Uitspraak
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 22 juli 2025;
- het F9-formulier van 12 november 2025 van de moeder, met bijlagen;
- de brief van 13 november 2025 van de moeder, met producties USB-1 t/m USB-10;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen van de vader, ingekomen op 17 november 2025;
- het F9-formulier van 17 november 2025 van de moeder, met bijlagen;
- de brief van 20 november 2025 van de moeder, met productie USB-11;
- het F9-formulier van 25 november 2025 van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 26 november 2025 van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
F9-formulier van 1, respectievelijk 5, december 2025 ingediend.
2.De feiten
Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de communicatie en verstandhouding van partijen niet goed is. Partijen hebben weinig tot geen persoonlijk contact met elkaar en van wederzijds vertrouwen is op dit moment helaas al helemaal geen sprake meer. Het lijkt hen niet te lukken hun relatie als ex-echtgenoten te bestendigen, ook niet tijdens het mediationtraject. Inmiddels zijn partijen verhard in hun strijd. [minderjarige] wordt belast met deze strijd en dit zal een grote weerslag op hem hebben, als dit niet reeds het geval was.”
De huidige strijd tussen de ouders schaadt de belangen van [minderjarige] . [minderjarige] is jong en kwetsbaar. [minderjarige] is gebaat bij een duidelijke structuur en stabiliteit en met ouders die met elkaar kunnen communiceren en afspraken kunnen maken. Daar ontbreekt het aan, ondanks de veelal goede bedoelingen van de ouders. Eerder zag de rechtbank geen meerwaarde in het gelasten van een Raadsonderzoek, maar partijen zijn niet in staat gebleken er voor te zorgen dat hun strijd luwt in het belang van [minderjarige] . Het is partijen niet gelukt via de SCHIP-aanpak verder te komen en het traject is daarom mislukt.”
- een zorgregeling inhoudende dat [minderjarige] iedere week op woensdag bij de vader is, waarbij de vader hem ophaalt uit school/bso en hem om 17.00 uur terugbrengt bij de moeder; en [minderjarige] om het weekend bij de vader is, waarbij de vader hem vrijdagmiddag uit school ophaalt en de moeder hem zondag om 17.00 uur ophaalt bij de vader;
- een verdeling van de vakanties. Ten aanzien van de feestdagen is bepaald dat deze niet verdeeld zullen worden tussen de ouders, wat betekent dat [minderjarige] de betreffende feestdag viert bij de ouder waar hij volgens de reguliere zorgregeling is, met een aantal uitzonderingen.
- het eten dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
- het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
- alle allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met
De rechtbank zal het gebruik van Whatsapp niet meer verbieden of beperken. Dat verzoek van moeder zal dus worden afgewezen. Hierbij wordt in acht genomen dat de vader er zelf zorg voor moet dragen dat hij de moeder niet te veel berichten stuurt en haar grenzen hierin respecteert.”
- de Raad verzocht om onderzoek te doen naar de vraag of er sprake is van machtsongelijkheid tussen partijen en specifiek of sprake is van intieme terreur. Aanvullend wordt de Raad verzocht onderzoek te doen naar zaken die van belang zijn voor het gezag en de omgang. De Raad is verzocht het onderzoeksrapport in te dienen in de lopende bodemprocedure over het gezag en de omgang;
- [persoon] , verbonden aan KidsInBetween, “benoemd” tot kindbehartiger voor [minderjarige] voor de duur van de bij deze rechtbank lopende bodemprocedure over het gezag en de omgang;
- moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] op school te laten meedoen aan de KIES-training.
3.Het verzoek en het verweer
- het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;
- de huidige zorgregeling te wijzigen en een omgangsregeling te bepalen daarbij [minderjarige] :
- één zaterdag per twee weken van 13.00 uur tot 17.00 uur bij zijn vader (en niet bij anderen) verblijft;
- op Vaderdag verblijft [minderjarige] bij de vader van 13.00 uur tot 17.00 uur;
- op [minderjarige] verjaardag verblijft [minderjarige] bij de vader op doordeweekse dagen uit school tot 17.00 uur, op weekenddagen van 13.00 uur tot 17.00 uur;
- de vader dient [minderjarige] – buiten aanwezigheid van derden – tijdig terug te brengen bij de moeder onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer dat de vader [minderjarige] meer dan dertig minuten te laat terugbrengt zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de moeder met een maximum van € 50.000,-;
- het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
- het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
- opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld;
- middels WhatsApp kan de vader contact opnemen met de moeder tijdens de omgang over zaken die [minderjarige] aangaan en/of daarbuiten in urgente gevallen. Als de vader buiten voornoemde momenten contact zoekt met de moeder geldt een contactverbod met verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer wanneer hij dit verbod overschrijdt, met een maximum van
4.De beoordeling
- het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
- het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
- opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld.
5.De beslissing
- de voorjaars- en herfstvakantie worden jaarlijks afgewisseld tussen de ouders, wat betekent dat [minderjarige] het ene jaar in de voorjaarsvakantie bij de moeder is en de herfstvakantie bij de vader, het jaar daarop is het andersom;
- de meivakantie wordt gedeeld tussen de ouders, waarbij beide ouders [minderjarige] één week bij zich hebben;
- de kerstvakantie wordt gedeeld tussen de ouders, waarbij [minderjarige] in de week van Kerst bij de vader is en in de week van Oud & Nieuw bij de moeder;
- de zomervakantie:
- in de eerste week is [minderjarige] bij de vader, waarbij hij [minderjarige] van school haalt;
- in de tweede en derde week is [minderjarige] bij de moeder;
- in de vierde en vijfde week is [minderjarige] bij de vader;
- in de zesde week is [minderjarige] bij de moeder;
- indien de vader het weekend van Pinksteren heeft, brengt hij [minderjarige] terug op maandag om 17.00 uur naar de moeder;
- de verjaardag van [minderjarige] conform de reguliere omgangsregeling, maar de andere ouder krijgt wel de mogelijkheid om [minderjarige] te videobellen;
- Moeder-/Vaderdag: indien [minderjarige] conform de reguliere omgangsregeling bij de andere ouder verblijft, zullen de weken worden gewisseld, zodat [minderjarige] de gelegenheid heeft om Moederdag bij de moeder door te brengen en Vaderdag bij de vader;
- het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
- het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
- opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de moeder, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de moeder is behandeld;
- het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
- het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
- opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld;
mr. C. M. Mellema en mr. K.M. van Hassel, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.M.H. Reintjes, griffier, op 29 december 2025. [1]