Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van eisende partij.
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 29 april 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating eisende partij over het bepaalde in overweging 2.8,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak heeft de rechtbank Amsterdam de algemene voorwaarden van eisende partij beoordeeld op hun eerlijkheid. Eisende partij had artikel 7.8 en 7.9 van haar algemene voorwaarden overgelegd, waarbij artikel 7.8 betrekking heeft op rente en incassokosten en artikel 7.9 op proceskosten. De rechtbank oordeelde dat artikel 7.8 niet oneerlijk is en dat eisende partij zich voor rente en incassokosten op de wet kan beroepen.
Echter, artikel 7.9, dat betrekking heeft op proceskosten, werd als oneerlijk aangemerkt omdat het beding de consument benadeelt door alle proceskosten, inclusief advocatenkosten, volledig bij de consument in rekening te brengen, wat afwijkt van de wettelijke regeling. Dit leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen en daarom vernietigde de rechtbank dit beding ambtshalve.
De rechtbank verwees naar Europese richtlijnen en jurisprudentie die bepalen dat consumenten niet aan oneerlijke bedingen gebonden zijn. Omdat er prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld over de uitzonderingen op dit principe, werd de beslissing over de proceskosten aangehouden. Eisende partij kreeg de gelegenheid zich hierover uit te laten, waarna verdere beslissing volgt.
De zaak is verwezen naar de rol voor een akte van uitlating van eisende partij, en verdere beslissingen zijn aangehouden tot nadere uitspraak.
Uitkomst: Het proceskostenbeding wordt ambtshalve vernietigd en de beslissing over proceskosten wordt aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.