5.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht feit 1 en feit 2 bewezen, met uitzondering van het onder feit 1 tenlastegelegde ‘aan bark toevoegen’, waarvoor verdachte partieel zal worden vrijgesproken. De bewezenverklaring van feit 2 volgt onder meer uit de bekennende verklaring van verdachte. Over het bewijs van feit 1 overweegt de rechtbank het volgende.
Wettelijk kader
Door in de plantenteelt gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken kunnen planten beschermd worden tegen schadelijke organismen, zoals ziekteverwekkers en insecten, en kan de teeltproductie worden verbeterd. Aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kleven echter risico’s voor mens, dier en milieu, vooral wanneer zij zonder officieel te zijn getest en zonder officiële toelating op de markt worden gebracht of verkeerd worden gebruikt.
Wie in de Europese Unie een gewasbeschermingsmiddel wil toepassen moet zich dan ook houden aan de eisen van de Verordening voor gewasbeschermingsmiddelen (EG) nr. 1107/2009 (hierna: de Verordening). De Verordening stelt regels aan de handel in dergelijke middelen, het gebruik ervan en de controle daarop in de Europese Unie. De Verordening heeft tot doel: “een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de communautaire landbouw te vrijwaren”.
Vydate 10G (hierna: Vydate) is een gewasbeschermingsmiddel van dat van februari 2003 tot januari 2024 in Nederland was toegelaten. Volgens artikel 55 van de Verordening moet een gewasbeschermingsmiddel op juiste wijze worden gebruikt. Een juist gebruik houdt in dat de beginselen van goede gewasbeschermingspraktijken worden toegepast, en dat wordt voldaan aan de voorschriften die overeenkomstig artikel 31 zijn vastgesteld en op het etiket nader zijn aangegeven. In de toelating worden de voorschriften voor het op de markt brengen en het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel vastgesteld. Deze voorschriften omvatten ten minste de nodige gebruiksvoorwaarden om te voldoen aan de voorwaarden en eisen van de verordening ter goedkeuring van de werkzame stoffen, beschermingsstoffen en synergisten (artikel 31 lid 2 van de Verordening). De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden verbiedt in artikel 20 handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening.
Volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate is het middel uitsluitend toegestaan voor professioneel gebruik door middel van grondbehandeling in de vermelde toepassings-gebieden en onder de vermelde toepassingsvoorwaarden. Eén van de toepassingsgebieden is potplanten en de toepassingsvoorwaarden voor potplanten vermelden ‘potgrondbehandeling voor oppotten’.
De gebruikte toepassingswijze
Niet ter discussie staat dat vlinderorchideeën potplanten zijn en dat potgrondbehandeling voor oppotten inhoudt dat het middel in de grond moet worden verwerkt voordat de planten in de pot gaan.
De rechtbank stelt vast dat Vydate niet door middel van potgrondbehandeling vóór het oppotten, ofwel volgens het gebruiksvoorschrift, werd toegepast. [verdachte] heeft verklaard dat voor de orchideeënteelt Vydate werd gemengd met bulgur en dat dit mengsel vervolgens over de planten werd gestrooid. [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), werknemer, heeft verklaard dat hij Vydate mengde met bulgur en vervolgens wekelijks het mengsel na het oppotten over de planten strooide. [medeverdachte 2] heeft verklaard deze werkwijze niet volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate is. Aangezien [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het mengsel van Vydate en bulgur wekelijks over een nieuwe batch jonge plantjes strooide, stelt de rechtbank vast dat het feit meermalen is gepleegd.
Het verweer dat geen sprake was van opzet door de ondernemingen op het handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening wordt verworpen. [medeverdachte 2] , die verantwoordelijk was voor de toepassing van bestrijdingsmiddelen binnen de onderneming, wist dat hij niet volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate handelde. Bij hem was er dus sprake van vol opzet. De directie van de ondernemingen wist hoe [medeverdachte 2] het middel gebruikte. Bij de ondernemingen was er daarom tenminste sprake van kleurloos opzet
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat bij het plegen van de verboden gedraging sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [medeverdachte 2] , waardoor sprake is van medeplegen.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de Vydate met bulgur mengde op de locatie van [bedrijf 2] . [verdachte] heeft eveneens verklaard dat het mengen op voornoemde locatie gebeurde. Verder volgt uit de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 2] dat op zowel locatie [bedrijf 2] als locatie [bedrijf 1] Vydate gemengd met bulgur over de planten werd gestrooid. Op locatie [bedrijf 1] deed alleen [medeverdachte 2] dat en bij [bedrijf 2] werd het ook door [naam] (hierna: [naam] ) gedaan. Verder werden de planten volgens [verdachte] heen en weer gereden tussen de beide kwekerijen. Gelet op voornoemde werkwijze werden de beiden vennootschappen feitelijk niet uit elkaar gehouden.
