ECLI:NL:RBAMS:2025:10927

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
81/311201-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplegen van het in strijd met gebruiksvoorschriften toepassen van gewasbeschermingsmiddel Vydate in de teelt van vlinderorchideeën

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 6 november 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het medeplegen van het in strijd met de voorschriften gebruiken van het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G in de teelt van vlinderorchideeën. De verdachte, geboren in 1957, was werkzaam bij de bedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 3], die zich bezighouden met de teelt van deze potplanten. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting gevoerd op 9 en 23 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.S. de Weijer, de vordering heeft ingediend en de verdediging werd gevoerd door mr. J. Keekstra. De tenlastelegging omvatte het gebruik van Vydate 10G in strijd met artikel 55 van de Verordening (EG) 1107/2009, waarbij de verdachte werd verweten dat hij het middel niet op de juiste wijze had gebruikt door het te mengen met bulgur en dit over de planten te verstrooien. De rechtbank heeft geoordeeld dat de omschrijving van het tenlastegelegde feit voldeed aan de eisen van het Wetboek van Strafvordering en dat verfeitelijking in het geval van een economisch delict niet noodzakelijk was. De rechtbank heeft het verweer van de verdediging verworpen en het feit bewezen verklaard, met uitzondering van het 'aan bark toevoegen'. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de voorschriften en dat er sprake was van medeplegen met de betrokken bedrijven. Ondanks de ernst van de feiten heeft de rechtbank besloten geen straf of maatregel op te leggen aan de verdachte, gezien zijn rol als uitvoerder en zijn pensioenstatus.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 81/311201-23
Datum uitspraak: 6 november 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres]
(hierna: verdachte of [verdachte] )

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 oktober 2025 en 23 oktober 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.S. de Weijer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. Keekstra, naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft de zaak tegen verdachte gelijktijdig – maar niet gevoegd – behandeld met de zaken tegen medeverdachten [bedrijf 1] (81/101577-22), [bedrijf 2] (81/270294-23), [bedrijf 3] (81/270266-23), [medeverdachte 1] (81/269726-23) en [medeverdachte 2] (81/269467-23). De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in deze zaken.

2.Inleiding

[bedrijf 1] en [bedrijf 3] richten zich op het kweken van de vlinderorchidee (Phalaenopsis), een potplant. Bij het kweekproces kan sprake zijn de vorming van potworm. Deze is schadelijk voor het kweekproces. Ter bestrijding daarvan hebben beide ondernemingen het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10g gebruikt. Dat was op dat moment een toegelaten middel, maar er golden wel gebruiksvoorschriften. Verdachte wordt verweten het medeplegen van het in strijd met de voorschriften gebruiken van het middel.

3.Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot en met 16 september 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, al dan niet opzettelijk, meermalen heeft gehandeld in strijd met artikel 55 van de verordening (EG) 1107/2009, immers heeft [bedrijf 1] een gewasbeschermingsmiddel niet op juiste wijze gebruikt door Vydate 10G te mengen met bulgur en dat na het oppotten van de orchideeën aan de bark toe te voegen en/of over de planten(potten) te verstrooien.

