De rechtbank Amsterdam behandelt op 3 april 2025 een tussenuitspraak in de zaak van een opgeëiste persoon die wordt verdacht van georganiseerde diefstal volgens een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Koblenz, Duitsland. De opgeëiste persoon is geboren in 1994, heeft de Poolse nationaliteit en verblijft zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, momenteel gedetineerd.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 20 maart 2025 gehouden, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was met zijn raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank heeft de beslistermijn met dertig dagen verlengd en de gevangenneming bevolen voor sluiting van het onderzoek.
Het EAB betreft een lijstfeit volgens de Overleveringswet, namelijk georganiseerde of gewapende diefstal, waarvoor in Duitsland een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar is gesteld. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid niet vereist.
Gezien de gelijktijdige behandeling van drie andere EAB-zaken tegen dezelfde persoon, besluit de rechtbank het onderzoek ter zitting te heropenen en te schorsen om de einduitspraak in alle zaken gelijktijdig te kunnen doen. De rechtbank beveelt oproeping van de opgeëiste persoon en een Poolse tolk voor een nader te bepalen datum, uiterlijk 14 dagen voor het einde van de beslistermijn op 28 april 2025.
Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.