Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:229

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
13/336081-24 (EAB II)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 27 OLWArt. 29 OLWArt. 23 OLWArt. 9 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en schorsing onderzoek detentieomstandigheden in Europees aanhoudingsbevel zaak

De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 januari 2025 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit tegen een Poolse opgeëiste persoon. Tijdens de zitting constateerde de rechtbank dat het onderzoek naar de detentieomstandigheden in de gevangenis in Barczewo, Polen, niet volledig was.

Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen om dit aspect nader te onderzoeken op een volgende zitting. Tevens verlengde de rechtbank de beslistermijn op grond van de Overleveringswet met 30 dagen, omdat er een reëel gevaar bestaat voor schending van grondrechten.

De gevangenhouding van de opgeëiste persoon werd gelijktijdig met 30 dagen verlengd. De rechtbank bepaalde dat de behandeling van het EAB opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen voor het einde van de verlengde beslistermijn. De opgeëiste persoon en een Poolse tolk zullen worden opgeroepen voor deze zitting.

Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank heropent en schorst het onderzoek naar detentieomstandigheden en verlengt de beslistermijn en gevangenhouding met 30 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/336081-24 (EAB II)
Datum uitspraak: 14 januari 2025
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering van 24 oktober 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 februari 2016 door
the Regional Court in Poznan, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats], Polen, op [geboortedag] 1981,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 december 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the District Court in Chodziezvan 19 oktober 2011 (II K 551/11).
Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat tegen het hiervoor genoemde vonnis beroep is ingesteld. Uit het EAB en aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in beroep in persoon is verschenen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Het vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Artikel 11 OLW Pro; heropening van het onderzoek

De rechtbank constateert dat het onderzoek ter zitting niet volledig is geweest ten aanzien van de detentieomstandigheden in Polen in de gevangenis in Barczewo. De rechtbank zal het onderzoek heropenen en schorsen teneinde dit punt op een volgende zitting te bespreken. De rechtbank zal de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW verlengen met 30 dagen omdat zij onderzoek doet naar een reëel gevaar van schending van grondrechten (artikel 22, vierde lid, sub b, OLW) onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid OLW.

6.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek ter zitting tot een nader te bepalen zittingsdatum
en -tijdstip teneinde op de volgende zitting de detentieomstandigheden in de penitentiaire instelling in Barczewo nader te bespreken.
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALTdat de behandeling van het EAB opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen
vóór 19 februari 2025, het einde van de verlengde beslistermijn.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
BEVEELTde oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en E.G.M.M. van Gessel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 januari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.