Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Kielcein Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 maart 2025 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Polen gericht op de overlevering van een Poolse verdachte.
Tijdens de procedure was de verdachte aanwezig en bijgestaan door een advocaat en tolk. De rechtbank had eerder het onderzoek geschorst vanwege een reëel gevaar voor schending van de grondrechten van de verdachte en had de beslissing aangehouden met een redelijke termijn van 30 dagen.
Op 26 maart 2025 bracht de officier van justitie ter zitting naar voren dat het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit op 11 maart 2025 was ingetrokken. De rechtbank oordeelde daarop dat de officier van justitie niet langer ontvankelijk was in de vordering tot in behandeling neming van het EAB.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk en stelde vast dat het bevel tot overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken.