Kess Corporation N.V. verhuurde een woning aan [gedaagde 1] vanaf maart 2019. De huurovereenkomst bevatte onder meer een huurprijswijzigingsbeding, een incassokostenbeding en een boeterente beding. Na het ontstaan van een huurachterstand en het beëindigen van de huurovereenkomst vorderde Kess betaling van huurachterstand, herstelkosten, boete en incassokosten van de borgsteller [gedaagde 2].
De kantonrechter heeft ambtshalve de bedingen getoetst aan de redelijkheid en billijkheid en het consumentenrecht. De huurprijswijzigingsbeding werd vernietigd omdat het een minimumverhoging zonder maximum bevatte, wat de huurder nadelig en willekeurig kan treffen. Het incassokostenbeding was oneerlijk omdat het huurder verplichtte buitengerechtelijke kosten te betalen die de wettelijke grenzen overschrijden. Ook het boeterente beding werd vernietigd omdat de boete hoger was dan de wettelijke rente zonder rechtvaardiging.
Door deze vernietigingen konden de bedingen niet worden toegepast en viel de huurprijs gedurende de gehele huurperiode terug op de aanvangshuur van €1.600. De huurder had in totaal meer betaald dan verschuldigd, waardoor de vordering van Kess werd afgewezen. Kess werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten van de gedaagden forfaitair werden vastgesteld.
De uitspraak benadrukt de bescherming van consumenten tegen oneerlijke bedingen in huurovereenkomsten en bevestigt dat dergelijke bedingen buiten toepassing blijven, ook als er wettelijke regelingen bestaan. De zaak illustreert de ambtshalve toetsing door de rechter en het belang van duidelijke en redelijke afspraken in huurcontracten.