ECLI:NL:RBAMS:2025:10844

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
13-094421-95
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling en hervatting verpleging van overheidswege na overtredingen door terbeschikkinggestelde

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 16 december 2025 uitspraak gedaan over de vorderingen van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) en hervatting van de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1960. De terbeschikkingstelling is opgelegd na een veroordeling voor doodslag in 1996 en is sindsdien meerdere keren voorwaardelijk beëindigd en hervat. De rechtbank heeft vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde zich herhaaldelijk niet aan de voorwaarden heeft gehouden, waaronder het gebruik van drugs en het zich onttrekken aan toezicht. Dit leidde tot een escalatie van agressief gedrag, waaronder een incident op 25 oktober 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde begeleiders bedreigde. De rechtbank heeft de vorderingen van de officier van justitie toegewezen, gezien het hoge recidiverisico en de noodzaak om de veiligheid van anderen te waarborgen. De rechtbank heeft de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar verlengd en de hervatting van de verpleging van overheidswege bevolen. De beslissing is genomen na zorgvuldige overweging van de adviezen van de psycholoog en de reclassering, die beide wezen op de toegenomen risico's en de onhoudbaarheid van de voorwaardelijke beëindiging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-094421-95
beslissing van de meervoudige kamer op de vorderingen van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling en tot hervatting van de verpleging van overheidswege van:

[de terbeschikkinggestelde],

geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats],
thans verblijvend in [detentie adres],
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 1996 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van doodslag. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 23 september 1999.
In 2011 heeft deze rechtbank beslist dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk werd beëindigd. In 2013 heeft deze rechtbank beslist dat de verpleging van overheidswege werd hervat.
Bij beslissing van 22 december 2017 heeft deze rechtbank de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder de in die beslissing genoemde voorwaarden. Deze beslissing is bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2018 bevestigd, waarbij de voorwaarden opnieuw zijn geformuleerd.
Bij beslissing van 7 januari 2020 heeft deze rechtbank gelet op het overtreden van de voorwaarden, waaronder blijvend en toenemend drugsgebruik, gelast dat de verpleging van overheidswege wordt hervat. Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 7 mei 2020 vernietigd en de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege is alsnog afgewezen, gelet op de inmiddels gewijzigde houding van de terbeschikkinggestelde ten aanzien van zijn behandeling en het daarmee samenhangend gewijzigd advies van GGZ Drenthe,
Bij beslissing van 12 december 2023 heeft deze rechtbank de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging afgewezen.
De voorwaardelijk beëindigde maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 26 november 2024 met één jaar verlengd.
De vordering van de officier van justitie van 30 september 2025 strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot verlenging ter openbare zitting van van deze rechtbank van 4 november 2025 behandeld. Gebleken was dat de terbeschikkinggestelde zich enkele dagen voorafgaand aan de zitting had onttrokken en dat hij in de avond van 3 november 2025 was aangehouden. De officier van justitie gaf te kennen dat een vordering tot hervatting van de verpleging werd overwogen. Daarom besloot de rechtbank tot aanhouding van de behandeling van de vordering tot verlenging tot de zitting van 2 december 2025.
De vordering van de officier van justitie van 4 november 2025 strekt tot hervatting van de verpleging van overheidswege.
Op 5 november 2025 heeft de rechter-commissaris de voorlopige hervatting van de verpleging bevolen.
De rechtbank heeft beide vorderingen van de officier van justitie op de openbare zitting van 2 december 2025 behandeld.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. J. Boksem en de officier van justitie op zitting gehoord.
Daarnaast is [reclasseringsmedewerker], reclasseringwerker, verbonden aan Verslavingsreclassering GGZ Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), als deskundige ter zitting gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies opgemaakt door drs. W.J.P. Gaertner, GZ-psycholoog, van 23 juni 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 2 Sv;
  • een advies van de reclassering, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker], reclasseringswerker, en [unitmanager], unitmanager, van 5 september 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 2 Sv;
  • een reclasseringsadvies voorlopige hervatting dwangverpleging, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker], reclasseringswerker, en [unitmanager], unitmanager, van 4 november 2025;
  • een reclasseringsadvies hervatting van de dwangverpleging, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker], reclasseringswerker, en [unitmanager], unitmanager, van 27 november 2025;
  • de voortgangsverslagen van 2 oktober 2024 tot 2 oktober 2025.

