Aarom B.V. heeft een overeenkomst gesloten met [gedaagde] voor verbouwingswerkzaamheden aan een winkelpand op regiebasis. [gedaagde] betwist dat sprake is van een regieovereenkomst en stelt dat een richtprijs van €27.066,- is overeengekomen, die maximaal met 10% mocht worden overschreden. Aarom heeft echter facturen tot een totaalbedrag van ruim €100.000,- verzonden, waarvan een laatste factuur van €34.718,74 onbetaald bleef.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst kwalificeert als aanneming van werk en dat geen richtprijs is overeengekomen. De e-mail van 20 april 2023 en het kostenoverzicht waarop [gedaagde] zich beroept, bieden onvoldoende bewijs voor een richtprijs. De werkzaamheden zijn bovendien uitgebreider dan aanvankelijk ingeschat vanwege architectuurtekeningen.
De rechtbank acht de gefactureerde prijs redelijk gelet op de gebruikte materialen, de verrichte werkzaamheden en het overeengekomen uurtarief van €50,- exclusief btw. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de uren en materialen zijn geleverd en heeft niet tijdig om opheldering gevraagd. De vordering tot betaling van de laatste factuur en de wettelijke handelsrente wordt toegewezen, terwijl de tegenvordering wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.