ECLI:NL:RBAMS:2025:11297

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/13/772959 / FA RK 25-5539
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 1:377a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag moeder en wijziging omgangsregeling wegens ernstige verstoorde ouderrelatie

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil over gezagsuitoefening en zorgregeling tussen de moeder en vader van een minderjarige geboren in 2018. De ouders zijn sinds 2019 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit, maar de communicatie is ernstig verstoord en er is sprake van machtsongelijkheid en intieme terreur door de vader jegens de moeder.

De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, met een aangepaste omgangsregeling waarbij de vader het kind slechts één zaterdag per twee weken mag zien en met strikte voorwaarden en dwangsommen. De vader betwistte de beschuldigingen en stelde dat de situatie een machtsstrijd betreft en pleitte voor een Solo Parallel Ouderschap na afronding van lopende onderzoeken.

De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is vanwege de ernstige verstoorde relatie en machtsongelijkheid. De moeder werd het eenhoofdig gezag toegekend. De omgangsregeling werd gewijzigd tot één weekend per veertien dagen, met een videobelcontact op woensdag. De vader kreeg een dwangsom opgelegd bij te late terugbrengst. De vakanties en feestdagenregeling bleven grotendeels ongewijzigd. De rechtbank benadrukte het belang van rust en stabiliteit voor het kind en beperkte de communicatie tussen ouders tot noodzakelijke informatieoverdracht.

De rechtbank wees het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor een skivakantie af wegens strijd met de goede procesorde. De moeder kreeg geen contactverbod opgelegd aan de vader, maar de communicatie werd wel beperkt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag en de omgangsregeling wordt aangepast met beperkingen en dwangsommen voor de vader.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/772959 / FA RK 25-5539
Beschikking van 29 december 2025 betreffende geschil gezagsuitoefening en wijziging zorgregeling
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. J.G.M. ter Avest te Utrecht,
tegen
[de vader] ,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 1 december 2023 geëmigreerd naar Mexico,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. E.P. van der Schraaf te Hilversum.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 22 juli 2025;
  • het F9-formulier van 12 november 2025 van de moeder, met bijlagen;
  • de brief van 13 november 2025 van de moeder, met producties USB-1 t/m USB-10;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen van de vader, ingekomen op 17 november 2025;
  • het F9-formulier van 17 november 2025 van de moeder, met bijlagen;
  • de brief van 20 november 2025 van de moeder, met productie USB-11;
  • het F9-formulier van 25 november 2025 van de vader, met bijlage;
  • het F9-formulier van 26 november 2025 van de moeder, met bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2025.
Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
1.3.
De Raad is niet op de mondelinge behandeling verschenen.
1.4.
Van zowel de zijde van de moeder als van de vader is op de mondelinge behandeling een pleitnotitie overgelegd en voorgehouden. Deze pleitnotities zijn vervolgens als bijlage bij het
F9-formulier van 1, respectievelijk 5, december 2025 ingediend.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest van 5 juli 2016 tot 10 januari 2019.
2.2.
Zij zijn de ouders van [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats 1] .
2.3.
De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit.
2.4.
Blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) hebben zowel [minderjarige] als beide ouders de Nederlandse nationaliteit.
2.5.
De ouders zijn in het door hen op 31 oktober 2018 ondertekende ouderschapsplan een zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader overeengekomen. Zoals hierna blijkt, zijn nadien tussen de ouders over deze zorgregeling verschillende procedures gevoerd.
2.6.
[minderjarige] is allergisch voor onder meer melk, noten, soja en selderij. Als hij
die allergenen binnenkrijgt. kan hij een anafylactische shock krijgen, wat levensbedreigend is. Vanwege de ernst van de allergie van [minderjarige] adviseren de artsen om te allen tijde daar waar [minderjarige] is ook twee Epi-Pennen beschikbaar te hebben zodat tijdig kan worden ingegrepen als hij een anafylactische reactie krijgt. Deze Epi-Pennen dienen volgens de verklaring van de apotheek bewaard te worden tussen de 8 en 25 graden. Daarnaast adviseert de huisarts om altijd antihistamine als siroop (desloratadine) mee te nemen.
2.7.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 19 november 2020 is – voor zover hier van belang – de moeder veroordeeld om vanaf 21 november 2020 mee te werken aan de uitvoering van een voorlopige zorgregeling waarbij [minderjarige] , samengevat, bepaalde (delen van) het weekend en woensdagmiddag bij de vader verblijft.
2.8.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 17 december 2020 is bepaald dat de moeder voornoemde zorgregeling moet naleven op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het gerechtshof heeft dit vonnis in hoger beroep bekrachtigd.
2.9.
Bij beschikking van 19 februari 2021 heeft de rechtbank, onder meer, als volgt overwogen:

Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de communicatie en verstandhouding van partijen niet goed is. Partijen hebben weinig tot geen persoonlijk contact met elkaar en van wederzijds vertrouwen is op dit moment helaas al helemaal geen sprake meer. Het lijkt hen niet te lukken hun relatie als ex-echtgenoten te bestendigen, ook niet tijdens het mediationtraject. Inmiddels zijn partijen verhard in hun strijd. [minderjarige] wordt belast met deze strijd en dit zal een grote weerslag op hem hebben, als dit niet reeds het geval was.”
De rechtbank heeft partijen tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat het in het belang van goede ontwikkelingsperspectieven van [minderjarige] noodzakelijk is dat zij hun verantwoordelijkheid gaan nemen en aan hun ouderrelatie moeten gaan werken. De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het door de Raad geadviseerde hulpverleningstraject, de SCHIP-aanpak.
