Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, tevens houdende akte eisvermindering, met producties;
- de conclusie van dupliek, met producties;
Rechtbank Amsterdam
ENGIE Nederland Retail B.V. vordert betaling van openstaande facturen voor energielevering aan [gedaagde], die een restaurant exploiteert. De leveringsovereenkomst was op 29 februari 2023 beëindigd. Gedaagde betwist de openstaande vordering en stelt dat hij alles heeft betaald, waarbij hij twee betalingsbewijzen overlegt.
De kantonrechter oordeelt dat slechts één betaling van € 2.446,09 aan ENGIE is ontvangen en verwerkt, terwijl een tweede betaling van € 1.809,53 niet aan ENGIE is toegerekend omdat deze aan een ander bankrekeningnummer is gedaan dat behoort tot een andere entiteit binnen ENGIE. De stelling van gedaagde dat de leveringsovereenkomst tot februari 2024 liep wordt verworpen.
Verder wijst de kantonrechter de hoofdsom van € 2.013,76 toe na eisvermindering. ENGIE krijgt ook buitengerechtelijke incassokosten van € 302,06 toegewezen, passend bij het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding op 21 november 2024 over het toegewezen bedrag. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 974,04. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.013,76 met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.