De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 mei 2025 het verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Keulen. De verdachte wordt verdacht van het verkopen van acht kilogram marihuana en het organiseren van de grensoverschrijding van deze drugs naar Duitsland.
De verdediging voerde een genoegzaamheidsverweer aan, stellende dat het EAB onvoldoende onderbouwing bevat en dat de verdenking gebaseerd is op een mogelijk belanghebbende medeverdachte. De rechtbank oordeelde echter dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, waarbij het niet vereist is dat bewijsmiddelen worden vermeld en dat een onschuldverweer in deze procedure niet aan de orde is.
De rechtbank nam ook kennis van de terugkeergarantie die door de Duitse autoriteiten is afgegeven, waarmee is verzekerd dat de verdachte na veroordeling zijn straf in Nederland kan ondergaan. Verder werd het verzoek tot aanhouding van de procedure afgewezen wegens gebrek aan concreet zicht op intrekking van het EAB.
Gelet op het feit dat het strafbare feit een lijstfeit betreft en dat geen weigeringsgronden zijn vastgesteld, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.