De rechtbank heeft een voorlopige zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader bepaald, waarbij [minderjarige] , samengevat, bepaalde (delen van) het weekend en woensdagmiddag bij de vader verblijft. Ook heeft de rechtbank bepaald dat de moeder die zorgregeling moet naleven op straffe van verbeurte van een dwangsom. Iedere verdere beslissing ten aanzien van een definitieve zorgregeling is toen, in afwachting van het verloop en de resultaten van het hulpverleningstraject, aangehouden.
2.10.
Bij beschikking van 1 december 2021 (hersteld op 23 december 2021) heeft de rechtbank de reguliere voorlopige zorgverdeling, zoals bepaald bij beschikking van 19 februari 2021 gehandhaafd. De rechtbank heeft verder een voorlopige verdeling van de vakanties en feestdagen bepaald, op straffe van verbeurte van een dwangsom door de moeder. Gebleken was dat het de ouders niet was gelukt via de SCHIP-aanpak verder te komen en het traject is daarom ook beëindigd. De rechtbank heeft de Raad verzocht onderzoek te doen naar de zorgregeling. De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen:

De huidige strijd tussen de ouders schaadt de belangen van [minderjarige] . [minderjarige] is jong en kwetsbaar. [minderjarige] is gebaat bij een duidelijke structuur en stabiliteit en met ouders die met elkaar kunnen communiceren en afspraken kunnen maken. Daar ontbreekt het aan, ondanks de veelal goede bedoelingen van de ouders. Eerder zag de rechtbank geen meerwaarde in het gelasten van een Raadsonderzoek, maar partijen zijn niet in staat gebleken er voor te zorgen dat hun strijd luwt in het belang van [minderjarige] . Het is partijen niet gelukt via de SCHIP-aanpak verder te komen en het traject is daarom mislukt.”
2.11.
Bij beschikkingen van 14 juli 2022 en 18 november 2022 zijn opnieuw voorlopige zorgregelingen vastgesteld in afwachting van het raadsonderzoek. Daarnaast is bepaald dat de schriftelijke informatieoverdracht voorlopig in verband met de omgang door de
vader per mail dient te worden uitgevoerd op uiterlijk de dag volgend op de dag van omgang met [minderjarige] , en dat daarin naast de normale overdracht ten aanzien van welzijn en activiteiten ook informatie over eten en eventuele allergische reacties dient te worden verschaft. Verder is bepaald dat de communicatie vanuit de vader beperkt zal blijven tot maximaal twee keer per week in de begeleidende e-mail van de schriftelijke informatieoverdracht, en WhatsApp enkel voor urgente zaken dan wel foto’s of video’s van [minderjarige] zonder begeleidende tekst. Communicatie over de gezondheid van [minderjarige] is ten allen tijde toegestaan. Tot slot is de Raad verzocht in het kader van het onderzoek aanvullend advies uit te brengen en daartoe de volgende vraag te betrekken in het onderzoek: aan welke veiligheidsvoorwaarden moet, gelet op de medische situatie van [minderjarige] , worden voldaan in het geval van vakanties en reizen in binnen- en buitenland, ten aanzien van onder andere de reis en het verblijf?
In de beschikking van 18 november 2022 heeft de rechtbank – onder meer – het volgende overwogen:
“Het voorgaande brengt met zich dat de vader altijd expliciete toestemming van de moeder nodig heeft voor reizen naar het buitenland met [minderjarige] . Als de moeder die expliciete toestemming niet geeft (waarbij geldt dat geen reactie niet betekent dat er toestemming is), is het voor de vader dus niet is toegestaan om met [minderjarige] naar het buitenland te reizen, dus ook niet naar België.
(…)
Ten aanzien van de vader geldt dat is gebleken dat hij zich niet houdt aan meerdere beslissingen van deze rechtbank. Hij is regelmatig te laat met het terugbrengen van [minderjarige] , terwijl de eindtijd is vastgelegd om regelmaat en rust voor [minderjarige] te creëren. Het moge zo zijn dat hij daar soms niets aan kan doen, maar dat is zeker niet altijd het geval. De vader houdt zich niet aan de beslissing om de communicatie met de moeder te beperken tot de informatieoverdracht, terwijl deze beslissing is genomen omdat de huidige wijze van communiceren door de rechtbank werd gezien als factor die de verwijdering en stress tussen partijen in stand houdt, hetgeen niet in het belang van [minderjarige] is. De vader houdt zich niet aan de beslissing over de informatieoverdracht over [minderjarige] .
(…)
De rechtbank wijst partijen beiden op het volgende. De rechtbank heeft in opeenvolgende beschikkingen beslissingen genomen over [minderjarige] , ter behartiging van zijn belangen. De enige reden waarom de rechtbank dit heeft gedaan, is omdat het partijen als ouders zelf niet lukt om die beslissingen gezamenlijk te nemen, daargelaten wiens schuld of verantwoordelijkheid dit is. In zo’n situatie mag op zijn minst van ouders worden verwacht dat zij zich vervolgens wel houden aan de beslissingen van de rechtbank.
De rechtbank zal de dwangsom voor de moeder opheffen en geen dwangsom voor de vader opleggen. Het wordt tijd dat partijen de beslissingen van deze rechtbank vanaf nu gewoon gaan opvolgen. (…)”
2.12.
Bij beschikking van 12 juni 2023 van deze rechtbank zijn, na afronding en met inachtneming van het raadsonderzoek, definitieve beslissingen genomen. De rechtbank heeft onder meer bepaald:
  • een zorgregeling inhoudende dat [minderjarige] iedere week op woensdag bij de vader is, waarbij de vader hem ophaalt uit school/bso en hem om 17.00 uur terugbrengt bij de moeder; en [minderjarige] om het weekend bij de vader is, waarbij de vader hem vrijdagmiddag uit school ophaalt en de moeder hem zondag om 17.00 uur ophaalt bij de vader;
  • een verdeling van de vakanties. Ten aanzien van de feestdagen is bepaald dat deze niet verdeeld zullen worden tussen de ouders, wat betekent dat [minderjarige] de betreffende feestdag viert bij de ouder waar hij volgens de reguliere zorgregeling is, met een aantal uitzonderingen.
