ECLI:NL:RBAMS:2025:1376

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
3 maart 2025
Zaaknummer
13-182383-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 285 SrArt. 285a SrArt. 300 SrArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
25 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Europese aanhoudingsbevel ondanks zorgen detentieomstandigheden Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Polen voor de overlevering van een Poolse verdachte. Tijdens de procedure werd uitgebreid aandacht besteed aan de detentieomstandigheden in de gevangenis van Barczewo, waarover ernstige rapportages van mensenrechtenschendingen bestonden.

Na het stellen van vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit bleek uit aanvullende informatie dat de verdachte naar verwachting niet in Barczewo, maar in een andere gevangenis in Polen zal worden geplaatst. De verdediging betwistte dit en vreesde dat de verdachte alsnog in Barczewo zou kunnen worden gedetineerd, wat een weigeringsgrond zou vormen.

De rechtbank oordeelde echter dat op basis van het beschikbare bewijs geen algemeen reëel gevaar bestaat voor onmenselijke behandeling in Barczewo en dat de kans dat de verdachte daar wordt geplaatst zeer klein is. Daarom staat artikel 11 van Pro de Overleveringswet de overlevering niet in de weg.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt toegestaan en tegen dit besluit staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe ondanks zorgen over detentieomstandigheden in Barczewo.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-182383-24
Datum uitspraak: 26 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 11 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 april 2024 door de
Regional Court in Kielcein Polen(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (Polen).
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 8 januari 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 januari 2025, in
aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar, en door een tolk in de
Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak 22 januari 2025 [3]
Bij tussenuitspraak van 22 januari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van antwoorden op vragen die aan de uitvaardigende justitiële autoriteit zijn gesteld. De antwoorden op deze vragen dienen ter beoordeling van de vraag of ten aanzien van de gevangenis in Barczewo sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van
5 april 2016. [4]
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengd met dertig dagen. Ook heeft de rechtbank de geschorste gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met dertig dagen.
Zitting 12 februari 2025
De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 12 februari 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

Bij tussenuitspraak van 22 januari 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en
inhoud van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW Pro, de strafbaarheid van de in het EAB vermelde feiten en de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro in het licht van artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Barczewo

Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overweging onder punt 5.2 van de tussenuitspraak van 22 januari 2025, die hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
De rechtbank heeft op 16 januari 2025 uitspraken gedaan in zaken die, net als deze zaak, EAB’s uit Polen betreffen, die zien op tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen. De rechtbank heeft in die uitspraken overwogen dat in het ‘
Report of the Commissioner for Human Rights on the Activities of the National Mechanism for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment in Poland in 2022’ (pagina’s 46 t/m 48) wordt gerapporteerd over ernstige en structurele misstanden in de gevangenis van Barczewo, in het bijzonder met betrekking tot geweld door gevangenisbewaarders jegens gedetineerden en het aanzetten tot en tolereren van geweld tussen gedetineerden onderling aldaar. Gelet op deze constatering heeft de rechtbank vragen gesteld in die zaken over de omstandigheden in de gevangenis van Barczewo en navraag gedaan over waar de opgeëiste personen in die zaken naar alle waarschijnlijkheid zouden worden gedetineerd in Polen. [5] De rechtbank heeft ervoor gekozen om deze vragen alleen voor te leggen in de zaken waarin op 16 januari 2025 uitspraak is gedaan, met het doel de beantwoording overzichtelijk te houden en van een centrale autoriteit in Polen antwoorden te verkrijgen.
In deze zaak heeft het openbaar ministerie bij e-mail van 22 januari 2025 de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
1.
In which prison will the requested person most likely be detained after his surrender to Poland?
2.
Furthermore, could you confirm that, given the answer to question 1, it is unlikely that the requested person will be detained in the prison of Barczewo?
Op 24 januari 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie, verkregen van de
Local Court in Jędrzejów 2nd Crmininal Division,verstrekt:
“The practice of surrendering persons requested under the European Arrest Warrant is that requested persons are flown to Warsaw, and then, following their surrender, they are brought to the Detention Centre in Warsaw-Białołęka, where they are placed in a provisional cell. Subsequently, persons surrendered under the European Arrest Warrant are placed in a prison which is closest to the place of residence of a surrendered person. As regards [opgeëiste persoon] , in view of his residential address in Poland, it would be the Prison in Pińczów and this is where he will in all likelihood be placed to serve his sentence. Furthermore, as a reply to question 2, it is very unlikely that [opgeëiste persoon] would be placed in the Prison in Barczewo.”
Het standpunt van de verdediging
Volgens de raadsman worden de door de rechtbank geuite zorgen ten aanzien van de gevangenis in Barczewo niet door de aanvullende informatie van 24 januari 2025 weggenomen. Op basis van deze informatie kan immers niet worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon in de gevangenis in Barczewo wordt geplaatst. De overlevering moet daarom geweigerd worden (de rechtbank begrijpt: dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard).
Het standpunt van de officier van justitie
De overlevering kan worden toegestaan.
De uitvoerende rechterlijke autoriteit is verplicht uitsluitend de detentieomstandigheden in penitentiaire inrichtingen te onderzoeken waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Gelet op de aanvullende informatie van 24 januari 2025 is het in deze zaak niet waarschijnlijk dat de opgeëiste persoon in de detentie-instelling in Barczewo wordt geplaatst.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwijst in dit kader naar haar uitspraak van 14 februari 2025 in een andere Poolse overleveringszaak, waarin de in de inleiding bedoelde vragen over de detentieomstandigheden in de gevangenis in Barczewo zijn voorgelegd. In die zaak heeft de rechtbank – kort samengevat – geoordeeld dat op basis van het geheel van gegevens waarover de rechtbank beschikt niet kan worden gesproken van een algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten voor opgeëiste personen die na hun overlevering in de gevangenis in Barczewo worden gedetineerd. [6]
De in voornoemde uitspraak opgenomen overwegingen ten aanzien van de detentieomstandigheden in Barczewo zijn naar het oordeel van de rechtbank ook in de zaak van de opgeëiste persoon van toepassing.
Gelet op het voorgaande is de vraag in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst na overlevering niet langer relevant en behoeft het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit op deze vraag geen verdere bespreking. Artikel 11 OLW Pro staat niet aan de overlevering in de weg.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 231, 285, 285a en 300 Wetboek van Strafrecht, 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en 2, 5
en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Regional Court in Kielcein Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU (
5.Zie Rb. Amsterdam van 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:320, Rb. Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:321, Rb Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:322, Rb Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:324 en Rb Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:326.
6.Rb. Amsterdam 14 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:909, r.o. 4.4.7.