4.Geldigheid van de dagvaarding

4.1.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard omdat onvoldoende duidelijk is tegen welke beschuldiging verdachte zich moet verdedigen. Het verweten onjuiste gebruik van Vydate 10G - in de tenlastelegging omschreven als: ‘niet op de juiste wijze gebruikt’ - is namelijk niet nader verfeitelijkt in de tenlastelegging. Daardoor is het verdachte niet duidelijk waarin dit onjuiste gebruik volgens de tenlastelegging concreet zou zijn gelegen.
4.2.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging moet worden gezien in onderlinge samenhang met het dossier. Uit het dossier en de afgelegde verklaringen van verdachten blijkt onmiskenbaar dat zij precies weten over welke gedragingen het gaat. De verdenkingen zijn vanaf het eerste verhoor voorgehouden en uit de gevoerde inhoudelijke verweren valt op de maken dat duidelijk is waar het over gaat. Tot slot heeft hij onder verwijzing naar artikel 47 van de Wet op de economische delicten gesteld dat verfeitelijking in het geval van een economisch delict niet noodzakelijk is.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de omschrijving van het tenlastegelegde voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. In de tekst is opgenomen waaruit het niet op juiste wijze gebruiken van Vydate 10G bestaat, namelijk door het middel te mengen met bulgur en dat na het oppotten van de orchideeën aan de bark toe te voegen en/of over de planten(potten) te verstrooien. De omschrijving van het feit is dan ook, mede bezien tegen de achtergrond van het dossier, voldoende duidelijk en feitelijk. Bovendien is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat verfeitelijking in het geval van een economisch delict niet noodzakelijk is. De rechtbank verwerpt het verweer.