- dat de dat de schriftelijke informatieoverdracht in verband met de omgang met de vader in
het weekend per e-mail door beide partijen dient te worden uitgevoerd, waarbij de moeder vóórdat
[minderjarige] naar de vader gaat, de vader informeert en waarbij de vader zodra [minderjarige] is opgehaald
door de moeder, de moeder informeert, en dat daarin naast normale overdracht ten aanzien van welzijn en activiteiten in elk geval altijd het volgende moet zijn vermeld:
  • het eten dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
  • het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
  • alle allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met
omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en de wijze
waarop deze reactie door de vader is behandeld.
Ook is hierbij door de rechtbank het volgende overwogen:

De rechtbank zal het gebruik van Whatsapp niet meer verbieden of beperken. Dat verzoek van moeder zal dus worden afgewezen. Hierbij wordt in acht genomen dat de vader er zelf zorg voor moet dragen dat hij de moeder niet te veel berichten stuurt en haar grenzen hierin respecteert.”
2.13.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 11 december 2023 is – voor zover hier van belang – aan beide ouders vervangende toestemming verleend voor verschillende vakanties.
2.14.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 4 september 2025 is, voor zover hier van belang:
  • de Raad verzocht om onderzoek te doen naar de vraag of er sprake is van machtsongelijkheid tussen partijen en specifiek of sprake is van intieme terreur. Aanvullend wordt de Raad verzocht onderzoek te doen naar zaken die van belang zijn voor het gezag en de omgang. De Raad is verzocht het onderzoeksrapport in te dienen in de lopende bodemprocedure over het gezag en de omgang;
  • [persoon] , verbonden aan KidsInBetween, “benoemd” tot kindbehartiger voor [minderjarige] voor de duur van de bij deze rechtbank lopende bodemprocedure over het gezag en de omgang;
  • moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] op school te laten meedoen aan de KIES-training.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De moeder verzoekt, na wijziging, en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
  • het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;
  • de huidige zorgregeling te wijzigen en een omgangsregeling te bepalen daarbij [minderjarige] :
  • één zaterdag per twee weken van 13.00 uur tot 17.00 uur bij zijn vader (en niet bij anderen) verblijft;
  • op Vaderdag verblijft [minderjarige] bij de vader van 13.00 uur tot 17.00 uur;
  • op [minderjarige] verjaardag verblijft [minderjarige] bij de vader op doordeweekse dagen uit school tot 17.00 uur, op weekenddagen van 13.00 uur tot 17.00 uur;
  • de vader dient [minderjarige] – buiten aanwezigheid van derden – tijdig terug te brengen bij de moeder onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer dat de vader [minderjarige] meer dan dertig minuten te laat terugbrengt zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de moeder met een maximum van € 50.000,-;
- aan de vader een partieel contactverbod op te leggen waarbij de vader direct na iedere omgang één informatieoverdracht per e-mail stuurt (één e-mail per twee weken) met eventuele vragen aan de moeder en dat daarin naast informatie ten aanzien van welzijn en activiteiten in elk geval het volgende moet worden vermeld:
  • het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
  • het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
  • opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld;
  • middels WhatsApp kan de vader contact opnemen met de moeder tijdens de omgang over zaken die [minderjarige] aangaan en/of daarbuiten in urgente gevallen. Als de vader buiten voornoemde momenten contact zoekt met de moeder geldt een contactverbod met verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer wanneer hij dit verbod overschrijdt, met een maximum van
subsidiair:
- aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om voor [minderjarige] een passende psychologische (of aanverwante) behandeling te regelen naar aanleiding van de verwijzing uit het OLVG ziekenhuis.
3.2.
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de uitkomst van het onderzoek van de Raad en de bevindingen van de kindbehartiger af te wachten teneinde de ouders in de gelegenheid te stellen het ouderschapsplan aan te vullen en invulling te geven aan een Solo Parallel Ouderschap, althans een zodanige maatregel te treffen die zal kunnen leiden tot invulling van een Solo Parallel Ouderschap.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht om een beslissing op de voorliggende verzoeken te nemen. De rechtbank acht een (nieuw) raadsonderzoek – zoals door de voorzieningenrechter gelast bij vonnis van 4 september 2025 – dan ook niet meer nodig.
Verzoek vader op de mondelinge behandeling
4.2.
Namens de vader is op de mondelinge behandeling een verzoek ingediend voor vervangende toestemming voor een skivakantie met [minderjarige] . De moeder heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit verzoek is volgens de moeder te laat door de vader gedaan en daarmee in strijd met de goede procesorde.
4.3.
De rechtbank overweegt dat wijziging, waaronder vermeerdering, van verzoeken is toegestaan tenzij dat in strijd is met de goede procesorde. De vermeerdering van de zelfstandige verzoeken door de vader is naar het oordeel van de rechtbank op dit punt in strijd met de goede procesorde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder zich onvoldoende kunnen voorbereiden op dit verzoek van de vader door het late tijdstip van indiening, hierdoor wordt de moeder in haar belangen geschaad. Bovendien had de vader dit verzoek in een veel eerder stadium van de procedure kunnen en moeten doen, zodat zowel de moeder als ook de rechtbank zich deugdelijk op de behandeling van dit verzoek hadden kunnen voorbereiden. De rechtbank heeft op de mondelinge behandeling aan partijen medegedeeld dit verzoek daarom niet in behandeling te nemen.
Gezag
4.4.
