ECLI:NL:RBAMS:2025:10989

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
11567529
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor krassen op auto ondanks vrijspraak in strafzaak

In deze civiele zaak vordert eiser een schadevergoeding van €2.937,51 wegens krassen op zijn Volvo, die hij toeschrijft aan gedaagde. De kantonrechter baseert zich op camerabeelden en politieprocessen-verbaal waaruit blijkt dat een persoon die overeenkomt met het signalement van gedaagde betrokken was bij een woordenwisseling met eiser en zich verdacht gedroeg bij de auto.

Hoewel gedaagde in een strafzaak is vrijgesproken, geldt in het civiele recht een ander toetsingskader. De kantonrechter concludeert op basis van de feiten, het eigendom van de Polo op naam van gedaagde, en het ontbreken van een gemotiveerde betwisting door gedaagde, dat zij aansprakelijk is voor de schade.

De kantonrechter wijst de volledige gevorderde schadevergoeding toe, inclusief kosten voor de schaderapportage, en veroordeelt gedaagde tevens in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is mondeling uitgesproken in aanwezigheid van partijen en de griffier.

Uitkomst: Gedaagde wordt aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11567529 \ CV EXPL 25-3686
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 19 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R. Teitler,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.J.R. Roethof.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.I. Hoestra als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] , bijgestaan door de gemachtigde; en
- [gedaagde] , bijgestaan door de gemachtigde.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
[eiser] vordert in deze zaak een bedrag van € 2.937,51 aan schadevergoeding van [gedaagde] . [eiser] stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door hem geleden schade aan zijn auto, een Volvo (hierna: de Volvo). [gedaagde] is het niet eens met de vordering en stelt dat zij niet degene is die de schade heeft veroorzaakt aan de Volvo van [eiser] .
1.2.
De kantonrechter acht bij de beoordeling het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 24 april 2023 van belang. Uit dit proces-verbaal volgt dat een politieagent naar de camerabeelden heeft gekeken. Op basis hiervan zijn een aantal dingen vast komen te staan. Door de politieagent wordt waargenomen dat er op 5 januari 2023 een donkerkleurige Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken] (hierna: de Polo) op een parkeerplaats komt te staan. Iemand stapt uit de Polo. Bij de beschrijving van het signalement van de bestuurder wordt gesproken over:

- Licht getint
- Donker haar
- Zwartkleurige broek met witte strepen aan beide zijkanten
- Lichtkleurig t-shirt met een hoge hals
- Zwartkleurige jas met een capuchon, de jas valt net boven de knie
- Zwart/wit/roze kleurige schoenen
Bij deze beschrijving wordt niet gesproken over een Afrikaans uiterlijk. De persoon die uit het beschreven voertuig komt, duidt de politieagent als [gedaagde] . De kantonrechter merkt hierbij op dat het niet mogelijk is om de persoon die te zien is op het beeld op dat moment op basis van het signalement als [gedaagde] te kunnen aanwijzen.
1.3.
Wat wel vaststaat is dat de persoon die uit de Polo stapt een akkefietje heeft met [eiser] . Dat wordt gezien op de camerabeelden en beschreven door de politieagent. [eiser] stelt dat er op dat moment een woordenwisseling is geweest. Vervolgens is te zien dat beide partijen ieder een andere kant op gaan. De persoon die uit de Polo kwam stapt weer in en rijdt weg om 15:46:10. Vervolgens om 15:47:31, vlak daarna, komt vanuit de kant dat de Polo is weggereden een vrouw aangelopen. In het proces-verbaal staat dat de vrouw voldoet aan het signalement van [gedaagde] . Dit bevestigt ook een andere politieagent in het eerder opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2023. De kantonrechter neemt op basis van deze waarnemingen van de politieagenten aan dat dat de persoon die als bestuurder van de Polo wordt gezien, dezelfde persoon is die enkele ogenblikken later komt aangelopen.
1.4.
Op de camerabeelden is te zien dat de persoon die komt aanlopen opmerkelijk gedrag vertoont. De persoon gaat naast de Volvo staan. Kijkt links en rechts om zich heen, beweegt zich om de Volvo heen, er wordt in de linker jaszak gegrepen en vervolgens verdwijnt de persoon weer uit beeld.
1.5.
De volgende dag constateert [eiser] dat er gekrast is op de Volvo en dat de tekst die op de Volvo is geschreven een raakvlak heeft met de woordenwisseling die een dag daarvoor heeft plaatsgevonden met de bestuurder van de Polo. [eiser] stelt namelijk dat hij tijdens die woordenwisseling aan de bestuurder van de Polo heeft gevraagd of zij zwakbegaafd was. Op de Volvo stond vervolgens de volgende dag het woord zwak gekrast. Op basis van deze feiten komt de kantonrechter tot de conclusie dat de bestuurder van de Polo de persoon is die de krassen op de Volvo heeft gezet.
1.6.
Vervolgens is het de vraag of de persoon die de Polo bestuurde, [gedaagde] is. [gedaagde] stelt dat zij in de strafzaak is vrijgesproken voor dit feit. De kantonrechter overweegt dat het toetsingskader in het civiele recht anders is dan in het strafrecht. De civiele rechter werkt bij de beoordeling aan de hand van gemotiveerde stellingen en betwistingen. Op basis van de camerabeelden kan de kantonrechter [gedaagde] niet herkennen, maar de kantonrechter komt wel degelijk tot de conclusie dat zij het is. De kantonrechter acht van essentieel belang dat in dit geval de Polo op naam staat van [gedaagde] . Er is sprake van een signalement wat [gedaagde] niet uitsluit. Bovendien herkent [eiser] op de mondelinge behandeling vandaag, [gedaagde] als de persoon van het akkefietje met de Polo. Het enige wat [gedaagde] hier tegenover heeft gesteld is het ook iemand anders kan zijn, omdat [gedaagde] de Polo wel eens uitleent. In het licht van de gemotiveerde stellingen van [eiser] , heeft [gedaagde] deze onvoldoende gemotiveerd betwist. Als het zo was dat de Polo was uitgeleend aan bijvoorbeeld een zus, had [gedaagde] dat concreter naar voren moeten brengen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om dan een verklaring of aanduiding te geven van wie de persoon die de Polo bestuurde wel is geweest. [gedaagde] had ook concreet kunnen stellen waar zij die dag op dat moment was om aan te tonen dat zij niet op dat moment op de parkeerplaats kon zijn. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
1.7.
Alles overziend komt de kantonrechter daarom tot de conclusie dat [gedaagde] de gemotiveerde stellingen van [eiser] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Hierom wijst de kantonrechter de gevorderde hoofdsom van € 2.837,52 toe. [eiser] heeft de schade voldoende onderbouwd en uit het schaderapport blijkt dat er ook kosten zijn gemaakt voor de schaderapportage. Deze kosten van € 99,99 komen daarom ook voor toewijzing in aanmerking.
1.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
945,95

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.937,51,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 945,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.