Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser] .
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
woensdag 21 mei 2025om 10:00 uur,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure vordert eiser onder meer aanpassingen en rectificaties, waardoor de onderliggende waarde van de vorderingen meer bedraagt dan €25.000. De kantonrechter oordeelt dat de zaak daarom niet door de kantonrechter kan worden behandeld, maar door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken, te weten de handelskamer van de rechtbank Amsterdam.
De procedure omvatte een dagvaarding, een conclusie van antwoord met een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring van de kantonrechter, en een tussenvonnis. Op 1 mei 2025 heeft de kantonrechter het vonnis gewezen waarin de verwijzing wordt uitgesproken.
De zaak wordt verwezen naar de civiele rol (niet zijnde de kantonzakenrol) op 21 mei 2025 om 10:00 uur. Partijen worden erop gewezen dat zij vanaf dat moment door een advocaat moeten worden vertegenwoordigd en dat een verhoogd griffierecht van toepassing is, waarvan de hoogte kan worden geraadpleegd op de website van de rechtspraak. De handelskamer zal tevens beslissen over de proceskosten.
Dit vonnis is gewezen door rechter E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de handelskamer van de rechtbank Amsterdam wegens vorderingen boven €25.000.