De moeder voert ter onderbouwing van haar verzoek het volgende – verkort weergegeven – aan. Volgens de moeder is gezamenlijke uitoefening van het gezag niet langer in het belang van [minderjarige] . Tussen de ouders is sprake van ex-partnergeweld en controlerend en denigrerend gedrag van de vader jegens de moeder, in de vorm van intieme terreur. De vader werkt niet mee als de moeder iets wil in het belang van [minderjarige] en is zeer bepalend in wat er wel en niet gebeurt. Dit heeft tot gevolg dat de ouders voortdurend en onnodig lang moeten discussiëren over belangrijke aangelegenheden voor [minderjarige] , waaronder medische trajecten. Daardoor krijgt [minderjarige] niet de hulp die hij nodig heeft. Dit geldt eveneens voor de psychologische hulpverlening voor [minderjarige] . De vader is zeer bepalend in zijn gedrag, hetgeen invloed heeft op zowel [minderjarige] als de moeder. Naast dat de vader de moeder steeds intimideert en respectloos behandelt, benadert de vader de moeder ook nog steeds met veel onnodige appjes en e-mails en zet hij haar onder druk. Op deze manier ontstaat er onrust in het leven van [minderjarige] en wordt [minderjarige] in zijn belangen geschaad. De vader ondermijnt het gezag van de moeder en betrekt [minderjarige] hier actief in. Omdat de moeder geen verbetering verwacht in de communicatie en verstandhouding tussen de ouders, acht zij het in het belang van [minderjarige] dat zij met het eenhoofdig gezag over hem wordt belast.
4.5.
De vader voert verweer en betwist ten stelligste dat er sprake is van machtsongelijkheid dan wel van intieme terreur. Volgens de vader is slechts sprake van een machtsstrijd tussen de ouders, hetgeen volgens hem geen wijziging van het ouderlijk gezag rechtvaardigt. De vader erkent dat hij niet altijd gepast heeft gecommuniceerd met de moeder. Dat is voortgevloeid uit de frustratie over de gedragingen van de moeder. De vader betwist dat hij de moeder zou stalken. Voor stalking geldt wat betreft de vader dat het gericht moet zijn op het dwingen van het slachtoffer tot bepaald gedrag of het aanjagen van vrees. De af en toe niet passende berichten van de vader hebben dit oogmerk niet. Volgens de vader is er geen onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen zijn ouders. Evenmin is een wijziging van het gezag noodzakelijk in het belang van [minderjarige] . De vader heeft er vertrouwen in dat wanneer de ouders onder deskundige begeleiding het ouderschapsplan aanpassen en overgaan tot Parallel Solo Ouderschap (PSO), de situatie voor [minderjarige] zal verbeteren.
Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in augustus jl. een kindbehartiger benoemd en de Raad opdracht gegeven onderzoek te doen. Het is in het belang van [minderjarige] dat de uitkomst van deze trajecten wordt afgewacht.
4.6.
Op grond van artikel 1:253n eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dat artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd als er a) een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) als wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
4.7.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen. De rechtbank is van oordeel dat sinds de echtscheiding de omstandigheden zijn gewijzigd. Duidelijk is inmiddels dat de ouders niet in staat zijn tot gezamenlijk overleg. Hun communicatie is ernstig verstoord. Dit blijkt alleen al uit de vele procedures die tussen de ouders zijn gevoerd de afgelopen jaren. [minderjarige] is klem en verloren geraakt tussen de ouders en het is in zijn belang noodzakelijk dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd. De rechtbank zal de moeder daarom alleen met het gezag belasten.
4.8.
Uit de stukken en de mondeling behandeling blijkt dat tussen de ouders al jarenlang sprake is van een zeer ongezonde dynamiek. De rechtbank ziet ook aanwijzingen voor dwingende controle van de vader over de moeder en een machtsongelijkheid tussen de ouders. De vader stuurt voortdurend (whatsapp en e-mail) berichten naar de moeder, terwijl zij herhaaldelijk – ook in eerdere procedures – heeft aangegeven dit niet te willen. De vader stuurt daarbij ook ongepaste foto’s van de moeder en van hen samen uit het verleden naar de moeder. Dit is niet alleen ongepast en grensoverschrijdend. De vader handelt daarmee ook in strijd met hetgeen over de wijze en inhoud van de communicatie tussen de ouders in eerdere rechterlijke uitspraken is overwogen. Ook tijdens overdrachtsmomenten maakt de vader in aanwezigheid van [minderjarige] ongepaste opmerkingen naar de moeder. Zo vraagt de vader aan de moeder meermaals om een kus of een knuffel. Verder blijkt uit de door de moeder overgelegde audiofragmenten dat de vader de moeder heeft uitgescholden in het bijzijn van [minderjarige] .
4.9.
De spanningen tussen de ouders worden verder vergroot doordat de vader herhaaldelijk zonder toestemming van de moeder met [minderjarige] naar het buitenland reist (waaronder recentelijk in januari 2025 nog naar [plaats 1] (België) en in april 2025 naar [plaats 2] ). De vader weet dat hij hiervoor toestemming aan de moeder moet vragen. In procedures is hij hier ook eerder uitdrukkelijk op gewezen. De vader gaat echter zijn eigen gang en laat zijn eigen behoeftes voor gaan op het belang van overleg en een goede verstandhouding met de moeder. Hij neemt het gezamenlijk ouderschap en de regels die daarbij horen niet serieus. Dit blijkt ook uit een filmpje dat de vader heeft gemaakt bij het Drielandenpunt (gemaakt in de eerste helft van 2025). Op het filmpje laat hij [minderjarige] over de landsgrenzen stappen en zegt hij “jij bent strafbaar, het is ongelooflijk, jij bent strafbaar. Wat een drama, wat erg hè. Wat levensgevaarlijk dit. Want als je nu in België staat is levensgevaarlijk, want tja.” Dit filmpje heeft hij vervolgens met de moeder gedeeld. Dit is niet alleen kwalijk gedrag richting de moeder maar ook emotioneel schadelijk voor [minderjarige] . De vader betrekt [minderjarige] in de (machts)strijd die hij met de moeder aan het voeren is. Uit het filmpje blijkt ook dat de vader de spot drijft met de ernstige allergieën die [minderjarige] heeft en het risico op een anafylactische reactie. De vader zegt in het filmpje spottend tegen [minderjarige] “heb je wel een EpiPen bij je”. In strijd met eerdere rechterlijke beslissingen voorziet de vader de moeder bovendien niet van de informatie over het eten dat [minderjarige] heeft gekregen en eventuele allergische reacties daarop. De vader doet op geen enkele manier zijn best om de moeder gerust te stellen over de zorgen die zij heeft rondom de allergieën van [minderjarige] , waardoor haar zorgen en daarmee de spanningen tussen de ouders alleen maar zijn toegenomen.
