Gedaagde ontving op 7 mei 2023 een vervangende auto van Autoverhuur Nederland in het kader van zijn pechhulpverzekering. Autoverhuur Nederland vorderde betaling wegens te late inlevering, niet volgetankte auto en administratiekosten. Gedaagde betwistte de authenticiteit van de ondertekende huurovereenkomst en stelde dat hij niet wist van de maximale huurtermijn.
De kantonrechter oordeelde dat de overgelegde huurovereenkomst geen bewijs oplevert van de afspraken, omdat de handtekening niet authentiek is vastgesteld en niet overeenkomt met die op het rijbewijs. Verder is onvoldoende gebleken dat gedaagde de huurovereenkomst heeft aanvaard of dat hij als huurder optrad.
Autoverhuur Nederland kon niet aantonen dat gedaagde contractspartij was, mede omdat het gebruik van de auto voortvloeide uit de pechhulpverzekering waarbij vaak de verzekeraar contractspartij is. De vorderingen werden daarom afgewezen en Autoverhuur Nederland werd veroordeeld in de proceskosten.