ECLI:NL:RBAMS:2025:2286
Rechtbank Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens vernietiging oneerlijk prijsbeding in overeenkomst
In deze zaak stond de geldigheid van een prijsbeding in een overeenkomst tussen eiser en gedaagde centraal. In een eerder tussenvonnis was het prijsbeding als oneerlijk beoordeeld en bestond het voornemen om dit te vernietigen, waardoor de overeenkomst zou vervallen.
Eiser heeft nadere stellingen ingediend, waarin hij onder meer verwees naar het arrest van de Hoge Raad over de informatieplicht bij bestelknoppen (artikel 6:230v lid 3 BW). Hij stelde dat de vergoeding voor zijn werkzaamheden transparant was en niet in strijd met de redelijkheidstoets. De rechtbank oordeelde echter dat deze stellingen niet tot een ander oordeel leiden en het prijsbeding blijft vernietigd.
Door de vernietiging van het prijsbeding kan de overeenkomst niet voortbestaan. De rechtbank overwoog dat gedaagde hierdoor geen uiterst nadelige gevolgen ondervindt, omdat zij geen betalingsverplichting heeft en de vordering van eiser niet zal slagen. De overeenkomst hoeft derhalve niet te worden aangevuld.
De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde op nihil worden begroot.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens vernietiging van het oneerlijke prijsbeding, waardoor de overeenkomst vervalt.