4.10.
Tot slot lukt het de ouders niet overeenstemming te bereiken over passende hulpverlening voor [minderjarige] . De school heeft een KIES-training voor [minderjarige] aangeraden. De moeder heeft daarvoor aan de voorzieningenrechter vervangende toestemming moeten vragen en gekregen. Ook over de hulpverlening bij het Kabouterhuis, in verband met de medische problematiek van [minderjarige] , verschillen de ouders van mening.
4.11.
De rechtbank verwacht niet dat het de ouders lukt om binnen afzienbare tijd verbetering in de situatie aan te brengen. Daarvoor is de relatie tussen de ouders de afgelopen jaren te ernstig verstoord geraakt en de situatie is sinds de laatste beschikking van de rechtbank in 2023 alleen maar verder verslechterd. Ondanks eerdere procedures en overwegingen van de rechtbank hierover, laat de vader zien dat het hem (nog steeds) niet lukt om zijn gedrag jegens de moeder te veranderen. Ook na het laatste kort geding vonnis van 4 september 2025 stuurt de vader nog een ongepaste foto en e-mail naar de moeder over een etentje met de opmerking “Nodig jij me uit?”. De vader stelt herhaaldelijk zijn eigen behoeften en wensen boven die van [minderjarige] én die van de moeder. De moeder dreigt hieraan onderdoor te gaan, terwijl het belangrijk is dat zij – als hoofdverzorger van [minderjarige] – overeind blijft staan. Eerder hulpverlening zoals mediation en de Schip Aanpak heeft niet geholpen en de rechtbank verwacht niet dat een traject Parallel Solo Ouderschap de situatie wel zal verbeteren en ervoor zal zorgen dat gezamenlijke gezagsuitoefening wel mogelijk is. Daarvoor is de verhouding tussen de ouders te ernstig verstoord geraakt.
4.12.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] te belasten dus toewijzen. Dit betekent nadrukkelijk niet dat de rechtbank van oordeel is dat de vader niet het beste voor heeft met [minderjarige] . De rechtbank ziet dat de vader op zijn manier het beste met [minderjarige] voor heeft. Het feit dat de moeder als hoofdverzorger van [minderjarige] met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] wordt belast maakt ook niet dat de vader een minder belangrijke ouder is voor [minderjarige] . Vader zal als vader altijd een belangrijke rol in het leven van [minderjarige] blijven spelen.
4.13.
De rechtbank is zich ervan bewust dat de beslissing om de moeder alleen met het gezag te belasten niet alle problemen tussen de ouders zal verhelpen, maar het zal naar verwachting van de rechtbank wel bijdragen aan meer rust voor [minderjarige] doordat er minder overleg tussen de ouders nodig zal zijn. Ook voor de moeder zal er meer rust zijn.
4.14.
Gelet op de toewijzing van het primaire verzoek van de moeder, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek van de moeder.
4.15.
Nu de moeder voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] wordt belast, wordt in het vervolg van deze beschikking gesproken over de omgangsregeling.
Omgang
4.16.
De moeder voert het volgende – verkort weergegeven – aan. De moeder verzoekt een omgangsregeling vast te stellen zodat de vader deze regeling wel nakomt en [minderjarige] niet langer schade wordt toegebracht. De moeder maakt zich grote zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] bij de vader. De moeder verzet zich tegen overnachtingen bij de vader, nu de vader volgens de moeder onvoorspelbaar is in de nakoming van de omgangsregeling en daarnaast niet in staat is de veiligheid van [minderjarige] te garanderen. De vader eist door zijn gedrag dat [minderjarige] en de moeder zich continu aan hem moeten aanpassen en sluit niet aan bij wat [minderjarige] nodig heeft. De wijze waarop de vader de omgang (al dan niet) invult en van de moeder en [minderjarige] hierop aanpassing verwacht, alsmede het zeer schadelijke gedrag van de vader richting de moeder en [minderjarige] , maakt dat de moeder de regeling wil wijzigen. De vader laat al jaren te weinig verantwoordelijkheid zien in de nakoming van de regeling, maar ook in het voldoende zorgvuldig omgaan met de serieuze gezondheidsrisico’s die [minderjarige] loopt. Daarnaast stelt hij [minderjarige] bloot aan zijn agressie jegens de moeder. Een omgangsregeling die voldoet aan de nakoming van voornoemde voorwaarden zou wat de moeder betreft inhouden dat [minderjarige] één zaterdagmiddag per twee weken van 13.00 uur tot 17.00 uur bij de vader verblijft. Ten aanzien van de vakanties stelt de moeder dat er vanwege de fysieke en emotionele onveiligheid van [minderjarige] geen sprake kan zijn van vakanties met de vader. Het is onverantwoord om [minderjarige] nog langer langdurig (langer dan een paar uur) bij de vader te laten verblijven. Indien de rechtbank daar anders over denkt, dient in ieder geval het aantal vakanties sterk te worden beperkt.
4.17.
