ECLI:NL:RBAMS:2025:10988

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
11627951
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 156 RvArt. 159 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken overeenkomst huurauto pechhulpverzekering

Gedaagde ontving op 7 mei 2023 een vervangende auto van Autoverhuur Nederland in het kader van zijn pechhulpverzekering. Autoverhuur Nederland vorderde betaling wegens te late inlevering, niet volgetankte auto en administratiekosten. Gedaagde betwistte de authenticiteit van de ondertekende huurovereenkomst en stelde dat hij niet wist van de maximale huurtermijn.

De kantonrechter oordeelde dat de overgelegde huurovereenkomst geen bewijs oplevert van de afspraken, omdat de handtekening niet authentiek is vastgesteld en niet overeenkomt met die op het rijbewijs. Verder is onvoldoende gebleken dat gedaagde de huurovereenkomst heeft aanvaard of dat hij als huurder optrad.

Autoverhuur Nederland kon niet aantonen dat gedaagde contractspartij was, mede omdat het gebruik van de auto voortvloeide uit de pechhulpverzekering waarbij vaak de verzekeraar contractspartij is. De vorderingen werden daarom afgewezen en Autoverhuur Nederland werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van Autoverhuur Nederland worden afgewezen wegens ontbreken van een geldige huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11627951 \ CV EXPL 25-5283
Vonnis van 23 december 2025
in de zaak van
AUTOVERHUUR NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Autoverhuur Nederland,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 maart 2025, met producties
- het proces-verbaal van het mondeling antwoord;
- het instructievonnis van 27 mei 2025;
- de conclusie van repliek, tevens houdende akte wijziging eis, met één productie;
- de conclusie van dupliek;
- de rolmededeling van 16 september 2025;
- de akte van Autoverhuur Nederland.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
[gedaagde] is op 7 mei 2023 bij Autoverhuur Nederland op kantoor geweest, omdat zijn eigen voertuig defect is geraakt. Op basis van de pechhulpverzekering die [gedaagde] heeft bij Centraal Beheer op zijn voertuig, heeft hij recht op kosteloos vervangend vervoer in een dergelijke situatie. Autoverhuur Nederland heeft in dit kader een voertuig uit de genaamde “B-categorie” meegegeven aan [gedaagde] . Het voertuig is uiteindelijk op 25 mei 2023 opgehaald bij [gedaagde] door Autoverhuur Nederland.

3.Het geschil

3.1.
Autoverhuur Nederland vordert – kort gezegd, na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen om te betalen:
€ 1.110,70 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 18 juli 2025 tot en met de dag van algehele voldoening;
€ 166,61 aan buitengerechtelijke incassokosten;
€ 155,58 aan vervallen wettelijke rente, berekend tot en met 17 juli 2025;
e proceskosten.
3.2.
Autoverhuur Nederland stelt dat [gedaagde] de auto te laat heeft ingeleverd. Uit de overeenkomst volgt dat de auto vóór 10 mei 2023 om 17:00 uur ingeleverd diende te zijn. Uit de overeenkomst volgt ook dat voor iedere dag dat de auto te laat was ingeleverd, een bedrag van € 67,00 extra verschuldigd zou zijn. [gedaagde] is deze extra kosten verschuldigd. Ook heeft [gedaagde] de auto niet volgetankt, hoewel dit wel is overeengekomen. Uit de overeenkomst volgt dat Autoverhuur Nederland een bedrag van € 30,25 boven op de benzinekosten in rekening mag brengen. Ten slotte heeft [gedaagde] een boete gereden, waarvoor € 15,00 aan administratiekosten in rekening zijn gebracht.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat hij de auto in ontvangst heeft genomen, maar betwist dat de handtekening op de overeenkomst van hem is. Hij heeft enkel zijn rijbewijs laten zien. De handtekening verschilt ook van die op zijn rijbewijs. [gedaagde] stelt verder dat hij niet wist dat hij de auto maar drie dagen in bezit mocht hebben. De genoteerde adresgegevens op de overeenkomst zijn ook niet van [gedaagde] . De boete heeft [gedaagde] nooit ontvangen, hoewel het wel zou kunnen dat hij die heeft gereden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat [gedaagde] de auto in ontvangst heeft genomen op 7 mei 2023 als vervangend vervoer in het kader van zijn pechhulpverzekering. [gedaagde] heeft betwist dat hij de door Autoverhuur Nederland overgelegde overeenkomst heeft gezien of ondertekend.
4.2.
De overgelegde schriftelijke huurovereenkomst is een onderhandse akte zoals bedoeld in artikel 156 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Toch levert die huurovereenkomst in dit geval geen bewijs op van de daarin vastgelegde afspraken, omdat [gedaagde] de authenticiteit van de handtekening onder de huurovereenkomst stellig heeft betwist en nog niet is bewezen van wie de ondertekening afkomstig is. Dat alles volgt uit artikel 159 Rv Pro. De kantonrechter merkt in dit kader nog op dat de handtekening op de overeenkomst in het geheel niet lijkt te op de handtekening op het rijbewijs.
4.3.
Nu aan de door Autoverhuur Nederland overgelegde overeenkomst geen dwingende bewijskracht toekomt, blijkt uit niets dat [gedaagde] zelf een huurovereenkomst is aangegaan met Autoverhuur Nederland. Autoverhuur Nederland heeft geen andere feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat [gedaagde] het aanbod tot huur van de auto heeft aanvaard, dan wel dat Autoverhuur Nederland redelijkerwijs mocht begrijpen dat [gedaagde] als huurder wilde optreden. Dat [gedaagde] de auto heeft gebruikt, is daarvoor onvoldoende, nu het initiële gebruik voortvloeide uit de door de verzekeraar geregelde pechhulpverlening. In situaties als deze is het bovendien niet ongewoon dat niet de verzekerde, maar de verzekeraar als contractspartij van de verhuurder optreedt. Verder vermeldt de interne notitie, waarover hieronder meer, als “naam contract”:
EuroCross. Er kan dus niet worden aangenomen dat [gedaagde] de huurder is van de auto.
4.4.
Voor zover Autoverhuur Nederland stelt dat uit een interne notitie blijkt dat [gedaagde] op de hoogte was van het feit dat hij, op grond van afspraken of gebruiksregels, de auto maar drie dagen mocht gebruiken, slaagt dit niet. Uit de tekst van de notitie valt niet op te maken of [gedaagde] bij aanvang van het gebruik van de auto op de hoogte was over de maximale huurtermijn of dat hij pas op het moment van bellen, 24 mei 2023, op de hoogte is geraakt van de maximale huurtermijn.
4.5.
Autoverhuur Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 117,50 (€ 50,00 aan verletkosten en € 67,50 aan nakosten).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Autoverhuur Nederland in de proceskosten van € 117,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Autoverhuur Nederland niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289