Pleegperiode
Ten aanzien van de pleegperiode heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld het gebruik van Vydate reeds eind 2021 was gestaakt. Uit de verklaringen van verdachten volgt dat zij vanaf januari 2022 klamboes toepasten ter bestrijding van de potworm.
De rechtbank is van oordeel dat is bewezen dat tot en met de dag van de inval op 16 september 2022 Vydate gemengd met bulgur over de planten werd gestrooid.
[verdachte] heeft op de dag van de inval verklaard dat ze nu ter bestrijding van de potworm telen onder klamboes en dat ze Vydate daardoor niet meer nodig hebben. Verder heeft hij verklaard dat ze een jaar in de netten-teelt zitten en de potworm goed onder controle hebben en dat dus Vydate helemaal uitgefaseerd kan worden. Voorts heeft hij verklaard dat ze eerst nog wat wantrouwig waren en ze nog wel Vydate gebruikten om te corrigeren of als extra, maar dat ze er nu van overtuigd zijn dat ze volledig zonder Vydate kunnen. Verder is volgens [verdachte] op locatie [bedrijf 2] nog vrij recent Vydate gebruikt.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat op de locatie van [bedrijf 1] is gestopt met het gebruik van Vydate net voor de inval op 16 september 2022. Over [bedrijf 2] heeft [medeverdachte 2] op 26 september 2022 verklaard dat het daar nu nog incidenteel wordt gebruikt. Bij een paar tafels is het gaas eraf gehaald, de zieke planten eruit gehaald en is er gelijk nog even overheen gestrooid. Hij voegde daaraan toe “Ik denk dat je dat gezien hebt van wat je zegt van dat ding ziet er best wel vies uit”. Vermoedelijk bedoelde [medeverdachte 2] hiermee de aangetroffen mixer.
Bij de doorzoeking op 16 september 2022 werd bij [bedrijf 2] een Hikoki mixer aangetroffen en een verstrooier. De opstelling stond midden in de ruimte van de kas. Verder stonden er emmers en witte mengtonnen. In de mengtonnen zaten resten van een mengsel dat sterk leek op Vydate met bulgur. Van de boorkop van de mixer en van de resten in de emmer zijn monsters genomen. In de monsters is Oxamyl is aangetroffen, de werkzame stof van Vydate. In de kas waarin diverse jonge planten werden geteeld stond op een pad in de kas een granulaatstrooier. In de granulaatstrooier zaten korrels, vermoedelijk bulgur, met daarin kleine blauwe korrels, vermoedelijk Vydate. In een monster hiervan is eveneens Oxamyl aangetroffen.
Op de locatie van [bedrijf 1] werd een rugvernevelaar/pneumastrooier aangetroffen met daarin vermoedelijk een mengel van bulgur met blauwe korrels Vydate. In een monster hiervan is eveneens Oxamyl aangetroffen. Het aantreffen van Oxamyl in beide apparaten bevestigt het vermoeden dat het om Vydate gaat.
Het aantreffen van de opstelling met de mixer, de granulaatstooier op een pad in de kas waar jonge planten werden geteeld en de rugvernevelaar/pneumastooier en de aangetroffen Oxamyl in de monsters, wijst op recent gebruik van Vydate gemengd met bulgur.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat Vydate gemengd met bulgur in ieder geval op locatie [bedrijf 2] tot en met 16 september 2022 over de planten is gestrooid. Aangezien [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [medeverdachte 2] medeplegers zijn is niet relevant wie tot die tijd heeft gestrooid, [medeverdachte 2] of [naam] , en op welke locatie voor het laatst is gestrooid. De rechtbank verwerpt het verweer.
Feitelijke leiding geven door verdachte
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] een strafbaar feit hebben gepleegd, komt de rechtbank toe aan de vraag of verdachte aan dat strafbare feit feitelijke leiding heeft gegeven.
Bij de beoordeling daarvan moet niet uitsluitend de juridische positie maar ook de feitelijke positie van verdachte bij de rechtspersoon worden bekeken en het gedrag dat verdachte heeft getoond of nagelaten op grond waarvan hij moet worden geacht aan die verboden gedraging feitelijke leiding hebben gegeven. Verdachte moet als feitelijke leidinggever (voorwaardelijk) opzet hebben gehad op de verboden gedragingen.
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] samen bestuurders waren van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Volgens getuigen hadden zij zeggenschap over de onderneming en bepaalden zij binnen het bedrijf wat er gebeurde. Verdachte wist dat er gebruik werd gemaakt van Vydate en op welke manier. Hij wilde niet dat Vydate op de voorgeschreven manier, namelijk door het mengen in potgrond, werd gebruikt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, gezien zijn formele rol en daadwerkelijke opstelling, feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . De rechtbank leidt hieruit ook af dat hij hierop opzet had.