ECLI:NL:RBAMS:2025:2261

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
13/247799-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 OLWArt. 35 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de gevangenhouding wegens humanitaire redenen in internationale overleveringszaak

Op 26 maart 2025 heeft de rechtbank Amsterdam besloten de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon te verlengen met 30 dagen op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, van de Overleveringswet (OLW). De officier van justitie had deze verlenging gevorderd omdat humanitaire redenen nog steeds de feitelijke overlevering verhinderen.

De opgeëiste persoon, geboren in 1968 in Kameroen, is sinds 25 oktober 2024 met voorwaarden geschorst uit de overleveringsdetentie. De schorsingsvoorwaarden blijven ongewijzigd, waaronder de verplichting zich eenmaal per twee weken te melden bij een politiebureau in zijn woonomgeving, op een door de officier van justitie te bepalen dag en tijdstip.

De rechtbank acht de humanitaire redenen nog steeds aanwezig en constateert dat de officier van justitie geen vordering heeft gedaan zoals bedoeld in artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW. Daarom wordt de vrijheidsbeneming verlengd en de schorsing onder dezelfde voorwaarden voortgezet.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de vrijheidsbeneming met 30 dagen vanwege aanhoudende humanitaire belemmeringen voor overlevering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer: 13-247799-24

Toewijzing vordering verdere verlenging gevangenhouding

Op 13 maart 2025 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:

[de opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1968 te [gebooorteplaats] (Kameroen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres].
Raadsman mr. J.W. Ebbink waarnemend voor mr. L.J. Woltring.

PROCEDURE

1. Bij beslissing van 25 oktober 2024, 27 november 2024, 27 december 2024, 29 januari en 21 februari 2025 heeft de rechtbank ex artikel 35, derde lid, OLW de termijn waarbinnen de opgeëiste persoon op grond van artikel 35, eerste lid, feitelijk moet worden overgeleverd opgeschort.
2. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vrijheidsbeneming verlengt nu humanitaire redenen nog steeds aan feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.
3. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft meegedeeld dat humanitaire redenen nog steeds aan feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.
4. De opgeëiste persoon is vanaf van 25 oktober 2024 met voorwaarden geschorst uit de overleveringsdetentie.

BEOORDELING

De rechtbank is van oordeel dat de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen moet worden verlengd, nu de officier van justitie van oordeel is dat de humanitaire reden nog steeds bestaan en de officier van justitie niet de in artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW bedoelde vordering heeft gedaan.

BESLISSING

De rechtbank:

-
Verlengtde vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, OLW met
30(
dertig) dagen.
- Bepaalt dat de schorsing van de overleveringsdetentie zal voortduren onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de beslissing tot schorsing van de overleveringsdetentie d.d. 25 oktober 2024, met dien verstande dat
voorwaarde 7, zoals blijkt uit de schorsingsbeslissing van voormelde datum
wordt gewijzigdin die zin dat:
- de opgeëiste persoon zich
eenmaal per twee wekenzal melden, de dag en het tijdstip in overleg met de officier van justitie te bepalen (voor nu is dat de maandag), bij een door de officier van justitie aan te wijzen politiebureau in de woonomgeving van de opgeëiste persoon.
Aldus gedaan op 26 maart 2025 door
mr. B.M. Vroom-Cramer, rechter,
in tegenwoordigheid van D. Vermeulen, griffier.