Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Opole, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the regional court in Nysavan 2 februari 2024 (met referentie: II K 843/23).
summoned by other means” was in plaats van “
summoned in person” zoals in het EAB staat. Ook heeft de opgeëiste persoon geen adresinstructie gehad. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat hij zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.
[de opgeëiste persoon] was notified in person of the trial scheduled for 02.02.2024. He was also served with a copy of the indictment (the notice and the document were received by him on 15.11.2023).Hieruit volgt dat de opgeëiste persoon op 15 november 2023 zowel de oproep voor de zitting, als de kopie van de tenlastelegging heeft ontvangen. De situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW doet zich dus voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten.
4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Artikel 11 OLW; Poolse rechtsstaat en detentieomstandigheden
the European Agency for Fundamental Rights(FRA) van 29 april 2024 overgelegd en de
“Guide on the case-law of the European Convention on Human Rights – Prisoners rights”van het EHRM van 31 augustus 2025. In de gids van het EHRM worden volgens de raadsvrouw nieuwe criteria gesteld met betrekking tot het beoordelen van de detentieomstandigheden. Als de situatie die wordt beschreven in het FRA-rapport wordt getoetst aan deze nieuwe criteria, geldt dat er ook ten aanzien van veroordeelden in Polen een reëel gevaar bestaat van schending van grondrechten. Omdat onduidelijk is in welke instelling de opgeëiste persoon terecht zal komen na overlevering moet voor de opgeëiste persoon een detentiegarantie worden gevraagd.
remand prisonsminimaal 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) ter beschikking hebben. Verder heeft de rechtbank overwogen dat blijkens dat rapport voor
remand prisonsgeldt dat voorlopig gehechten 23 uur per dag op cel moeten verblijven en dat ze beperkt zijn in de mogelijkheid om contact te hebben met de buitenwereld. Ook heeft de rechtbank overwogen dat het CPT deze verzwarende omstandigheden, die voor de rechtbank in andere uitspraken aanleiding zijn geweest om vragen te stellen over de
remand prisonsin Polen, niet heeft vastgesteld bij detentie-instellingen waar de tenuitvoerlegging van opgelegde gevangenisstraffen plaatsvindt. De rechtbank heeft dan ook geen algemeen gevaar van schending van grondrechten voor veroordeelde gedetineerden in Polen aangenomen.
remand prisonsen de detentie-instellingen voor veroordeelde gedetineerden in Polen. De raadsvrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de zorgelijke situatie in de
remand prisonsook geldt voor veroordeelde gedetineerden. De overgelegde publicatie van FRA van 29 april 2024 geeft geen aanleiding om hierover anders te oordelen. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar eerdere uitspraak van 13 november 2024 [6] over deze publicatie. De rechtbank merkt daarnaast op dat de gids van het EHRM van 31 augustus 2025 een samenvatting geeft van de jurisprudentie van het Hof, die de rechtbank in haar eerdere uitspraken ook heeft toegepast. De rechtbank leest in deze gids geen nieuwe criteria waaraan getoetst moet worden. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat geen objectieve, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens zijn overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van een algemeen gevaar ten aanzien van veroordeelde gedetineerden in Polen. De vraag of sprake is van een individueel gevaar voor de opgeëiste persoon is daarom niet aan de orde, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om een detentiegarantie te laten vragen.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Opole, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.