ECLI:NL:RBAMS:2025:11030

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
13.085228.21 (2025)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege na psychische stoornis en recidiverisico

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1970, die lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type. De terbeschikkingstelling was oorspronkelijk opgelegd na een veroordeling voor poging tot zware mishandeling en is ingegaan op 26 november 2021. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar behandeld. De terbeschikkinggestelde is gehoord, evenals zijn raadsman en deskundigen. De deskundigen hebben geconcludeerd dat de terbeschikkinggestelde nog steeds een hoog recidiverisico heeft en dat zijn psychische toestand niet voldoende onder controle is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde geen ziekte-inzicht heeft en dat er een aanhoudend risico op gewelddadig gedrag bestaat. Gezien de ernst van de situatie en de noodzaak voor voortdurende behandeling, heeft de rechtbank besloten de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat hoger beroep open voor de terbeschikkinggestelde.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-085228-21
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),
verblijvend in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [Forensisch Psychiatrisch Centrum] ,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 november 2021 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van het misdrijf poging tot zware mishandeling. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 november 2021. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 28 november 2023 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 16 oktober 2025 op de openbare zitting van 11 december 2025 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman, mr. E. van Reydt, en de officier van justitie, mr. J. Ang, op zitting gehoord.
Daarnaast is [deskundige 1] , psycholoog, verbonden aan de instelling, als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van de instelling FPC [Forensisch Psychiatrisch Centrum] van 27 september 2025, opgemaakt door [hoofd behandeling] , hoofd behandeling en [directeur behandelzaken] , directeur behandelzaken, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv;
  • de adviezen van twee externe gedragsdeskundigen [deskundige 2] , GZ-psycholoog, van 1 september 2025, en [deskundige 3] , psychiater, van 15 augustus 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 3 Sv;
  • de wettelijke aantekeningen.

Advies

Het advies van
de instellingluidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
De terbeschikkinggestelde lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type.
De behandeldoelen en het behandelverloop
De terbeschikkinggestelde is per 13 mei 2024 gestart met de ECT-behandeling. Hij heeft last van bijwerkingen zoals duizeligheid. Er is duidelijk merkbaar dat hij minder agressieve gedachten heeft. Hij heeft het minder over wapens en verheerlijking van geweld. De terbeschikkinggestelde heeft het nu meer over zijn familie en over zijn moeder die ziek is en het geloof.
Het verheerlijken van geweld en agressief gedrag zijn de afgelopen jaren het grootste knelpunt in de behandeling geweest. Deze komen mogelijk voort uit het chronisch psychotische beeld waarbij de terbeschikkinggestelde angsten ervaart en zich agressief uit als zelfbescherming. Dit is sinds de start van de ECT-behandeling meer op de achtergrond. komen te staan. De terbeschikkinggestelde heeft bij zijn behandelplan bespreking aangegeven dat als hij het over wapens heeft, dit een uiting kan zijn van dat hij zich angstig voelt. Hij heeft dan het idee wapens nodig te hebben om zich te kunnen beschermen.
De behandeling voor de komende tijd is gericht op het behouden van de veiligheid en voorzichtige uitbreiding van zijn programma. De ECT-behandeling wordt voortgezet. De kliniek is van plan om beveiligd verlof aan te vragen in het kader van kwaliteit van leven, het oefenen met prikkels in de maatschappij en ter voorbereiding op een eventuele overplaatsing naar [kliniek] .
De risicotaxatie en het risicomanagement
Bij de terbeschikkinggestelde ontbreekt zowel probleeminzicht- als besef ten aanzien van zijn diagnose schizofrenie en de aanwezige risicofactoren. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn delict. Er is sprake van aanhoudende psychotische symptomen. De terbeschikkinggestelde is vaak oninvoelbaar, doet agressieve uitspraken, is verward, praat in zichzelf en vertoont achterdocht.
De psychose blijkt niet goed onder controle gebracht te kunnen worden en is moeilijk veranderbaar door medicatie. Er is sprake van een hoog risico profiel. Vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en de behoefte te veranderen zal gedragsbeïnvloeding moeilijk blijven. Een geringe leerbaarheid compliceert beïnvloeding verder. Dit betekent dat het recidiverisico moeilijk onder controle is te brengen.
De terbeschikkinggestelde is afhankelijk van externe structuur en begeleiding, maar komt ook binnen de huidige setting tot geweldsincidenten. Zonder langdurige en nauwlettende controle, bescherming, sturing en begeleiding zal betrokkene binnen de kortste keren terugvallen in problematisch of gevaarlijk gedrag.
Gekeken naar de situatie 'in zorg', met huidig verlofkader (geen verlof), wordt het risico op
terugval in gewelddadig gedrag als ‘matig’ geschat.
In een situatie ‘uit zorg’, bij het beëindigen van de tbs-maatregel, wordt het risico op gewelddadig gedrag gedrag als ‘hoog’ geschat. Bij een hypothetisch ontslag vallen externe beschermende factoren, zoals structuur, toezicht (op medicatie en risicofactoren) en ondersteuning weg.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige het advies toegelicht en aangevuld. De terbeschikkinggestelde is inmiddels aangemeld bij [kliniek] . Binnenkort zal een intakegesprek plaatsvinden. Beveiligd verlof is nog niet aangevraagd, dat is onderwerp van gesprek binnen het team.

