tenlastegelegde) voorhanden hebben van andere voorwerpen, zoals sealbags, een geldtelmachine, een centrifuge, weegschalen, verpakkingsmaterialen en een vervoermiddel. In dat licht is de rechtbank van oordeel dat er met betrekking tot het respectievelijk in zaak A onder 1 en 2 tenlastegelegde en in zaak B onder 1 en 2 (met uitzondering van de verdovende middelen) tenlastegelegde sprake is van meerdaadse samenloop.
4.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.1.1. en in
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
ten aanzien van zaak A onder 1 tenlastegelegde
op 10 augustus 2025 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA en amfetamine behorende bij de goednummers 6695557, 6695567, 6695548 en 6695574, in elk geval middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
ten aanzien van zaak A onder 2 tenlastegelegde
op 10 augustus 2025 te Amsterdam, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren, en
- het opzettelijk vervaardigen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijsten, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
voor te bereiden en te bevorderen de navolgende voorwerpen:
meerdere sealbags
meerdere ponypacks
een geldtelmachine
een centrifuge
verpakkingsmateriaal
meerdere weegschalen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten;
ten aanzien van zaak B onder 1 tenlastegelegde
op 25 december 2023 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 13,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne, 13,4 gram van een materiaal bevattende MDMA en 5,9 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde cocaïne, MDMA en amfetamine, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
ten aanzien van zaak B onder 2 tenlastegelegde
op 25 december 2023 te Amsterdam om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren,
- een scooter en
- meerdere telefoons en
- 13,5 gram cocaïne, 13,4 gram MDMA en 5,9 gram amfetamine, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.

5.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

6.Motivering van de straf

6.1.
Strafeis van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijk gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden aan het voorwaardelijke strafdeel. Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf voor de duur van 120 uren gevorderd.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de eis van de officier van justitie te volgen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen
geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van
een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de
vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
6.3.1.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen die zien op de handel in harddrugs. Daarnaast heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid harddrugs.
Hieruit volgt dat verdachte zich niet heeft bekommerd om de schadelijke werking van harddrugs voor de gezondheid van gebruikers en de met drugshandel gepaard gaande keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ernstig ontwricht en overlast kan veroorzaken. Door zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van die keten van criminele activiteiten.
6.3.2.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 6 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast heeft verdachte op zitting aangegeven dat hij inziet dat hij verkeerd bezig was. Hij is bereid aan zichzelf te werken en zich te houden aan de bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering in het reclasseringsadvies van 29 oktober 2025.
Uit het reclasseringsadvies van 29 oktober 2025 volgt dat er bij verdachte sprake is van verslavingsproblematiek. Hij pleegde het ten laste gelegde om in zijn verslaving te kunnen voorzien. Daarnaast spelen er psychische problemen, die volgens betrokkene deels voortkomen uit familieproblemen. Hij staat op de wachtlijst bij Inforsa waar hij in januari 2026 kan starten met (ambulante) behandeling.
6.3.3.
Straf
De rechtbank heeft kennisgenomen van de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten, ofwel de afspraken die rechtbanken onderling
hebben gemaakt over op te leggen straffen voor dezelfde soort feiten.
Voor het opzettelijk aanwezig hebben van 1500 – 2000 gram harddrugs is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden. Daar komen de voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet nog bij.
De rechtbank is van oordeel dat een spoedige behandeling van verdachte in het kader van het verminderen van de kans op recidive prevaleert boven een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarom zal zij in het voordeel van verdachte afwijken van de oriëntatiepunten. Wel zal de rechtbank een hoger voorwaardelijk strafdeel verbinden aan de bijzondere voorwaarden dan de officier van justitie heeft geëist. Daarnaast zal de rechtbank ook de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 120 uur opleggen.
De rechtbank merkt op dat zij tot een andere berekening is gekomen van het aantal dagen voorlopige hechtenis dan de officier van justitie en de raadsvrouw. De verdachte is namelijk op 10 augustus 2025 in verzekering gesteld en met ingang van 23 september 2025 is de voorlopige hechtenis geschorst. Dit zijn 45 dagen.
Alles afwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 195 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren opleggen. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van 120 uur opleggen te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis als deze taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd.
Voorlopige hechtenis
Nu de verdachte de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf reeds in voorarrest heeft uitgezeten, zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7.Beslag

De beslaglijst is opgenomen in
bijlage IIIdie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
De rechtbank overweegt als volgt.
Verbeurdverklaren
De centrifuge, computer (
te weten: een geldtelmachine),weegschalen en verpakkingsmateriaal moeten verbeurd worden verklaard, omdat met betrekking tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan.
Onttrekken aan het verkeer
De verdovende middelen en de medicijnen moeten worden onttrokken aan het verkeer, nu deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemene belang en deze middelen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.
Teruggave aan de verdachte
Het geld en de vreemde valuta moeten worden teruggegeven aan verdachte, nu niet is gebleken dat deze zijn gerelateerd aan de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank overweegt hierbij dat hoewel het geld vermoedelijk afkomstig is uit de handel van drugs, de rechtbank niet tot verbeurd verklaring over kan gaan, gelet op de wijze waarop de handelingen zijn tenlastegelegd en bewezenverklaard. Niet kan worden vastgesteld dat het geld afkomstig is uit de bewezenverklaarde feiten.
Bewaring ten behoeve van de rechthebbende
De telefoon, sigaretten, sleutels en het kentekenbewijs moeten worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

9.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van zaak A onder 1 en zaak B onder 1 tenlastegelegde:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
ten aanzien van zaak A onder 2 en zaak B onder 2 tenlastegelegde:
een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van art. 10, voorbereiden, door voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Straf
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
195 (honderdvijfennegentig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die
straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot
150 (honderdvijftig) dagen, van deze gevangenisstraf niet
tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van
2(twee)jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de
proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd
niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
-
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich bij Inforsa Reclassering op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
-
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
Veroordeelde laat zich behandelen door Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. Hij is hiervoor aangemeld. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor (crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek). Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
-
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft, indien de toezichthouder dit nodig acht, in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dit nodig vindt Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
- Locatiegebod (met elektronische monitoring)
De huidige elektronische monitoring wordt voortgezet, zolang de reclassering dit nodig vindt.
Veroordeelde is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met betrokkene en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uur niet op het verblijfaders te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van 4 uur per dag vrij te besteden.
Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod.
Het huidige verblijfadres is [adres 1] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het openbaar ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen.
-
Dagbesteding
Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt aan bij het voorkomen van delictgedrag.
-
Meewerken aan middelencontrole
Veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen
van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht. bedoeld in artikel l4c, zesde lid, van
het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het
zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Geeft aan Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de
voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd.
Beslag
Verklaart verbeurd:
1. STK Centrifuge (goednummer 6695664);
1. STK Verpakkingsmateriaal (goednummer 6695592);
1. STK Weegschaal (goednummer 6695600);
1. STK Computer (goednummer 6695649);
1. STK Weegschaal (goednummer 6695601).
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
6 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695648)
132 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695518);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695541);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695552);
2 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695557);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 66955670);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695560)
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695574);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695582);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695597);
12 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695607);
90 STK Medicijn (goednummer 6695520);
740 STK Medicijn (goednummer 6695525);
216 STK Medicijn (goednummer 6695528);
564 STK Medicijn (goednummer 6695532);
156 STK Medicijn (goednummer 6695538);
10 STK Medicijn (goednummer 6695544);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695545);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695548);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695550);
268 STK Medicijn (goednummer 6695554);
217 STK Medicijn (goednummer 6695591);
19 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695617);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695627);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695638);
6 STK Medicijn (goednummer 6695539);
1. STK Medicijn (goednummer 6695540);
10 STK Medicijn (goednummer 6695543);
1. STK Medicijn (goednummer 6695546);
3 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695551);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695556);
8 STK Medicijn (goednummer 6695558);
5 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695562);
69 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695565);
60 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695568);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695570);
2 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695624);
17 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695621);
82 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695572);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695575);
7 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695578);
3 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695580);
98 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695585);
57 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695586);
4 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695590);
1. GR Verdovende Middelen (goednummer 6695593);
1. GR Verdovende Middelen (goednummer 6695594);
6 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695595);
157 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695596);
8 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695599);
7 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695602);
4 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695605);
1. STK Verdovende Middelen (goednummer 6695606);
21 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695609);
2 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695610);
18 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695612);
3 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695613);
6 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695614);
15 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695615);
39 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695616);
13 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695618);
1. GR Verdovende Middelen (goednummer 6695619);
6 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695646);
2 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695651);
8 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695652);
25 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695658);
15 STK Verdovende Middelen (goednummer 6722202);
14 STK Verdovende Middelen (goednummer 6695571);
143 GR Verdovende Middelen (goednummer 6695547);
10 GR Verdovende Middelen (goednummer 6725562).
Gelast de teruggave aan [verdachte] van:
3,00 EUR Geld (goednummer 6695604);
220,00 EUR Geld (goednummer 6695611);
20,00 BJN Geld Vreemde valuta (goednummer 6695526);
20,00 BJN Geld Vreemde valuta (goednummer 6695625);
1,00 BJN Geld Vreemde valuta (goednummer 6695660);
5,00 EUR Geld Euro (goednummer 6695659).
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:
2 STK Sigaret (goednummer 6695623);
1. STK Telefoontoestel (goednummer 6695628);
2 STK Sleutel (goednummer 6695654);
1. STK Kentekenbewijs (goednummer 6695622);
1. STK Sleutel (goednummer 6695573).
Voorlopige hechtenis
Heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. L.F. Bögemann en J.J.M. Graat, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.D. Hartman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 november 2025.
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]
[...]