ECLI:NL:RBAMS:2025:10846

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
13-290801-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot verpleging van overheidswege van terbeschikkinggestelde na eerdere terbeschikkingstelling met voorwaarden

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 16 december 2025 een beslissing genomen over de vordering van de officier van justitie tot verpleging van overheidswege van een terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde, geboren in 1997 in Zaïre en thans verblijvende in detentie, was eerder ter beschikking gesteld met voorwaarden na bewezenverklaring van verschillende geweldsdelicten, waaronder mishandeling van een ambtenaar en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De terbeschikkingstelling ging in op 19 juni 2025, maar de terbeschikkinggestelde heeft zich niet gehouden aan de opgelegde voorwaarden, wat leidde tot de vordering van de officier van justitie op 3 november 2025.

De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw en de officier van justitie gehoord tijdens de openbare zitting op 2 december 2025. Ook is een reclasseringswerker als deskundige gehoord. De reclassering heeft geadviseerd om de terbeschikkingstelling om te zetten naar terbeschikkingstelling met dwangverpleging, gezien de hoge risico's op recidive en de onwil van de terbeschikkinggestelde om zich aan de voorwaarden te houden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden en dat de behandelrelatie met de kliniek ernstig is geschaad.

De rechtbank concludeert dat er geen reële kans van slagen is voor een nieuwe behandeling binnen hetzelfde kader, gezien de langdurige psychiatrische en justitiële voorgeschiedenis van de terbeschikkinggestelde. De rechtbank heeft daarom de vordering van de officier van justitie toegewezen en bevolen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Deze beslissing is openbaar uitgesproken en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-290801-23
beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van de officier van justitie tot verpleging van overheidswege
in de zaak tegen

[de terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Zaïre),
thans verblijvende [detentieplaats] ,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2025 is de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd na bewezenverklaring van wederspannigheid, enig lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, mishandeling van een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd, en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit is telkens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar, indien de rechtbank beslist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 19 juni 2025.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 3 november 2025 op de openbare zitting van 2 december 2025 behandeld. De vordering strekt tot het alsnog verplegen van overheidswege van de terbeschikkinggestelde.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw mr. M.M.C. Glismeijer en de officier van justitie op zitting gehoord.
Daarnaast is [reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker, verbonden aan Verslavingsreclassering GGZ Tactus Zwolle, als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van Verslavingsreclassering GGZ Tactus van 24 november 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker, en [unitmanager] , unitmanager, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 2 Sv;
  • Pro Justitia rapportage, opgemaakt door drs. G.F. Nijboer, psychiater, en mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog, van respectievelijk 22 januari 2025 en 16 januari 2025;
  • de voortgangsverslagen van 27 juni 2025 tot en met 21 oktober 2025.

Advies

Het advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Betrokkene is in januari 2025 door de Pro Justitia rapporteur gediagnosticeerd met een
schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type, een psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis, een stoornis in cannabisgebruik, een gokverslaving en daarnaast een beneden gemiddeld of zwakbegaafd intelligentieniveau.
Het behandelverloop
Ter overbrugging naar het Centrum voor Transculturele Psychiatrie (CTP) Veldzicht heeft betrokkene van 23 juni 2025 tot en met 14 juli 2025 op de Forensic High and Intensive Care (FHIC) van de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) Assen verbleven. Tijdens zijn verblijf aldaar heeft betrokkene een waarschuwing en berisping ontvangen van de reclassering vanwege grensoverschrijdend en dwingend gedrag naar zowel de reclassering als het behandelteam van de FHIC in Assen.
Betrokkene is vervolgens op 14 juli 2025 geplaatst op de crisisafdeling van CTP Veldzicht ter observatie en stabilisatie. Deze periode kenmerkt zich door de vele incidenten die er plaatsvinden. Betrokkene ontvangt op 7 augustus 2025 een waarschuwing van de reclassering vanwege het overtreden van de bijzondere voorwaarden en ook een berisping van de kliniek vanwege grensoverschrijdend en dreigend gedrag naar het personeel.
Op 18 september 2025 wordt betrokkene geplaatst op de afdeling West 5. Ook daar zijn er incidenten en op 27 oktober 2025 vindt er een gesprek plaats met het behandelteam in bijzijn van de reclassering en krijgt hij een laatste kans van het behandelteam om zich te conformeren aan de behandeling en niet voortdurend de discussie aan te gaan. Op 30 oktober 2025 beëindigt de kliniek per direct de behandeling omdat na onderzoek door het behandelteam is gebleken dat betrokkene vijf medecliënten geld afhandig heeft gemaakt. Bij enkelen ging dit gepaard met bedreiging en intimidatie waardoor er een onveilige situatie is ontstaan voor medecliënten op de afdeling. De behandelrelatie is dusdanig geschaad dat er geen sprake meer is van samenwerking met het behandelteam en dat zij afzien van verdere behandeling.
De risicotaxatie
Zowel het risico op recidive, als op letsel en onttrekking aan de voorwaarden wordt ingeschat als hoog.
Advies
De reclassering adviseert om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten naar terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Betrokkene heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden en dat zal in de nabije toekomst ook niet gebeuren vanwege de hoge onmacht/onwil bij betrokkene. De reclassering zien geen mogelijkheden voor gedragsverandering en risicobeperking in het huidige kader.
De deskundige heeft het advies ter terechtzitting bevestigd en toegelicht en verder als volgt verklaard.
Betrokkene voert voortdurend vijandige discussies, wil zelf de regie houden, erkent zijn diagnose niet en is al twee keer ingesloten vanwege verbale agressie naar het personeel dat daardoor angstig werd. Hij overtreedt de voorwaarden van de terbeschikkingstelling en regels van de kliniek. Er is sprake van bedreiging en intimidatie naar andere patiënten. De reclassering ziet hetzelfde patroon als in de vorige klinieken, waar betrokkene voorafgaand aan de terbeschikkingstelling verbleef. Het lukt hem niet. De reclassering is van mening dat langdurige klinische behandeling nodig is en dat het huidige kader, namelijk terbeschikkingstelling met voorwaarden, daarvoor onvoldoende is. Betrokkene is beter af in een kliniek en binnen een kader waarin hij mag vallen en opstaan zonder dat dit leidt tot beëindiging van de relatie met de kliniek, zoals het geval is wanneer er sprake is van dwangverpleging.
Zoals gerapporteerd zal betrokkene langdurig verplicht behandeld moeten worden wil dit effect hebben. Plaatsing in een andere kliniek voor een nieuwe behandeling is in het huidige kader geen redelijk alternatief met kans van slagen. In een andere kliniek is de verwachting dat wederom discussies en belemmeringen zullen optreden, waarna de relatie met de kliniek wederom beëindigd zal worden.

