7.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Dit is een hinderlijk feit dat in de maatschappij in het algemeen, en bij de winkelbedrijven in het bijzonder, overlast en schade veroorzaakt.
De persoon van verdachte
In het kader van de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 3 november 2025 (hierna: strafblad), waaruit blijkt dat hij al meerdere keren is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 5 december 2025, opgesteld door [reclasseringsmedewerker] . Dit advies houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in.
Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Het middelengebruik, de emotionele instabiliteit en de beperkte coping van verdachte vergroten de kans op terugval in delictgedrag. Er is sprake van instabiliteit op alle leefgebieden en er bestaat een delictpatroon aangaande vermogensdelicten en verwervingscriminaliteit. Door de kwetsbare psychische situatie van verdachte en zijn geringe motivatie voor ambulante hulpverlening is een gestructureerd kader noodzakelijk om het delict gedrag te beperken.
Verdachte is reeds onder reclasseringstoezicht geplaatst, maar de ambulante behandeling is niet van de grond gekomen. In de afgelopen maanden is geprobeerd verdachte te motiveren voor de behandeling en heeft hij diverse kansen gehad om aan zijn problematiek te werken. Dit bleek niet haalbaar, omdat zijn middelengebruik, psychische problemen en gebrek aan stabiliteit een traject in de weg stonden. Ondanks de ingezette interventies blijft verdachte delicten plegen. De ISD-maatregel is volgens de reclassering dan ook de enige passende mogelijkheid om verdachte te stabiliseren en hulpverlening en behandeling te bieden. Verdachte staat niet open voor een klinische opname binnen een regulier toezicht, maar richt zich volledig op de ISD-maatregel. Deze maatregel sluit volgens verdachte beter aan bij zijn behoefte aan structuur.
De deskundige, tevens toezichthouder van verdachte, [deskundige] , heeft voornoemd advies op de terechtzitting bevestigd.
Oplegging van de ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezenverklaarde aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast is hij gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen.
Uit het hiervoor genoemde reclasseringsadvies en het strafblad blijkt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Uit het strafblad volgt dat ook is voldaan aan de eisen die de ‘Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers’ van het Openbaar Ministerie stelt. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor ten minste tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het in dit vonnis bewezen verklaarde feit.
Verder is de rechtbank van oordeel dat er geen reëel alternatief voor de oplegging van de ISD-maatregel bestaat. Eerder opgelegde straffen en het reclasseringstoezicht hebben niet geleid tot het terugdringen van recidive. Zoals in het reclasseringsrapport omschreven, blijkt een ambulant kader onvoldoende toereikend te zijn. Er zijn geen mogelijkheden meer voor het inzetten van interventies binnen een voorwaardelijk kader. Daarnaast heeft verdachte de kans die hem de vorige keer is geboden niet benut, zodat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat een ambulant kader toereikend zal zijn. Bovendien heeft verdachte zelf ter terechtzitting aangegeven graag meer structuur te willen in zijn leven en de ISD-maatregel als een kans te zien om met een schone lei te beginnen.
In het licht van voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van goederen de oplegging van de ISD-maatregel eist. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie volgen en een ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.
Om optimaal te kunnen werken aan het terugdringen van recidive en de problematiek van verdachte en de maatschappij te beschermen, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. De tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht, zal om die reden niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel.
8. Beslag
Ten aanzien van zaak A
Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:
18 STK Kleding (G6709896).
Het oordeel van de rechtbank
Deze goederen zijn aangetroffen onder verdachte bij zijn aanhouding. De rechtbank zal bepalen dat de goederen aan de daartoe rechthebbende moeten worden teruggegeven.