Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijk verweer,
- de conclusie van repliek,
- de reactie op de conclusie van repliek,
- de akte van [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een autoschadeherstelbedrijf, verrichtte tussen 2019 en 2023 meerdere onderhoudswerkzaamheden voor Van Dommelen, een taxibedrijf. Op basis van eerdere opdrachten, waarbij steeds dezelfde vertegenwoordiger namens Van Dommelen handelde, factureerde eiser een bedrag van €6.292,00 voor het overspuiten van een Mercedes sprinter.
Van Dommelen betwistte de bevoegdheid van de vertegenwoordiger om deze overeenkomst aan te gaan en stelde dat de auto niet van haar was en bedoeld was voor rouwvervoer, wat buiten haar bedrijfsactiviteiten valt. De rechtbank oordeelde dat de eigendom van de auto en het soort vervoer niet relevant zijn, aangezien Van Dommelen de auto had gehuurd en verantwoordelijk was voor reparaties.
Op grond van artikel 3:61 lid 2 BW Pro concludeerde de rechtbank dat eiser redelijkerwijs mocht aannemen dat de vertegenwoordiger bevoegd was, gezien eerdere soortgelijke opdrachten die zonder protest werden betaald. De overeenkomst is daarmee rechtsgeldig tot stand gekomen.
De rechtbank wijst de hoofdsom en de wettelijke handelsrente toe, terwijl buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot het wettelijke minimum van €40,00 vanwege onvoldoende bewijs van daadwerkelijke incassowerkzaamheden. Van Dommelen wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over de toegewezen bedragen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Van Dommelen tot betaling van €6.999,95 en proceskosten wegens een overeenkomst tot stand gekomen door schijn van toereikende volmacht.