5.Waardering van het bewijs

5.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit kan worden bewezen.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat niet opzettelijk is gehandeld in strijd met artikel 55 van de Verordening (EG) 1107/2009. Subsidiar heeft de raadsman bepleit dat verdachte op onderdelen moet worden vrijgesproken, te weten voor het ‘toevoegen aan de bark’ en voor een deel van de pleegperiode. Voor de pleegperiode geldt dat het gebruik van Vydate 10G reeds eind 2021 is gestaakt.
5.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met uitzondering van het ‘aan bark toevoegen’, waarvoor verdachte partieel zal worden vrijgesproken. Over het bewijs overweegt de rechtbank het volgende.
Wettelijk kader
Door in de plantenteelt gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken kunnen planten beschermd worden tegen schadelijke organismen, zoals ziekteverwekkers en insecten, en kan de teeltproductie worden verbeterd. Aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kleven echter risico’s voor mens, dier en milieu, vooral wanneer zij zonder officieel te zijn getest en zonder officiële toelating op de markt worden gebracht of verkeerd worden gebruikt. [1]
Wie in de Europese Unie een gewasbeschermingsmiddel wil toepassen moet zich dan ook houden aan de eisen van de Verordening voor gewasbeschermingsmiddelen (EG) nr. 1107/2009 (hierna: de Verordening). De Verordening stelt regels aan de handel in dergelijke middelen, het gebruik ervan en de controle daarop in de Europese Unie. De Verordening heeft tot doel: “een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de communautaire landbouw te vrijwaren”. [2]
Vydate 10G (hierna: Vydate) is een gewasbeschermingsmiddel dat van februari 2003 tot januari 2024 in Nederland was toegelaten. Volgens artikel 55 van de Verordening moet een gewasbeschermingsmiddel op juiste wijze worden gebruikt. Een juist gebruik houdt in dat de beginselen van goede gewasbeschermingspraktijken worden toegepast en dat wordt voldaan aan de voorschriften die overeenkomstig artikel 31 van de Verordening zijn vastgesteld en op het etiket nader zijn aangegeven. In de toelating worden de voorschriften voor het op de markt brengen en het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel vastgesteld. Deze voorschriften omvatten ten minste de nodige gebruiksvoorwaarden om te voldoen aan de voorwaarden en eisen van de verordening ter goedkeuring van de werkzame stoffen, beschermingsstoffen en synergisten (artikel 31 lid 2 van de Verordening). De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden verbiedt in artikel 20 handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening.
Volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate is het middel uitsluitend toegestaan voor professioneel gebruik door middel van grondbehandeling in de vermelde toepassings-gebieden en onder de vermelde toepassingsvoorwaarden. Eén van de toepassingsgebieden is potplanten en de toepassingsvoorwaarden voor potplanten vermelden ‘potgrondbehandeling voor oppotten’. [3]
De gebruikte toepassingswijze
Niet ter discussie staat dat vlinderorchideeën potplanten zijn en dat potgrondbehandeling voor oppotten inhoudt dat het middel in de grond moet worden verwerkt voordat de planten in de pot gaan.
De rechtbank stelt vast dat Vydate niet door middel van potgrondbehandeling vóór het oppotten, ofwel volgens het gebruiksvoorschrift, werd toegepast. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat voor de orchideeënteelt Vydate werd gemengd met bulgur en dat dit mengsel vervolgens over de planten werd gestrooid. Verdachte was een werknemer en hij heeft verklaard dat hij Vydate mengde met bulgur op de locatie van [bedrijf 3] en vervolgens wekelijks het mengsel na het oppotten over de planten strooide. Dit gebeurde op de locaties [bedrijf 3] en [bedrijf 1] Verdachte heeft verklaard deze werkwijze niet volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate is. Aangezien verdachte heeft verklaard dat hij het mengsel van Vydate en bulgur wekelijks over een nieuwe batch jonge plantjes strooide, stelt de rechtbank vast dat het feit meermalen is gepleegd.
Het verweer dat geen sprake was van opzet op het handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening wordt verworpen. Verdachte, die verantwoordelijk was voor de toepassing van bestrijdingsmiddelen binnen de onderneming, wist dat hij niet volgens het gebruiksvoorschrift van Vydate handelde. Bij hem was er dus sprake van vol opzet.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat bij het plegen van het feit sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten [bedrijf 1] en [bedrijf 3] waardoor sprake is van medeplegen.
Pleegperiode
Ten aanzien van de pleegperiode heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het gebruik van Vydate eind 2021 al was gestaakt. Uit de verklaringen van verdachten volgt dat zij vanaf januari 2022 klamboes toepasten ter bestrijding van de potworm.
De rechtbank is van oordeel dat is bewezen dat tot en met de dag van de inval op 16 september 2022 Vydate gemengd met bulgur over de planten werd gestrooid.
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft op de dag van de inval verklaard dat ze nu ter bestrijding van de potworm telen onder klamboes en dat ze Vydate daardoor niet meer nodig hebben. Verder heeft hij verklaard dat ze een jaar in de netten-teelt zitten en de potworm goed onder controle hebben en dat dus Vydate helemaal uitgefaseerd kan worden. Voorts heeft hij verklaard dat ze eerst nog wat wantrouwig waren en ze nog wel Vydate gebruikten om te corrigeren of als extra bescherming, maar dat ze er nu van overtuigd zijn dat ze volledig zonder het gebruik van Vydate kunnen. Verder is volgens [medeverdachte 2] op de locatie van [bedrijf 3] nog vrij recent Vydate gebruikt. Nu verdachte degene is geweest die de bulgur met Vydate mengde gaat de rechtbank uit van een bewezenverklaring van de gehele ten laste gelegde periode.
Verdachte heeft verklaard dat op de locatie van [bedrijf 1] is gestopt met het gebruik van Vydate net voor de inval op 16 september 2022. Over [bedrijf 3] heeft verdachte op 26 september 2022 verklaard dat het daar nu nog incidenteel wordt gebruikt. Bij een paar tafels is het gaas eraf gehaald, de zieke planten eruit gehaald en is er gelijk nog even overheen gestrooid. Hij voegde daaraan toe “Ik denk dat je dat gezien hebt van wat je zegt van dat ding ziet er best wel vies uit”. Vermoedelijk bedoelde verdachte hiermee de aangetroffen mixer.
Bij de doorzoeking op 16 september 2022 werd bij [bedrijf 3] een Hikoki mixer aangetroffen en een verstrooier. De opstelling stond midden in de ruimte van de kas. Verder stonden er emmers en witte mengtonnen. In de mengtonnen zaten resten van een mengsel dat sterk leek op Vydate met bulgur. Van de boorkop van de mixer en van de resten in de emmer zijn monsters genomen. In de monsters is Oxamyl aangetroffen, de werkzame stof van Vydate. In de kas waarin diverse jonge planten werden geteeld stond op een pad in de kas een granulaatstrooier. In de granulaatstrooier zaten korrels, vermoedelijk bulgur, met daarin kleine blauwe korrels, vermoedelijk Vydate. In een monster hiervan is eveneens Oxamyl aangetroffen. Op de locatie van [bedrijf 1] werd een rugvernevelaar/pneumastrooier aangetroffen met daarin vermoedelijk een mengel van bulgur met blauwe korrels Vydate. In een monster hiervan is eveneens Oxamyl aangetroffen. Het aantreffen van Oxamyl in beide apparaten bevestigt het vermoeden dat het om Vydate gaat.
Het aantreffen van de opstelling met de mixer, de granulaatstooier op een pad in de kas waar jonge planten werden geteeld en de rugvernevelaar/pneumastooier en de aangetroffen Oxamyl in de monsters, wijst op recent gebruik van Vydate gemengd met bulgur.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat Vydate gemengd met bulgur in ieder geval op locatie [bedrijf 3] tot en met 16 september 2022 over de planten is gestrooid. Aangezien [bedrijf 1] , [bedrijf 3] en [verdachte] medeplegers zijn is niet relevant wie tot die tijd heeft gestrooid, [verdachte] of [naam] , en op welke locatie voor het laatst is gestrooid. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat volgens [medeverdachte 2] de planten heen en weer werden gereden tussen de beide kwekerijen. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.

