ECLI:NL:RBAMS:2025:2191

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
10298139 \ CV EXPL 23-1255
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 lid 1 Richtlijn 93/13 EG
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht leaseovereenkomst auto bij verstek

In deze zaak tussen Terberg Business Lease Group B.V. en gedaagde heeft de rechtbank Amsterdam bij verstek uitspraak gedaan. De procedure begon met een dagvaarding van januari 2023 en gedaagde is niet verschenen. De rechtbank toetst ambtshalve de leaseovereenkomst aan het consumentenrecht, gezien de relatie tussen handelaar en consument.

De rechtbank constateert dat de door eisende partij overgelegde algemene voorwaarden niet overeenkomen met de op de overeenkomst van mei 2017 toepasselijke versies. Daarom krijgt eisende partij eenmalig de gelegenheid om de juiste voorwaarden alsnog in te brengen. Tevens moet zij per onderdeel van de vordering, zoals leasetermijnen, meerkilometers en borgstelling, de relevante bedingen noemen en toelichten op hun (on)eerlijkheid.

Daarnaast is de stelling over meer gereden kilometers onvoldoende onderbouwd; het ontbreekt aan concrete kilometerstanden en berekeningen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlating en overlegging van stukken door eisende partij, met de verplichting deze stukken tijdig aan gedaagde te verstrekken. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere uitlating en overlegging stukken door eisende partij.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10298139 \ CV EXPL 23-1255
Vonnis van 1 april 2025
in de zaak van
TERBERG BUSINESS LEASE GROUP B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: I.C.S. Feringa,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 januari 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument. In dat geval moet, ook als de vordering wordt erkend of niet wordt betwist, ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. Onder meer moet worden getoetst of eisende partij de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Daarnaast moeten de bedingen in de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.2.
Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding gaat het erom of dat beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van Pro de richtlijn). Hierbij moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en alle andere bedingen van de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet worden uitgegaan van de datum waarop de overeenkomst is gesloten. Irrelevant voor deze toets is dus de feitelijke toepassing en uitvoering van de bedingen, of een achteraf gegeven uitleg.
2.3.
In de overeenkomst staat dat hierop meerdere sets algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard, waaronder de algemene voorwaarden thuiswinkel en de aanvullende algemene- en assurantie bepalingen van Justlease, versie SFTL 050D. Eisende partij heeft deze algemene voorwaarden echter niet in het geding gebracht. Eisende partij heeft uitsluitend versie SFTL50F overgelegd. Bij die versie staat de datum 21-06-2019. De overeenkomst tussen partijen is echter tot stand gekomen op 8 mei 2017.
2.4.
Eisende partij wordt bij wijze van uitzondering in de gelegenheid gesteld de juiste op de overeenkomst van toepassing verklaarde sets algemene voorwaarden bij akte in het geding te brengen.
2.5.
Eisende partij heeft in de dagvaarding ook niet gesteld welke bedingen in de algemene voorwaarden aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd, noch heeft zij een toelichting over de (on)eerlijkheid van die bedingen gegeven. Dat zal eisende partij alsnog moeten doen. Eisende partij dient per onderdeel van de vordering, dus ten aanzien van de leasetermijnen, meerkilometers en de borgstelling, de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd te noemen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van die bedingen.
2.6.
Met betrekking tot de gevorderde vergoeding vanwege meer gereden kilometers geldt nog het volgende. In de dagvaarding stelt eisende partij slechts dat het kilometrage flink is overschreden. Uit het gestelde in de dagvaarding noch uit de factuur blijkt wat de kilometerstand was en hoeveel kilometers gedaagde partij teveel heeft gereden. Ook is geen berekening overgelegd waaruit het gefactureerde bedrag volgt. Eisende partij zal haar stelling in de dagvaarding op dit punt nader moeten toelichten en onderbouwen.
2.7.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor akte uitlating en overlegging stukken aan de zijde van eisende partij, zoals bepaald in overwegingen 2.4, 2.5 en 2.6.
2.8.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 29 april 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating en overlegging stukken aan de zijde van eisende partij, zoals bepaald in overwegingen 2.4, 2.5 en 2.6,
3.2.
bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.8,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.
991