Op 21 juni 2025 heeft verdachte samen met medeverdachte een beroving gepleegd waarbij onder bedreiging met een vuurwapen een goed van de benadeelde partij is weggenomen. Hoewel niet bewezen kon worden dat het gestolen goed een Rolex horloge betrof, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en medeverdachte gezamenlijk een diefstal met geweld hebben gepleegd.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van de benadeelde partijen, getuigenverklaringen, camerabeelden en chatberichten die het plan en de uitvoering van de beroving ondersteunen. Verdachte heeft het vuurwapen voorhanden gehad en instructies gegeven aan medeverdachte over de beroving.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet voldoende aan de beroving kon worden gelinkt, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Verdachte werd vrijgesproken van het doorladen van het vuurwapen omdat dit niet bewezen kon worden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan geen voorwaardelijk deel, rekening houdend met de ernst van het feit, het gebruik van een vuurwapen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.