Advies van de externe gedragsdeskundigenHet advies van de psychiater [deskundige 3] die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van schizofrenie.
Het risico op gewelddadig gedrag is inherent aan zijn schizofrenie en is afhankelijk van de mate van structurering en toezicht en van de effecten van de medicatie en andere interventies (zoals de ECT). Zorgelijk is wel dat het toestandsbeeld van de terbeschikkinggestelde nog steeds fluctueert.
Het risicomanagement dient te worden vormgegeven in het kader van de TBS-maatregel en bestaat uit een aantal factoren: het zo optimaal als mogelijk instellen op antipsychotische medicatie, het toepassen van andere curatieve interventies (zoals de ECT), het hanteren van vroegsignalering, het bieden van structuur die aangepast is op betrokkenes draagkracht en het bieden van holding. Door de psychotische kwetsbaarheid van de terbeschikking-gestelde en door de ernst van zijn toestandsbeeld is het risicomanagement nog steeds voornamelijk extern.
Geconcludeerd kan worden dat de terbeschikkinggestelde binnen de gestructureerde omstandigheden overwegend welwillend is ten aanzien van de behandeling, maar dat hij intensieve ondersteuning en een forensische setting nodig heeft om zo stabiel als mogelijk te blijven functioneren, waarbij blijvende alertheid van het behandelteam nodig is. Er wordt geadviseerd om tijd te nemen voor het traject. In het verlengde daarvan wordt geadviseerd om de maatregel TBS met twee jaar te verlengen.
Het advies van de
psycholoog [deskundige 2]die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van schizofrenie. De combinatie van de schizofrenie, de beperkte leerbaarheid en stressgevoeligheid maakt hem kwetsbaar voor ontregeling in de vorm van onvoorspelbaar en agressief gedrag. Er is voortdurende behoefte aan gestructureerde begeleiding, met medicamenteuze ondersteuning en voortzetting van behandeling om zijn behandelbaarheid en stabiliteit te waarborgen. Bij terugkeer in de maatschappij zonder zorg en toezicht, is er sprake van een hoog risico op herhaling van geweld.
Overplaatsing naar een minder gestructureerde omgeving in bijvoorbeeld de reguliere GGZ, zoals zelfstandig wonen, zou het risico op terugval in problematisch gedrag vergroten. Een beschermde woonvorm in een forensische setting met intensieve begeleiding wordt daarom op de langere termijn als meest passend beschouwd, zowel ter ondersteuning van zijn dagelijks functioneren als ter risicobeheersing.
Het risico op gedragsontregeling bij een toename van stress blijft significant. Stabiliteit in
gedrag is momenteel nog grotendeels afhankelijk van externe structuur, medicatie, toezicht en ondersteuning. Risicomanagement moet daarom in deze fase nog steeds intensief, multidisciplinair en individueel afgestemd blijven om de terbeschikkinggestelde op een veilige en gecontroleerde manier te blijven begeleiden binnen de kaders van de tbs.​​​​​​​
Onderzoeker adviseert de maatregel van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.​​​​​​​

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met twee jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde nog langdurige behandeling nodig heeft.
De advocaat heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling .

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornis van de terbeschikkinggestelde is nog steeds aanwezig en het recidiverisico is onverminderd hoog. Hij toont inzicht dat dat zo is en begrijpt dat er nog veel moet gebeuren.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel en dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar moet worden verlengd.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.M. Grüschke en R.A. Overbosch, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.