De vader betwist dat hij de zorgregeling niet nakomt. De vader is wegens zijn internationale baan niet zo flexibel. Ondanks dat hij door zijn werk de meeste tijd in het buitenland doorbrengt, lukt het hem in beginsel toch om twee keer per maand naar Nederland te komen om het weekend met [minderjarige] door te brengen. Het gebeurt volgens de vader misschien vier keer per jaar dat dit niet lukt of geruild moet worden. Ook de woensdagen kan de vader – op een paar keer per jaar na – iedere week nakomen. Indien het de vader niet lukt, kunnen zijn andere kinderen die in [woonplaats] wonen eventueel bijspringen en de middag met [minderjarige] doorbrengen. De vader wenst voortzetting van de huidige zorgregeling, in het belang van [minderjarige] . De zeer ingrijpende wijziging, zoals door de moeder is verzocht, zal verwarring bij [minderjarige] oproepen en ook leiden tot een loyaliteitsconflict. De inperking betekent immers dat er feitelijk geen gelegenheid meer is voor [minderjarige] om met zijn halfbroers en halfzussen contact te hebben.
4.18.
Op grond van artikel 1:377a eerste lid BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Op grond van artikel 1:377e BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een eerdere beslissing wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
4.19.
De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de beschikking van 12 juni 2023. Niet alleen is de relatie tussen de ouders verder verslechterd, ook blijft de vader de omgangsregeling regelmatig niet nakomen. De vader heeft niet alleen recht op omgang met [minderjarige] , op hem rust ook de verplichting om de omgangsregeling na te komen. Hoewel de ouders aanvankelijk in artikel 3.1. van hun ouderschapsplan zijn overeengekomen dat er rekening dient te worden gehouden met de werkverplichtingen van de vader, acht de rechtbank dit niet langer in het belang van [minderjarige] . De vader lijkt deze bepaling als een carte blanche te zien om uitvoering te geven aan de omgangsregeling en daarvan af te wijken zoals hem het beste uitkomt. Inmiddels is de relatie tussen de ouders ook dusdanig verslechterd en heeft de bepaling in de praktijk geleid tot te veel afwijkingen van de reguliere regeling met bijhorende onzekerheid voor de moeder, dat deze flexibiliteit niet langer van de moeder kan worden verlangd. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat een omgangsregeling wordt vastgesteld die de vader kan nakomen en die meer rust geeft voor [minderjarige] en ook voor de ouders. De omgang op woensdag zal daarom komen te vervallen.
4.20.
[minderjarige] zal voortaan één weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondagmiddag 17.00 uur bij de vader verblijven. De vader zal [minderjarige] op zondag terugbrengen naar de moeder en zet hem, nadat hij de moeder heeft laten weten dat ze er zijn, af in het portiek van de woning van de moeder. [minderjarige] kan vervolgens zelfstandig naar boven lopen. Op deze manier is bij de overdracht en in aanwezigheid van [minderjarige] geen contact en communicatie tussen de ouders nodig. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat er op woensdag tussen 17.00 uur en 17.15 uur een (video)belmoment zal zijn tussen [minderjarige] en de vader. Indien dit moment de vader niet uitkomt wegens werk van de vader, wordt van de vader verwacht dat hij dit zo spoedig mogelijk in één bericht aan de moeder laat weten, waar de moeder vervolgens niet op hoeft te reageren.
4.21.
Wat betreft de zorgen van de moeder over de fysieke en emotionele onveiligheid van [minderjarige] bij de vader overweegt de rechtbank als volgt. De Raad heeft in 2023 onderzoek gedaan naar onder andere de veiligheid van [minderjarige] bij de vader. De zorgen van de moeder over de onveiligheid van de vader als opvoeder zijn in dit onderzoek niet bevestigd. De Raad concludeerde toen dat beide ouders afzonderlijk van elkaar aansluiten bij de behoefte van [minderjarige] en hem kunnen bieden wat hij nodig heeft. De rechtbank constateert dat zich nadien geen ontwikkelingen of incidenten hebben voorgedaan waaruit blijkt dat [minderjarige] fysiek niet veilig zou zijn bij de vader.
De vader drijft richting de moeder weliswaar soms de spot met de ernstige allergieën die [minderjarige] heeft en het risico op een anafylactische reactie, wat zeer ongepast is en haar zorgen alleen maar verder aanwakkert. Ook informeert hij de moeder onvoldoende over het eten dat [minderjarige] bij hem krijgt. De rechtbank twijfelt er echter niet aan dat de vader zich aan de dieetadviezen en de (bewaar)adviezen over de Epi-Pennen van de artsen en de apotheek houdt. Ook de vader houdt veel van [minderjarige] en wil niet dat er iets ernstigs met hem gebeurt. Er heeft zich bij [minderjarige] sinds 2020 ook geen ernstige allergische reactie voor gedaan tijdens de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de vader. De moeder heeft ook nog gesteld dat de vader [minderjarige] niet altijd veilig vervoerd. De rechtbank overweegt dat de vader zich aan de wettelijke voorschriften moet houden als het gaat om kinderzitjes in de auto, een helm op een scooter of het dragen van een zwemvest tijdens het varen. Dat heeft de vader in het verleden niet altijd gedaan. De rechtbank ziet daarin echter op dit moment geen reden om de omgangsregeling verder in te beperken.
