Op 30 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een Poolse gedetineerde op basis van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB). De zaak werd behandeld in de Internationale Rechtsulpkamer, waarbij de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van het EAB heeft beoordeeld. De opgeëiste persoon, geboren in 2000 in Polen, is momenteel gedetineerd in Nederland en heeft de Poolse nationaliteit. Tijdens de zitting op 16 december 2025 was de opgeëiste persoon aanwezig, bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, en een tolk. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De opgeëiste persoon is veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf maanden, waarvan nog zes maanden en zesentwintig dagen resteren. De rechtbank oordeelt dat de enkele wens van de opgeëiste persoon om in Nederland te resocialiseren onvoldoende is voor overname van de straf. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat voor de detentieomstandigheden in Polen, en dat de opgeëiste persoon niet kan worden gelijkgesteld met een Nederlander op basis van artikel 6a OLW. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.