De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 februari 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Amtsgericht Münster, Duitsland, gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1989, verdacht van illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon verscheen ter zitting en werd bijgestaan door een advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn en schorste de gevangenhouding tot uitspraak.
De strafbare feiten zijn lijstfeiten volgens de Overleveringswet (OLW), waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit, maar deed geen beroep op de terugkeergarantie, zodat overlevering niet afhankelijk wordt gesteld van deze garantie.
De raadsvrouw verzocht om aanhouding van de zaak vanwege het feit dat de strafbare handelingen geheel in Nederland zouden zijn gepleegd en de voorkeur voor vervolging in Nederland. De rechtbank verwierp dit verweer, gelet op het feit dat het feitencomplex zich ook in Duitsland en Denemarken afspeelde en dat het Nederlandse OM niet voornemens is tot vervolging.
De rechtbank besloot tevens tot overdracht van een in beslag genomen Samsung Galaxy telefoon aan de Duitse autoriteiten, omdat deze als bewijsstuk kan dienen. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn, en stond de overlevering en afgifte van het beslag toe.