Pro Justitia rapportage ten behoeve van de strafzaak

Ten behoeve van de strafzaak die ten grondslag ligt aan de veroordeling is door een psychiater en psycholoog in januari 2025 gerapporteerd.
Uit deze rapportage blijkt dat de betrokkene een lange psychiatrische voorgeschiedenis heeft, gekenmerkt door gedwongen opnames vanwege psychoses, dysforie en verbale en fysieke agressie. Er is sprake van externaliserende klachtenpresentatie zonder ziektebesef. Tevens is bij betrokkene sprake van een lange justitiële voorgeschiedenis, veelal wegens geweldsdelicten. Betrokkene is tweemaal behandeld in een psychiatrische kliniek met een artikel 37 maatregel; dit lijkt niet afdoende te zijn geweest. Gezien de frequentie en de ernst van de incidenten in de verschillende klinieken en de chronische problematiek wordt een tbs met voorwaarden als meest passend geacht. Eerst zal betrokkene nog opgenomen moeten worden in een FPK voor verdere behandeling van de schizoaffectieve stoornis. Geadviseerd wordt plaatsing in een kliniek met een hoog veiligheidsniveau, aangezien een aantal incidenten plaatsvonden in een kliniek met een al hoog veiligheidsniveau.

Standpunten

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is een korte periode gelegen tussen de oplegging van de maatregel en de terugmelding, maar het is de vraag hoe haalbaar een tbs met voorwaarden is gelet op de voorgeschiedenis en de vele incidenten die zich hebben voorgedaan in de korte periode sinds de oplegging van de tbs met voorwaarden. Geweldsdelicten in het verleden hebben geleid tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Juist vanwege de stoornis kan de terbeschikkinggestelde misschien ook niet voldoen aan de voorwaarden.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen. Juist vallen en opstaan is inherent aan behandeling, ook bij een tbs met voorwaarden. Deze ruimte is, gezien de snelle terugmelding, niet gegeven. De terbeschikkinggestelde verzoekt een tweede kans.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornissen van de terbeschikkinggestelde zijn nog steeds aanwezig en het recidiverisico is onverminderd hoog.
Uit de terugmelding door de reclassering blijkt dat de terbeschikkinggestelde zich niet heeft gehouden aan de opgelegde voorwaarden. De behandelrelatie met de kliniek is dermate geschaad dat men niet verder wil met de terbeschikkinggestelde. Gelet op de aard en de frequentie van de overtredingen ziet de reclassering geen mogelijkheden meer om uitvoering te geven aan het toezicht.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de langdurige psychiatrische en justitiële voorgeschiedenis van de terbeschikkinggestelde, waarbij eerdere maatregelen (waaronder plaatsingen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van artikel 37 Sr (oud)) niet afdoende waren. De rode draad in deze geschiedenis is het plegen van geweldsdelicten, ook in de psychiatrische klinieken, als gevolg van de stoornis.
De rechtbank constateert dat de vordering tot omzetting naar verpleging van overheidswege vrij snel na oplegging van de maatregel is gevolgd. Maar het is ook snel misgegaan. In een korte tijd is de terbeschikkinggestelde meermalen de fout in gegaan en is hem kans op kans geboden door de behandelaars. Deze kansen heeft hij echter niet gepakt of kunnen pakken. Door zijn houding is hij niet in behandeling gekomen en de verwachting is dat het in dit kader ook niet zal lukken. Dit lijkt inherent aan zijn ziektebeeld en het gebrek aan ziekte-inzicht.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen reële kans van slagen bij plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een andere kliniek binnen hetzelfde kader, zoals door de advocaat van de terbeschikkinggestelde is bepleit. De verwachting is dat hetzelfde patroon van norm- en regeloverschrijdend gedrag zich zal herhalen en een nieuwe plaatsing opnieuw zal mislukken, vanwege de problematiek bij de terbeschikkinggestelde.
Gezien het voorgaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen en bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege dient te worden verpleegd.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst de vordering toe;
- beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Deze beslissing is gegeven door
mr. G.M. Beunk, voorzitter,
mrs. C.P.E. Meewisse en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.