ECLI:NL:RBAMS:2025:2731
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen opslag DNA-profiel jeugdige veroordeelde
De rechtbank Amsterdam behandelde het bezwaar van een jeugdige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA. De veroordeelde stelde dat het opslaan van zijn DNA disproportioneel is, mede gelet op zijn jeugdige leeftijd en de zienswijze van het VN-mensenrechtencomité.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig en ontvankelijk was en dat het misdrijf waarvoor de veroordeelde was veroordeeld (openlijk in vereniging geweld plegen en poging tot medeplegen van oplichting) valt onder de Wet DNA. De rechtbank stelde vast dat DNA-onderzoek bij deze misdrijven van belang kan zijn voor opsporing en vervolging.
Verder werd overwogen dat de kans op herhaling niet is uitgesloten, mede gezien eerdere veroordelingen en een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank verwees naar de Hoge Raad-uitspraak van 7 april 2020, waarin werd bevestigd dat het opslaan van DNA van jeugdigen toegestaan is.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat geen uitzonderingssituatie aanwezig is en verklaarde het bezwaar ongegrond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de jeugdige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.