ECLI:NL:RBAMS:2025:1700
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring ontnemingsvordering wegens ne bis in idem
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 februari 2025 een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor mensenhandel. De officier van justitie had een bedrag van maximaal €1.103.714,- gevorderd.
Tijdens de terechtzitting gaf de officier van justitie aan dat de vervolging en ontnemingsprocedure met betrekking tot de verdenking van witwassen waren overgenomen door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Hierdoor zou het Nederlandse Openbaar Ministerie de verdachte niet verder vervolgen voor deze feiten.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de ontnemingsvordering, gelet op het beginsel van ne bis in idem en het verzoek van de officier van justitie zelf. De raadsman van de veroordeelde steunde dit standpunt. De rechtbank sprak dit uit in een verkort vonnis, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was, maar vertegenwoordigd door zijn raadsman.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens ne bis in idem.