6.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in
de bijlagebewezen dat verdachte:
in de periode van 1 september 2020 tot en met 16 september 2022 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk meermalen, heeft gehandeld in strijd met artikel 55 van de verordening (EG) 1107/2009, immers heeft [bedrijf 1] Vydate 1OG, niet op juiste wijze gebruikt door Vydate 1OG te mengen met bulgur en dat na het oppotten van de orchideeën over de planten(potten) te verstrooien;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7.De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9.Geen straf of maatregel

9.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur.
9.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen.
9.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk meermalen niet volgen van gebruiksvoorschriften bij het toepassen van een zeer giftig gewasbeschermingsmiddel bij de productie van vlinderorchideeën. Verdachte heeft bij de bedrijven waar hij voor werkte in opdracht van die bedrijven gedurende een periode van ruim twee jaar het middel gemengd met bulgur en verdachte is degene geweest die het over de vlinderorchideeën heeft gestrooid, terwijl het middel volgens het gebruiksvoorschrift uitsluitend door potgrond gemengd mag worden. Voor het gebruik van dit soort middelen gelden voor professionele gebruikers strenge normen en strikte gebruiksvoorschriften. De gebruiksvoorschriften zorgen voor een veilige en effectieve toepassing waarbij de belasting voor mens, dier en milieu wordt geminimaliseerd. Verdachte was in dat kader de specialist binnen de onderneming en wist ook dat het gebruik fout was. De rechtbank heeft daarnaast de indruk gekregen dat de onderneming bewust omgaat met het milieu en de effecten van de onderneming daarop. Ook verdachte heeft daaraan door zijn kennis bijgedragen. De officier van justitie heeft er ook op gewezen dat de ondernemingen het bewezenverklaarde feit hebben gepleegd omdat zij bezig waren om een manier te vinden om de potworm te bestrijden met een zo gering mogelijke impact. Tegen die achtergrond, alsmede het feit dat verdachte als werknemer alleen de uitvoerder was, de rechtspersonen en de feitelijk leidinggevers worden veroordeeld en dat verdachte inmiddels met pensioen is gegaan, komt de rechtbank tot het oordeel dat er geen redelijk strafdoel is gediend met het opleggen van een straf aan verdachte.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B. Vogel, voorzitter,
mrs. C.M. Berkhout en M. Nieuwenhuijs rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 november 2025.
[…]

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1107/2009, preambule overweging 6 en 7.
2.Verordening (EG) Nr. 1107/2009, preambule overweging 8.
3.AMB-059, PV bevindingen Vydate 10G, p.2; DOC-00032, p. 2.