Wat betreft de emotionele veiligheid van [minderjarige] bij de vader heeft de rechtbank wel zorgen. Uit het filmpje dat de vader heeft gemaakt bij het Drielandenpunt blijkt dat de vader zich negatief uitlaat over de moeder tegen [minderjarige] . De rechtbank merkt hierbij op dat zij niet uitsluit dat de moeder dit andersom ook doet. Om de stabiliteit en het welzijn van [minderjarige] te waarborgen, is het van belang dat beide ouders geen negatieve opmerkingen over de andere ouder maken in het bijzijn van [minderjarige] . De rechtbank vermoedt dat [minderjarige] los van opmerkingen van de ouders ook anderszins merkt dat de relatie tussen zijn ouders zeer gespannen is. Nu hij ouder wordt, zal hij daar steeds meer van gaan merken en last van krijgen. De rechtbank acht het dan ook van belang dat de door school geadviseerde KIES-training voor [minderjarige] zo snel mogelijk wordt opgepakt. Deze training kan [minderjarige] begeleiden bij het omgaan met de gespannen relatie tussen zijn ouders. De rechtbank acht het tevens van belang dat het traject bij de kindbehartiger doorgang vindt. De rechtbank hoopt dat met behulp van deze hulpverlening voor [minderjarige] en door de beslissingen die de rechtbank in deze procedure neemt ten aanzien van het gezag, de omgang en de informatieoverdracht tussen de ouders, het niet nodig zal zijn om de omgang tussen de vader en [minderjarige] verder te beperken. De rechtbank verwacht van beide ouders dat zij daar hun uiterste best voor gaan doen.
4.22.
De moeder verzoekt een dwangsom te verbinden aan het nakomen van de omgangsregeling. De rechtbank zal, nu de vader [minderjarige] in het verleden herhaaldelijk te laat heeft teruggebracht en eerdere overwegingen van de rechtbank daarover niet hebben geholpen, aan de vader een dwangsom opleggen zoals door de moeder is verzocht van € 1.000,- per keer dat hij [minderjarige] meer dan dertig minuten te laat terugbrengt zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de moeder, met een maximum van € 50.000,-. Tegen de hoogte van de dwangsom is door de vader geen verweer gevoerd.
4.23.
Ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen zal de rechtbank de regeling in stand houden zoals is bepaald bij beschikking van 12 juni 2023. De rechtbank ziet geen aanleiding deze regeling te wijzigen. De ouders verschillen vaak van mening over of en onder welke voorwaarden de vader met [minderjarige] naar het buitenland mag gaan. De rechtbank is van oordeel dat de vader maximaal drie schoolvakanties per jaar met [minderjarige] naar het buitenland mag gaan, waarvan twee weken in de zomervakantie en twee lossen weken tijdens andere schoolvakanties waarbij de vader de zorg voor [minderjarige] heeft conform de vakantieregeling. De vader dient voor deze weken voorzorgsmaatregelen te nemen zoals door de huisarts bij brief van 17 april 2025 zijn voorgeschreven, inhoudende dat de vader de noodmedicatie van [minderjarige] bij de hand moet hebben, te weten twee EpiPennen en desloratadine (antihistamine). Deze medicatie dient conform het advies van de apotheek bewaard te worden. Het is aan de vader om tijdig een concreet vakantieplan voor te leggen aan de moeder. Indien dit een redelijk plan is waarbij genoemde medische voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen, dan is het aan de moeder om de vader toestemming te verlenen voor de vakantie van de vader en [minderjarige] in het buitenland. De ouders dienen onnodige verdere kort gedingprocedures hierover te voorkomen.
De vader heeft ook toestemming van de moeder nodig indien hij met [minderjarige] in zijn omgangsweekend naar [plaats 1] of elders net over de grens van Nederland wenst te gaan. De vader dient deze toestemming aan de moeder te vragen. De rechtbank ziet vooralsnog géén gegronde reden voor de moeder om deze toestemming te weigeren.
Informatieoverdracht
4.24.
De moeder stelt dat de vader, zoals ook is bepaald in de beschikking van 12 juni 2023, de moeder moet informeren over wat [minderjarige] heeft gegeten en waar hij is geweest. De vader doet dat volgens de moeder niet, althans onvoldoende. Om die reden verzoekt de moeder te bepalen dat de vader één e-mail per twee weken stuurt met eventuele vragen en daarnaast informatie ten aanzien van het welzijn en activiteiten, waarbij in ieder geval het volgende wordt vermeld:
  • het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
  • het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
  • opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld.
Omdat de vader de moeder blijft lastig vallen met vele onnodige en ongepaste berichten, verzoekt de moeder tevens het volgende. Middels WhatsApp kan de vader contact opnemen met de moeder tijdens de omgang over zaken die [minderjarige] aangaan en/of daarbuiten in urgente gevallen. Als de vader buiten voornoemde momenten contact zoekt met de moeder, geldt een contactverbod, zo verzoekt de moeder, met verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer wanneer hij dit verbod overschrijdt, met een maximum van € 50.000,-.
4.25.
De vader is van mening dat het partiële contactverbod, met een verplichting om nauwkeurig na ieder contact schriftelijk verslag te doen van de samenstelling van maaltijden, niet bijdraagt aan een verbetering van de communicatie tussen de ouders.
4.26.
De rechtbank overweegt dat de rechtbank in de beschikking van 12 juni 2023 al een beslissing over de informatieoverdracht heeft genomen. Rondom het omgangsweekend tussen [minderjarige] en de vader dienen de ouders elkaar over en weer te informeren. De rechtbank acht deze regeling nog steeds passend en noodzakelijk. De rechtbank zal de regeling wel nog wat concretiseren met dagen en tijdstippen. De rechtbank is verder met de moeder van oordeel dat de informatie-uitwisseling en de communicatie tussen de ouders zoveel mogelijk tot deze informatieoverdracht moet worden beperkt. De vader stuurt nu teveel berichten en e-mails naar de moeder, waaronder ongepaste berichten en e-mails. Dat moet stoppen. De moeder heeft daar last van en ook voor [minderjarige] zijn de spanningen die daarmee gepaard gaan niet goed. De rechtbank zal daarom aanvullend bepalen dat de ouders op de informatie e-mail van de andere ouder met één bericht mogen reageren als ze nog vragen hebben, waarop de andere ouder met één bericht zal antwoorden. Als de vader een verzoek heeft aan de moeder, bijvoorbeeld ten aanzien van een verblijf in het buitenland, dan kan hij dat in zijn e-mail op zondagavond na zijn omgangsweekend opnemen. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de ouders verder zo min mogelijk contact met elkaar zullen hebben. De rechtbank zal daarom conform het verzoek van de moeder bepalen dat middels WhatsApp de vader contact kan opnemen met de moeder tijdens de omgang met [minderjarige] over zaken die [minderjarige] aangaan en/of daarbuiten in urgente gevallen. Een contactverbod op straffe van een dwangsom, zoals door de moeder verzocht, gaat de reikwijdte van deze procedure te buiten. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedag 2] 1983 te [geboorteplaats 2] , Sovjet-Unie , het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ;
5.2.
