De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 april 2025 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die in 2021 was veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De maatregel was eerder verlengd tot maart 2025. De rechtbank nam kennis van het advies van 27 december 2024 en het scholings- en trainingsprogramma (STP) plan van 20 december 2024.
De jeugdige woont zelfstandig, werkt als koerier en focust zich op familie en geloof. Hij werkt aan het afronden van zijn vmbo-t diploma en het vinden van een vaste baan om schulden af te lossen. De gedragswetenschapper en reclasseringswerkers rapporteerden een gestage positieve ontwikkeling, maar er blijft een matig recidiverisico bestaan.
Gezien de veiligheid van derden en de verdere ontwikkeling van de jeugdige acht de rechtbank verlenging met vijf maanden noodzakelijk om het STP zorgvuldig te kunnen afronden. De jeugdige stemde in met de verlenging om toe te werken naar de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. De maatregel zal voorwaardelijk eindigen op 21 juli 2025 en onvoorwaardelijk op 21 juli 2026.
De rechtbank besloot de vordering toe te wijzen en verlengde de PIJ-maatregel met vijf maanden. De zitting vond plaats in raadkamer met gesloten deuren, waarbij de jeugdige, zijn raadsman, de officier van justitie en betrokken gedragswetenschapper en reclasseringswerkers aanwezig waren.