ECLI:NL:RBAMS:2025:2488

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2025
Publicatiedatum
16 april 2025
Zaaknummer
11127099 \ CV EXPL 24-5503
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWWet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot schadevergoeding en proceskosten in motorrijtuigverzekeringzaak

In deze civiele procedure vordert Stichting Waarborgfonds Motorrijtuig schadevergoeding van gedaagde, die niet is verschenen en bij verstek is veroordeeld. De vordering betreft een bedrag van €25.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 mei 2024.

De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij haar bestaansrecht ontleent aan de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). De vordering betreft een schadevergoeding waarvoor al een betalingsregeling tussen partijen bestond. Ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht is daarom niet aan de orde.

De vordering wordt niet onrechtmatig of ongegrond geacht en wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde schadevergoeding en de proceskosten, die in totaal €2.156,89 bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 10 april 2025 in het openbaar gewezen door kantonrechter C.W. Inden.

Uitkomst: Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van €25.000 schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11127099 \ CV EXPL 24-5503
Vonnis van 10 april 2025
in de zaak van
STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER,
gevestigd te Rijswijk,
eisende partij,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
[zonder bekende woon- of verblijfplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
Het is de kantonrechter bekend dat eisende partij haar bestaansrecht ontleent aan de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. De vordering ziet op een vergoeding van schade, waar in het kader van de afbetaling daarvan tussen partijen een afbetalingsregeling is getroffen. Daarom is ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht onder de gegeven omstandigheden niet aan de orde.
2.3.
Met inachtneming van het voorgaande, komt de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen als na te melden.
2.4.
Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
543,00
(1 punt × € 543,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.156,89

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 7 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 2.156,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
991