AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlening zorgmachtiging op grond van Wvggz voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene was het niet eens met de diagnose en het verzoek, maar de rechtbank achtte de diagnose voldoende onderbouwd door een onafhankelijke psychiater en de arts ter zitting.
De psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang en agressie-uitingen. Betrokkene heeft zorg nodig om dit ernstig nadeel af te wenden. De advocaat van betrokkene pleitte afwijzing, stellende dat betrokkene zonder verplichte zorg een goed leven kan leiden, maar de rechtbank volgde de arts die stelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om medicatiestop en gevaarlijke situaties te voorkomen.
De rechtbank stelde verplichte zorgmaatregelen vast, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en opname in een accommodatie, allen voor een periode van zes maanden met maximale duur per toepassing. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
De zorgmachtiging wordt verleend tot uiterlijk 23 juni 2026. Het verzoek tot meer of andere maatregelen werd afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven op 23 december 2025 en schriftelijk uitgewerkt op 6 januari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/779782 / FA RK 25/9327
kenmerk: ZM/IND/185366
Beslissing op het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging
Beschikking van 23 december 2025de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum 1] 1991 te [geboorteplaats] (Turkije),
wonende te [adres] ,
verblijvende te Amsterdam, Arkin, [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam.
1.Procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van deze rechtbank van de zitting van 5 december 2025 waarbij de behandeling van het onderhavige verzoek werd aangehouden.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 december 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 december 2025, in het gebouw van Arkin, op de locatie [locatie] te Amsterdam.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- arts, de heer [naam] .
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen.
2.Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie. Betrokkene is het hier niet mee eens, maar de rechtbank ziet geen redenen om te twijfelen aan deze diagnose. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van voornoemde stoornis voldoende en duidelijk gemotiveerd door de onafhankelijke psychiater die de medische verklaring heeft opgemaakt en de arts ter zitting.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in :
- levensgevaar;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit omdat betrokkene geen zorgmachtiging wil. Betrokkene is van mening dat hij ook zonder verplichte zorg een goed leven kan leiden. Betrokkene is het niet eens met de diagnose schizofrenie. De arts heeft aangegeven dat betrokkene voorafgaand aan zijn opname als gevolg van zijn stoornis onvoldoende in staat was om zijn leven zelfstandig en op een adequate manier vorm te geven. Betrokkene is vanuit zijn psychotische klachten chaotisch in het denken en in het plannen van afspraken. Hij wisselt sterk van emotionele staat en is toenemend dreigend in zijn uitspraken en gedrag. Betrokkene was in zorg bij het ACT, maar de zorg kwam niet van de grond omdat hij afspraken niet nakwam. Betrokkene heeft schulden en vermoedelijk geen woonruimte meer. De arts vindt een zorgmachtiging wel wenselijk, als stok achter de deur voor betrokkene. Daarnaast moet er toezicht blijven om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan met betrokkene. Het doel van de opname is om betrokkene goed in te stellen op medicatie. Verder zal maatschappelijk werk worden benaderd om de sociaal maatschappelijke situatie van betrokkene in kaart te brengen. De rechtbank is met de arts van oordeel dat betrokkene verdere ondersteuning en behandeling nodig heeft vanuit de zorgmachtiging om te voorkomen dat hij stopt met de medicatie met alle gevolgen van dien. Betrokkene is eerder gestopt met de medicatie en bij psychotisch terugvallen is hij niet in staat zijn handelen te overzien, waardoor er wederom gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
toedienen van medicatie gedurende 6 maanden;
beperken van de bewegingsvrijheid gedurende 6 maanden telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing;
insluiten gedurende 6 maanden telkens voor maximaal 1 week per toepassing;
uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende 6 maanden telkens voor maximaal 2 weken per toepassing;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam gedurende 6 maanden;
opnemen in een accommodatie gedurende 6 maanden telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing.
De rechtbank zal, anders dan door de advocaat van betrokkene bepleit, verplichte zorg in de vorm van ‘het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’, wél in de zorgmachtiging opnemen. De arts heeft ter zitting gemotiveerd verklaard dat het waarschijnlijk nodig is om zijn telefoon in te nemen voor als hij weer zijn ambulant behandelaars lastigvalt door hen vaak te bellen. De rechtbank beperkt verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ tot telkens maximaal 1 week per toepassing, nu dit proportioneel en doelmatig wordt geacht en niet is gebleken dat een langere duur nodig is.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 6 maanden.
3.Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum 1] 1991 te [geboorteplaats] (Turkije), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 23 december 2025 mondeling gegeven door mr. F.P. Lauwaars, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 6 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.