Adviezen

Advies psycholoog
Het advies van de psycholoog luidt – zakelijk weergegeven – als volgt:
De diagnose
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis (met de tijd milder van aard indien geen gebruik) en forse verslavingsproblematiek waarbij gebruik van cocaïne en heroïne op de voorgrond staan maar in het verleden ook sprake is geweest van problematisch gebruik van alcohol en cannabis.
RisicotaxatieBinnen de huidige setting waarin betrokkene beschermd woont, er dagelijks begeleiding is, een behandelteam om hem heen staat, er urinecontroles zijn en toezicht vanuit de reclassering waarbij een klinische time-out mogelijk is, wordt het recidiverisico laag geacht.
Wanneer het dwingende kader afwezig is, zal het risico op vermogensdelicten met een agressieve component met de tijd oplopen tot hoog.
Advies
Geadviseerd wordt de tbs-maatregel met 1 jaar te verlengen om zo over een jaar duidelijkheid te hebben of het risicomanagement geboden kan worden binnen een zorgmachtiging. Wanneer dit niet het geval is, zal de tbs-maatregel nog lange tijd nodig zijn om stabiliteit en een laag recidiverisico te waarborgen.
Advies reclassering
Na bovengenoemd rapport van de psycholoog is betrokkene aangehouden wegens het overtreden van de voorwaarden en heeft de rechter-commissaris de voorlopige hervatting van de verpleging bevolen. Met betrekking tot de vraag of de verpleging van overheidswege moet worden hervat heeft de reclassering gerapporteerd op 27 november 2025. Dit advies luidt – zakelijk weergegeven – als volgt:
Sinds de start van de maatregel eind 1999 kenmerkt het traject van betrokkene zich door een herhaald patroon van vrijheidsopbouw gevolgd door terugplaatsing in klinische settings vanwege voorwaardenovertreding, waarbij drugsgebruik veelal de centrale rol speelt. De dwangverpleging werd in december 2017 voor de tweede keer voorwaardelijk beëindigd, waarna dit patroon zich opnieuw manifesteerde.
Ondanks adviezen van de reclassering in 2020 en 2023 tot omzetting naar dwangverpleging – waarbij in 2023 'longstay' als mogelijk passender werd benoemd – besloot de rechtbank betrokkene telkens nog een kans te geven binnen de voorwaardelijke beëindiging. Deze beslissingen waren gebaseerd op het gegeven dat terugval niet leidde tot gewelddadig gedrag en dat de risico's mogelijk te managen zouden zijn. Wel werden risicofactoren onderkend: doorschieten in middelengebruik, financiële problematiek, gemoedstoestand en het opkomende geheugenprobleem van betrokkene, vermoedelijk het gevolg van jarenlang middelengebruik in combinatie met de toenemende leeftijd.
In eerdere procedures werd de voorwaardelijke beëindiging gehandhaafd omdat terugval in middelengebruik niet leidde tot gewelddadig gedrag. Deze situatie is echter fundamenteel veranderd.
Sinds augustus 2024 is sprake van een ernstige neerwaartse spiraal waarbij betrokkene bijna dagelijks middelen gebruikt, zich herhaaldelijk onttrekt aan toezicht, en steeds meer verward en onsamenhangend gedrag vertoont. Het agressie-incident op 25 oktober 2025 – waarbij betrokkene begeleiders bedreigde met geweld, met zijn vuisten op ruiten sloeg en uitingen deed als "moet ik je op de bek houwen" en "ik houw zijn bek nog eens dicht" – markeert een kritieke escalatie. Dit gewelddadige gedrag vond plaats terwijl betrokkene volop in gebruik was, exact de combinatie die volgens de delictanalyse als belangrijkste risicofactor voor het gepleegde indexdelict wordt aangemerkt. De geheugenproblemen en verwarde toestand van betrokkene – hij herinnert zich zijn eigen handelen niet meer en trekt gebeurtenissen in twijfel – doen de controleerbaarheid en het zelfinzicht verder afnemen. Het jarenlange middelengebruik in combinatie met de toenemende leeftijd heeft het cognitief functioneren dusdanig aangetast dat betrokkene niet langer in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving. Waar eerder gesproken kon worden van een beheersbare terugval, is nu sprake van volop gebruik gecombineerd met agressie, geheugenverlies en onttrekking aan toezicht. Deze omstandigheden rechtvaardigen niet langer het voortzetten van de voorwaardelijke beëindiging.
De reclassering heeft betrokkene na het agressie incident de aanwijzing gegeven zich te melden bij de kliniek voor een time-out conform de gemaakte afspraken. Betrokkene weigerde dit en onttrok zich vervolgens voor vijf dagen aan het toezicht en werd uiteindelijk op 3 november jl. door de politie aangehouden in een drugspand in Assen.
Door dit handelen heeft betrokkene drie essentiële voorwaarden overtreden: het niet opvolgen van aanwijzingen van de reclassering, het niet naleven van afspraken omtrent harddruggebruik en het schenden van de voorwaarde tot onthouding en melding van gebruik.
Het overmatig drugsgebruik, het agressie-incident en het zich vervolgens onttrekken aan begeleiding en toezicht hebben de recidiverisico's ernstig doen toenemen. GGZ Drenthe heeft aangegeven dat er door de onttrekking dan ook geen basis meer is voor verdere samenwerking.
De deskundige [reclasseringsmedewerker] heeft ter zitting het advies toegelicht en bevestigd en verder -zakelijk weergegeven- als volgt verklaard:
De deskundige heeft overleg gehad met de behandelaren van de kliniek en de kliniek heeft ook aangeven niet verder te willen met de terbeschikkinggestelde. Zowel vanuit de reclassering als de kliniek is ingezet op voorkoming van terugval en zijn er afspraken gemaakt, maar de terbeschikkinggestelde belandt steeds weer in dezelfde neerwaartse spiraal. Door de cognitieve achteruitgang zijn de risico’s toegenomen. Wij hebben afgesproken dat indien het risico te groot wordt ingeschat betrokkene naar de kliniek moet. Het werd al steeds moeilijker om de terbeschikkinggestelde te laten meewerken, maar de laatste keer besloot hij helemaal niet te gaan en onttrok hij zich dagenlang aan het toezicht. Wij kunnen de risico’s onvoldoende inperken met voorwaarden en zien geen andere mogelijkheid dan hervatting van de verpleging.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot verlenging moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met één jaar omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
Tevens heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot hervatting van verpleging van overheidswege dient te worden toegewezen en heeft daartoe aangevoerd dat de terbeschikkingstelling primair een beveiligingsmaatregel is. De terbeschikkinggestelde heeft het indexdelict ook gepleegd onder invloed van de persoonlijkheidsstoornis in combinatie met drugsgebruik. De terbeschikkinggestelde heeft zich een aantal malen onttrokken en drugs gebruikt. Daarbij is, nadat de psycholoog heeft gerapporteerd, sprake van een toename in agressie. Het kader wat toen toereikend werd gevonden is dat nu niet meer.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering tot verlenging van de maatregel. Hij heeft wel bepleit dat de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege moet worden afgewezen. De terbeschikkinggestelde zat in een verkeerde spiraal, maar is niet echt gewelddadig tegen personen geworden. Hij kampt met een hardnekkige verslaving en verblijft al 25 jaar in de tbs. Volledige abstinentie van middelen zal nooit lukken en dient ook niet het doel te zijn. In geval van hervatting van de dwangverpleging zal hij eerst op een wachtlijst worden geplaatst en waarschijnlijk dan naar de longstay worden verwezen, omdat hij is uitbehandeld. De wachtlijst voor de longstay is acht tot tien jaar. Die tijd heeft de terbeschikkinggestelde waarschijnlijk niet meer. De enige optie om hem nog een kans op een redelijke kwaliteit van leven te geven is, hoewel met vallen en opstaan, binnen het huidige kader van de voorwaardelijke beëindiging.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornissen van de terbeschikkinggestelde zijn nog steeds aanwezig en het recidiverisico wordt hoog ingeschat.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met één jaar verlengen.
Ten aanzien van de vraag of de verpleging van overheidswege dient te worden hervat overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank constateert allereerst dat de terbeschikkinggestelde de voorwaarden heeft overtreden, waardoor de hervatting kan worden bevolen.
De reclassering heeft zowel in 2020 als in 2023 geadviseerd tot een omzetting naar verpleging van overheidswege. Het gerechtshof respectievelijk de rechtbank hebben de terbeschikkinggestelde – ondanks deze adviezen – steeds weer een kans gegeven binnen het kader van de voorwaardelijke beëindiging. Destijds was er zicht op de risico’s en konden deze in een vroegtijdig stadium ondervangen worden. De terbeschikkinggestelde vertoonde toen geen agressief of gewelddadig gedrag. Die situatie is nu wezenlijk anders. De reclassering constateert dat waar eerst gesproken kon worden van een beheersbare terugval, nu sprake is van volop gebruik gecombineerd met agressie, geheugenverlies en ook onttrekking aan het toezicht. Dit baart de rechtbank grote zorgen, zeker omdat het indexdelict ook gepleegd is onder invloed van de persoonlijkheidsstoornis in combinatie met drugsgebruik. Het recidiverisico op ernstig gewelddadig gedrag blijkt niet langer voldoende ingeperkt te kunnen worden met voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
Alles overwegende is de rechtbank dan ook van oordeel dat er onder deze omstandigheden geen andere mogelijkheid is dan de hervatting van de verpleging van overheidswege te bevelen.
De rechtbank beseft dat dit een beslissing is die zeer grote gevolgen voor de terbeschikkinggestelde heeft en mogelijk tot gevolg heeft dat hij op de longstay terecht zal komen. Er is de terbeschikkinggestelde veel gegund en zowel de reclassering als de kliniek heeft veel geduld met hem gehad. De grens van wat nog verantwoord is voor de veiligheid van de samenleving, is echter bereikt.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst de vorderingen toe;
- verlengt de termijn van terbeschikkingstelling met één jaar;
- beveelt de hervatting van de verpleging van overheidswege.
Deze beslissing is gegeven door
mr. G.M. Beunk, voorzitter,
mrs. C.P.E. Meewisse en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.