ECLI:NL:RBAMS:2025:1655

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 februari 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
11413772 WM VERZ 24-8649
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriftenArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken geldige machtiging bij administratieve sanctie parkeerverbod

Betrokkene, New West Transport B.V., kreeg een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) vanwege het parkeren van een motorvoertuig op een laad- en losplaats op 27 januari 2023.

Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Namens betrokkene trad mr. B. de Jong van Adviesbureau Skandara op. De kantonrechter stelde echter vast dat het beroepschrift niet voldeed aan de vereisten omdat een geldige machtiging ontbrak. Hoewel een machtiging was overgelegd, ontbrak een uittreksel van het handelsregister om de vertegenwoordigingsbevoegdheid te bevestigen.

De kantonrechter gaf de gemachtigde een termijn van een week na de zitting van 24 januari 2025 om een geldige machtiging in te dienen, maar deze werd niet ontvangen. Hierdoor kon het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard en werd het niet inhoudelijk behandeld.

De beslissing bevestigt dat zonder een juiste machtiging een beroepschrift niet-ontvankelijk is, ook al is het beroep tijdig ingediend en is zekerheid voor betaling gesteld. De procedure bij het gerechtshof is mogelijk indien de sanctie hoger is dan €110,00.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.P.C. van Dam van Isselt
zaaknummer: 11413772 WM VERZ 24-8649
beslissing van: 7 februari 2025
func.: 60687
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 24 januari 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

NEW WEST TRANSPORT B.V.

[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 4 augustus 2023 en is gericht tegen de beslissing van 5 juli 2023 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 7 februari 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Op 2 januari 2025 zijn per e-mailbericht aanvullende gronden ingediend. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 24 januari 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens betrokkene is mr. B. de Jong van Adviesbureau Skandara bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd op een gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen op 27 januari 2023 op de [locatie] .
Namens betrokkene is door mr. B. de Jong beroep ingesteld. In het dossier bevindt zich een machtiging waarin [naam] toestemming aan de juristen van Adviesbureau Skandara verleent om namens New West Transport B.V. op te treden. Niet blijkt of [naam] vertegenwoordigingsbevoegd is om een machtiging af te geven namens de rechtspersoon nu een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel ontbreekt.
De kantonrechter heeft de heer De Jong ter zitting te kennen gegeven dat de zaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard als de rechtbank geen geldige machtiging ontvangt binnen een week na de zittingsdatum.
4. De CVOM-vertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
5. De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen.
6. Het beroep is tijdig ingediend en er is zekerheid gesteld voor de betaling van de sanctie.
7. De kantonrechter heeft ter zitting van 24 januari 2025 mr. B. de Jong in de gelegenheid gesteld binnen een week na de zittingsdatum een geldige machtiging in te dienen. De kantonrechter heeft tot op heden geen geldige machtiging ontvangen.
8. Vastgesteld wordt dat het beroepschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een beroepschrift worden gesteld. Nu in het dossier aldus geen geldige machtiging zit zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dit brengt met zich mee dat de kantonrechter het beroepschrift verder niet inhoudelijk kan beoordelen.
9. Gelet op het voorgaande zal het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.