wijzigt de huidige zorgregeling en bepaalt als omgangsregeling dat [minderjarige] bij de vader zal zijn één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag na school tot zondagmiddag 17.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] terugbrengt in het portiek van de moeder;
5.3.
bepaalt dat de vader een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per keer dat hij [minderjarige] meer dan dertig minuten te laat terugbrengt bij de moeder, zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de moeder, met een maximum van € 50.000,-;
5.4.
bepaalt dat [minderjarige] en de vader iedere woensdag tussen 17.00 uur en 17.15 uur een videobelmoment zullen hebben, waarbij de vader belt;
5.5.
handhaaft de verdeling van de vakanties zoals bepaald bij beschikking van 12 juni 2023; de verdeling van de vakanties is daarmee als volgt:
  • de voorjaars- en herfstvakantie worden jaarlijks afgewisseld tussen de ouders, wat betekent dat [minderjarige] het ene jaar in de voorjaarsvakantie bij de moeder is en de herfstvakantie bij de vader, het jaar daarop is het andersom;
  • de meivakantie wordt gedeeld tussen de ouders, waarbij beide ouders [minderjarige] één week bij zich hebben;
  • de kerstvakantie wordt gedeeld tussen de ouders, waarbij [minderjarige] in de week van Kerst bij de vader is en in de week van Oud & Nieuw bij de moeder;
  • de zomervakantie:
  • in de eerste week is [minderjarige] bij de vader, waarbij hij [minderjarige] van school haalt;
  • in de tweede en derde week is [minderjarige] bij de moeder;
  • in de vierde en vijfde week is [minderjarige] bij de vader;
  • in de zesde week is [minderjarige] bij de moeder;
waarbij de wisselmomenten in de vakanties plaatsvinden op de vrijdagen om 17.00 uur;
5.6.
handhaaft de feestdagenregeling zoals bepaald bij beschikking van 12 juni 2023, dit betekent dat de feestdagen niet verdeeld zullen worden tussen de ouders, wat betekent dat [minderjarige] de betreffende feestdag viert bij de ouder waar hij conform de reguliere omgangsregeling verblijft, met uitzondering van:
- op de verjaardagen van de vader of de moeder dient er fysiek contact (mogelijk) te zijn met de
jarige ouder. De exacte tijdstippen van het contact kunnen in onderling overleg worden
vastgesteld;
- indien de vader [minderjarige] in het weekend van Hemelvaart bij zich heeft, haalt hij [minderjarige] op
donderdag om 9.00 uur bij de moeder op, in plaats van op vrijdag uit school;
  • indien de vader het weekend van Pinksteren heeft, brengt hij [minderjarige] terug op maandag om 17.00 uur naar de moeder;
  • de verjaardag van [minderjarige] conform de reguliere omgangsregeling, maar de andere ouder krijgt wel de mogelijkheid om [minderjarige] te videobellen;
  • Moeder-/Vaderdag: indien [minderjarige] conform de reguliere omgangsregeling bij de andere ouder verblijft, zullen de weken worden gewisseld, zodat [minderjarige] de gelegenheid heeft om Moederdag bij de moeder door te brengen en Vaderdag bij de vader;
5.7.
bepaalt in het kader van schriftelijke informatieoverdracht tussen de ouders dat de moeder uiterlijk donderdagavond – voorafgaand aan het weekend dat [minderjarige] bij de vader zal zijn – de vader per e-mail dient te informeren over belangrijke aangelegenheden aangaande [minderjarige] , waarbij naast informatie over zijn welzijn en activiteiten in ieder geval wordt vermeld:
  • het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
  • het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
  • opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de moeder, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de moeder is behandeld;
de vader kan hier vervolgens per e-mail eenmaal op reageren met vragen, als hij deze heeft, waarop de moeder deze vragen vervolgens per e-mail zal beantwoorden;
5.8.
bepaalt dat de vader uiterlijk zondagavond – nadat [minderjarige] het weekend bij de vader is geweest – de moeder dient te informeren over belangrijke aangelegenheden aangaande [minderjarige] , waarbij naast informatie over zijn welzijn en activiteiten in ieder geval wordt vermeld:
  • het eten/drinken dat [minderjarige] heeft gekregen, voor zover mogelijk gespecificeerd naar ingrediënt;
  • het tijdstip waarop [minderjarige] het eten heeft gekregen;
  • opgave van eventuele allergische reacties die zijn opgetreden gedurende het verblijf bij de vader, met omschrijving van het soort allergische reactie, het tijdstip waarop dit is opgetreden en wijze waarop deze reactie door de vader is behandeld;
de moeder kan hier vervolgens per e-mail eenmaal op reageren met vragen, als zij deze heeft, waarop de vader deze vragen vervolgens per e-mail zal beantwoorden;
5.9.
de ouders zullen verder, anders dan onder 5.7. en 5.8., buiten de omgangsmomenten geen contact met elkaar opnemen, tenzij sprake is van een urgente situatie rondom [minderjarige] .
5.10.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.11.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C.M. Oude Hengel, voorzitter tevens kinderrechter,
mr. C. M. Mellema en mr. K.M. van Hassel, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.M.H. Reintjes, griffier, op 29 december 2025. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).